Burkinafasoreis2011
Home » reisverslag juli/aug 2015

bassisschool Kokossin met tuin.

Mede door Stg Help Burkina gerealiseerd

WATER EEN RAMP OF EEN ZEGEN IN SUB-SAHARA AFRIKA

 

 

REISVERSLAG BURKINA FASO 2015

Stichting Help Burkina

 

Els Schrik-Vermeulen

 

 

Inhoudsopgave

 

De weken voor het vertrek

Het vertrek naar Ouagadougou

 

Bezoek aan de scholen in Ouaga en aan Bazoulé

Bezoek aan Douré

Maternité, Association Wendkouni en andere projecten

 

Weerzien met Roger en kennismaking met Seguem

Omgeving verkennen en het project in Seguem

Familiebezoek bij ouders van Josephine en familie Roger

Eerste dag bezoek Kokossin en Bolin

Plichtsgetrouwe bewakers en wederom naar Kokossin

Boulsa, een waterrijke dag 

Het bezoek aan een Nationaal Monument

Een shit dag voor Tina en het bezoek aan Pouytenga en Balkiou

Opnieuw Balkiou en Pouytenga; voor de verandering gaan wij op de foto

Gounghin, in de ban van een enorm kerkgebouw

Onze laatste dans in Seguem

 

Bezoek aan de Larlé Naaba

Souvenirs ophalen bij Oumar en bezoek aan Musée National

Afscheid

Terugblik op tien jaar Burkina Faso

Ter info

BURKINA FASO 2015

 

Eind schooljaar 2014 wordt er door Sjef Theunissen van Stichting Help Burkina plannen gemaakt om een reis langs de projecten gaan organiseren voor leerlingen van mijn middelbare school. De ontwikkelingen rond de ebola-epidemie in de buurlanden is de reden waarom de voorbereidingen even worden uitgesteld. Een groep leerlingen mee nemen lijkt helemaal geen optie meer te zijn op dit moment. Een reis zonder leerlingen zal het nu gaan worden. Voorlopig wordt als reisdatum de meivakantie aangehouden. Echter in die periode kan het nog erg heet zijn in Burkina. Dus wordt alsnog uitgeweken naar de zomervakantie 2015. Van de oorspronkelijke belangstellenden blijven er uiteindelijk drie mensen over. Te weten Sjef Theunissen zelf, Vincent Vergouwen, een oud leerling van onze school, die in 2008 al eens mee geweest was en ikzelf. Dit wordt mijn vierde reis naar Burkina Faso met de Stichting Help Burkina en in totaal mijn vijfde bezoek aan Burkina Faso. In 2013 ben ik als toerist meer de Zuidwest hoek van Burkina gaan verkennen. Een enorm verschil met de Oost kant, waar we over het algemeen onze bezoeken met de Stichting afleggen. Het Zuidwesten is veel groener, het regent er meer en er zijn ook diverse prachtige heuvels te bewonderen, zoals de Pics de Sindou. Het Oosten is veel vlakker, licht glooiend over het algemeen. Mijn eerdere bezoeken vonden plaats in 2006, 2008, 2011, 2013 en nu dus in 2015.

De weken voor het vertrek

 

Om weer zinvolle spullen mee te kunnen nemen voor de diverse mensen en projecten heb ik in de aanloop naar het vertrek via mijn school een oproep verspreid om nog bruikbare mobieltjes, digitale camera´s en eventueel laptops voor me mee te brengen. Dit leverde een divers aanbod op, waarmee mensen in Burkina weer heel blij zullen zijn. Met name mobiele telefoons zijn daar ook niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Vaste lijnen kent men niet en ook vervoermiddelen zijn niet altijd voor handen. In plaats van vele kilometers te lopen kan men zodoende toch snel met elkaar in contact komen, mits er natuurlijk bereik is. Dat bereik is op dit moment vrij algemeen, hoewel er hier en daar toch nog wel gebieden te vinden zijn waar het bereik niet altijd even goed is. De vraag naar Europese mobieltjes komt voort uit het feit dat de mobieltjes die in Burkina verkrijgbaar zijn, zelden een jaar meegaan. Net zoals met veel importproducten uit voornamelijk China, blijken ze van zeer inferieure kwaliteit.

 

In de vereniging waar ik actief in ben, heb ik vlak voor het vertrek een mailtje uitgedaan om eventueel niet meer gedragen goede kleding te doneren voor de Stichting Wendkouni. Dit leverde ook een geweldige respons op. Twee maal 23 kilogram ruimbagage was niet voldoende om alles mee te kunnen nemen. Omdat ik bij een vorige bezoek merkte dat men vooral erg blij was met de dikkere, kwalitatief betere kledingstukken en schoenen, heb ik met name daarop geselecteerd

naambordje kinderdagverblijf van de Association Wendkouni

Twee koffers werden gevuld met deze kleding en voor de rest is via een weggeefwinkel ook een goede nieuwe bestemming gezocht. Want ook in eigen land zijn er nog steeds mensen die zelf onvoldoende middelen van bestaan hebben om hun kinderen regelmatig van leuke nieuwe kleding te voorzien.

Het vertrek naar Ouagadougou

 

Vrijdag 24 juli, mijn vijfde reis naar Burkina Faso kan beginnen.  De koffers staan volledig gevuld te wachten. Het totale gewicht is de toegestane twee maal 23 kg en één stuks handbagage van ongeveer 10 kilogram en een handtas, waarin mijn fototoestel e.d. zit. Dit alles wordt ingeladen in een aanhanger. We gaan met drie personen. De ervaring leert dat drie maal deze hoeveelheid, echt niet meer in een auto past. Naast de kleding, wat speelgoed, koper voor Oumar, kleine presentjes voor allerlei bekenden van ons, presentjes meegegeven door anderen voor mensen in Burkina, medicijnen  voor het ziekenhuis in Balkiou, oude Franstalige leesboeken voor de middelbare school in Balkiou, waar we in 2008 met een groep leerlingen hebben geslapen, tennisballen waren er natuurlijk presentjes voor de dorpsoudsten. Zoals de traditie wil moet je bij het bezoeken van een dorp, altijd eerst je opwachting maken bij de dorpschef, ook wel Naaba of Chef genoemd. Het is dan ook een goed gebruik hem bij dit bezoek een klein presentje te overhandigen.

 

Op mijn facebook pagina zette ik een foto van mijn bagage. Velen vonden het leuk om te zien. Ik denk niet dat ze zich realiseerden dat ik met ruim 56 kilogram een behoorlijk eind zou moeten zeulen.

 

Nadat Vincent en Sjef thuis opgehaald zijn arriveren we rond zes uur in de morgen bij Gare de Midi in Brussel. Na wat te zijn blijven hangen in spoorrailzen, blijken de wieltjes van de koffer niet meer zo soepel te willen draaien. Dan maar slepen me die tassen. Alles bij elkaar blijkt dan dat 56 kilo toch een heel gewicht is. Ook het meenemen van drie koffers is een hele toer.

De man van Josephine staat ons al op te wachten bij de incheckbalie voor de TGV. Voor hun dochter die onlangs is geboren, zullen we de papieren meenemen waarmee het Burkinese staatsburgerschap kan worden aangevraagd. Zij heeft daar als dochter van een Burkinabé recht op. Dan heeft ze net zoals haar ouders twee nationaliteiten. De man van Josephine heeft inmiddels het Burkinese staatsburgerschap, als echtgenoot van een Burkinabé. Josephine heeft ook de Belgische nationaliteit als echtgenote van een Belg. Hij vertelt ons dat het maken van een pasfoto van de kleine Jodie, die moet voldoen aan bepaalde eisen, erg lastig was geweest. Ze kan namelijk haar hoofdje nog niet goed rechtop houden. Josephine had daarom aan de achterkant het hoofdje van Jodie ondersteund. De fotograaf moest er daarbij wel op letten dat er niets van Josephine op de foto zou komen. Gelukkig was een goede foto net genomen, voordat Jodie in huilen uitbarstte.

We drinken samen nog wat in de koffiebar, waarna het tijd is om in te gaan stappen. De TGV zal ons naar Parijs, naar het vliegveld Charles de Gaulle gaan brengen. We vinden al snel de juiste wagon, met de juiste stoelnummers. Het bagagedepot in het halletje van de trein blijkt niet berekend te zijn op onze kleine volksverhuizing. Gelukkig passen een aantal tassen en kleinere koffers wel in het bagagerek boven de ramen. Ongeveer op tijd vertrek de trein richting Parijs. De stoelen zijn erg comfortabel. Er zitten veel “Afrikaanse” mensen in de trein, die na Parijs door zal rijden richting Marseille. Zonder oponthoud en met een tussenstop halverwege komen we aan op het station in Parijs. Daar ontstaat een soort van file voor de lift, die eigenlijk niet berekend is op veel mensen. Zeker niet op mensen zoals wij met zóveel bagage. De wieltjes van één van mijn koffers zijn inmiddels helemaal bezweken onder het gewicht, die ze moeten dragen. Met de lift boven aangekomen ga ik dan maar eerst even op zoek naar van die handige bagagekarretjes. De man die met een hele sliert van die karretjes voorbij rijdt gebaar ik dat ik er graag één wil hebben. Hij gebaart terug hem te volgen. Even verderop stopt hij en maakt de karretjes los van zijn wagentje. Ik pak de voorste. Helemaal in mijn nopjes loop ik er mee terug naar de anderen. Zij zijn inmiddels aan het proberen een ticket en kofferlabels te printen. Nadat we de werking van het apparaat door hebben, komen zo waar onze namen in beeld. Het uitprinten van onze labels lijkt hier niet te kunnen. Dan maar weer verder. In de hal van het vliegveld staan zwaarbewapende militairen met kogelwerende vesten ter beveiliging. Via een rolband kunnen de andere twee verder naar K48. Mijn wagentje past niet door de poortjes en dus loop ik er mee naast de rolband. Ik maal er niet om en duw mijn karretje voort naar het incheckpunt. Een personeelslid van het vliegveld wijst ons naar het incheckapparaat. We proberen nogmaals om onze labels te printen. Doordat we het al eerder geprobeerd hebben verloopt het wat sneller, maar ook hier lukt het niet. Het printen van een ticket lukt wel, maar dat hebben we in Brussel al gehad. Het apparaat vraagt of we verder nog iets willen, tja …. kofferlabels….. Helaas doet de machine dat niet. Ik vraag om hulp. De dame verwijst ons naar een lange wachtrij. Een hele lange rij, ofschoon er toch wel veel balies open zijn. Dit gaat nog wel even duren. We hebben gelukkig nog tijd genoeg. Om de een of andere reden lijkt het bij “Afrikanen” overal erg lang te moeten duren voordat de boel geregeld is. Dan komt een dame die vraagt naar onze eindbestemming. Ouagadougou. Dan mogen we haar volgen naar een tiental balies aan de andere kant van deze grote hal. Hier is op dit moment nog geen wachtrij. De koffers worden gewogen, gelabeld en vertrekken via een loopband. Op dat moment hoop je maar dat je ze in Ouaga weer terug zult zien.

Kruip door sluip door verder naar de douane. Daar moet het bagagekarretje achter blijven en slinger de slanger belanden we in een rij waar mensen hun handbagage moeten plaatsen in een maatrekje. Dit om te bepalen of ze niet te groot zijn. Stef staat achter een Afrikaan, wiens koffer te groot is om als handbagage mee te mogen. Hij gaat met de beambte een hele discussie aan. Sjef wiens koffer mogelijk aanleiding was voor ook een controle, omdat hij wat dik lijkt, wacht geduldig achter hem. Ik wordt door een andere beambte gewenkt. Ze is snel klaar, dit is prima. Ze vraagt wie er nog meer bij me horen. Als ik wijs naar Sjef en Vincent kijkt ze even naar hen en geeft aan dat ook zij verder mogen, zonder verdere controle. De rijen bewegen zich voort richting douane. Ook hier zijn vele loketten open. Europeanen worden snel afgehandeld, ze worden vaak niet verder bevraagd. Niet Europeanen worden vaak verder bevraagd voordat ze verder mogen.

Op naar pier K48, de incheckbalie. Dit gaat vrij snel. Via een schuine helling lopen we naar beneden. Daar staat de bus al klaar om ons naar het vliegtuig te brengen. We leggen met de bus wel eerst een behoorlijke route af, gaan diverse malen dwars over allerhande taxibanen. Bij elke baan staat een stopbord of zelfs stoplichten. De bus stopt daar telkens netjes voor. Na enige tijd bereiken we ons vliegtuig, een A340 van Air France. Via een verrolbare trap mogen we naar binnen en worden we via de juiste gang naar onze stoelen gewezen. We zitten alle drie in de middelste rij, waar vier stoelen naast elkaar staan. Net als in de trein zit ook hier iemand op één van onze stoelen. Hij excuseert zich en neemt snel plaats op de juiste stoel een rij er achter.

Ruim 30 minuten te laat vertrekken we richting Niamey in Niger, waar we een tussenlanding zullen maken op weg naar Ouaga. Het is een rustige vlucht met slechts af en toe enige turbulentie. We krijgen al snel wat te drinken en een zakje met Emmentaler kaasknabbeltjes. Enige tijd later wordt dit gevolgd door een maaltijd. Een koude salade, warme kip met gebakken aardappelblokjes, wat vers fruit, een cakeje met merengue en lemonvulling en tot slot nog een stukje camembert en een flesje water. Heerlijk smaakt het allemaal. Ook geen wonder gezien het tijdstip, het is inmiddels over half twee in de middag. We dutten wat, het was tenslotte vanochtend wel erg vroeg en kijken wat TV of luisteren naar wat muziek. Ondanks het te late vertrek landen we toch op het verwachte tijdstip in Niamey. Er klinkt wat gerommel onder het vliegtuig als het landingsgestel uitklapt. Als er nog zo’n 100 tot 200 meter op de hoogtemeter staat op ons beeldscherm raken we al de grond. Ik ga er dus van uit dat Niger ruim 100 meter boven zeespiegel ligt en niet dat de hoogtemeter het niet goed doet. Een behoorlijke groep mensen stapt hier uit. Na ongeveer drie kwartier vliegen we verder na Ouaga.

We raken aan de praat met een Amerikaan, die de hele vlucht al naast ons zat en niet erg spraakzaam leek. In Brussel was het me al opgevallen dat hij niet of nauwelijks Frans sprak. Maar nu we in het Engels samen in gesprek raken, blijkt dat hij voor zijn werk naar Burkina Faso gaat. Vanuit Michigan heeft hij er een hele reis opzitten. Hij hoopt dat er op het vliegveld in Ouaga iemand klaar zal staan om hem op te halen. Hij moet naar Zuid-Burkina. Al pratende komen we er achter dat hij in de goudmijnen daar gaat werken. Hij is nu ingevlogen omdat zijn voorganger vrij plots ontslag had genomen. Hij heeft al tientallen jaren ervaring opgedaan in Amerikaanse mijnen en komt hier om leiding en instructie te geven aan de werknemers van de mijn. Met name weten waar en hoe je het beste goud kunt vinden. Ze werken er met grote machines. Dus niet zoals ik in 2013 heb gezien in kleine mangaten tot soms wel 30 of 40 meter diepte. Onder zware, levensgevaarlijke en zeer ongezonde omstandigheden werd daar toen ook goud gezocht en mondjesmaat gevonden.  Hoewel diverse “goudaders” in de bodem zitten in Burkina is het mijnen ervan erg lastig, omdat het er eigenlijk nergens in grote hoeveelheden zit. Deze Amerikaanse en ook Canadese firma’s mogen het goud op grote wijze delven in ruil voor een gedeelte van de opbrengst, dat naar de staatskas vloeit. De lokale bevolking wordt er vaak van hun traditionele woongebieden voor verdreven en vinden soms werk in deze mijnen tegen een zeer laag loon. Van klein tot groot is dan vaak genoodzaakt om te werken voor de mijneigenaren om zo een schamel leven te kunnen leiden. Naast het feit dat de buitenlandse exploitatie zeker op termijn economisch verre van ideaal is, worden door deze winning ook hele grote stukken natuur verwoest. In een land dat zijn bomen en struiken zou moeten koesteren, de Sahara dringt jaarlijks vele kilometers verder op in Burkina, is dit ook zeker een groot nadeel. Daarnaast raakt de lokale bevolking ook zo haar landbouwgebieden kwijt. Op korte termijn mogelijk voordelen voor de staatskas, maar op langere termijn………..?

Na een twintig minuten te hebben gevlogen gaan we weer dalen en na een kleine drie kwartier landen we op Ouagadougou Airport.

Allemaal weer de trap af en de bus in. Dan staan er bij de ingang veel mensen met witte doktersjassen aan. We moeten bij één van hen onze gezondheidsverklaring inleveren in verband met de ebola dreiging in het zuiden van dit deel van West- Afrika. Op dit moment is er nog geen enkele ebola besmetting in Burkina vastgesteld. In de verklaring staan vragen naar hoofdpijn, griep, buikpijn, pijn in de spieren. Tja na zo’n lange reis vul ik toch maar in geen pijn in de spieren, hoewel ik me wel een beetje stijfjes voel. De handen moeten onder een apparaat gehouden worden. Automatische komt er wat desinfecterende gel op je handen, waarmee je je handen moet desinfecteren. Dat gaat niet echt gemakkelijk als je paspoort, geel inentingsboekje en andere zaken nog in je handen hebt. We doen een poging. Iemand vlak voor me, die niet in de gaten had dat het apparaatje automatisch gel afgeeft als je je handen er onder houdt, trekt het hele apparaat los. Het wordt snel weer in elkaar gezet. Eén van de volgende mannen in witte jas wil ons gele vaccinatie boekje zien. Ook daar mogen we weer verder. Nu de paspoortencontrole, er wordt weer gebladerd en gekeken en we mogen aansluiten in de rij voor de irisscan en de controle van de vingerafdrukken. Ten slotte komt er het verlossende stempel in ons visum. Op zoek naar onze koffers. Die van mij herkenbaar aan de regenboogbanden komen er als eerste aan. Dan trekt Vincent een koffer van de band waarvan hij denkt dat die van hem is. Gelukkig komt hij er nog op tijd achter dat hij de verkeerde te pakken heeft en kan hij deze even later met de juiste omruilen. Als laatste arriveren de koffers van Sjef. Inmiddels heb ik twee bagagewagentjes gevonden, waarop we de koffers en tassen kunnen vervoeren. Als Sjef bij de bagagecontrole de verkeerde kant kiest, rood, ofwel iets aan te geven, mogen we alle koffers op de band sjouwen en hen door de röntgenscan laten gaan. Hadden we de groene gang gepakt dan hadden we zo door mogen lopen, zonder al dat extra gesjouw. Mensen via de andere gang wordt namelijk geen stro breed in de weg gelegd. Over mijn handtas wordt niets gezegd en ik besluit hem dan ook maar niet op de band te leggen. Alle koffers en tassen sjouwen we weer op het wagentje en op naar de mensen die ons buiten op staan te wachten. Dat zijn onze gastvrouw Pascaline, haar jongste dochter Sjefa en mijn vriendin Juliette. Bij de begroeting blokkeren we de doorgang voor anderen en we worden gemaand door te lopen. We worden op zijn Burkinees begroet door vier maal de hoofden tegen elkaar te drukken. En wij Brabanders maar denken dat we met drie zoenen al heel veel doen. Op naar de wagen van Pascaline. Daar past wel veel in, maar niet onze gehele volksverhuizing. Ze heeft geen imperiaal op het dak en dus zit er niets anders op dan dat Juliette een taxi met twee van onze koffers naar huis neemt. Pascaline laat twee luchthaven medewerkers de koffers en tassen in de auto sjouwen. Dit is voor hen weer een mooie gelegenheid om ‘une piece/ une Euro’ te vragen. Als ze allebei wat gekregen hebben laten ze elkaar zien wat ze gehad hebben. Aangezien ze hetzelfde krijgen kijken ze tevreden naar elkaar. Ze helpen Pascaline nog met het uit de parkeerhaven komen, aangezien het erg druk en hectisch is op de parkeerplaats vlak voor de luchthaven. Het parkeergeld wordt betaald en de slagboom, nou ja, wat er dan van over is, hij is bijna geheel afgebroken, wordt gepasseerd. Het vliegtuig uitkomende was de warmte al op ons afgekomen. Gelukkig werkt de airconditioning van de auto van Pascaline goed. Het is warm en benauwd in Ouaga om 17.30 uur en erg druk op de wegen. Auto’s en vooral ook heel veel brommertjes racen om het hardste tussen de stoplichten, een grote zwarte walm uitstotend. Hier en daar zijn wat herkenningspunten, zoals de twee personen met vliegende vogels, het museum van Ouaga, een grote ‘houten pop’ op een kruising en tenslotte komt Télévidéo in beeld. Een televisiestation gerund door een Nederlands echtpaar, waar ik tijdens mijn verblijf in Ouaga in 2011 geslapen en ontbeten heb. Er tegenover stond een gebouw in aanbouw in de steigers. Het is nu in ieder geval af en in gebruik. Dat kan helaas niet van alle bouwwerken in Ouaga gezegd worden. Sommigen staan al jaren half afgebouwd te wachten op …. misschien wel de rest van het benodigde geld om afgebouwd te kunnen worden. In de rest van de straat zie ik niet veel zaken meer die ik herken. Ik ben dan ook blij dat ik deze keer met de auto helemaal tot bij het huis van Pascaline gebracht wordt. In 2013 ben ik in deze wijk behoorlijk verdwaald. Gelukkig konden enkele kinderen mij toen de juiste weg wijzen, omdat zij wisten waar de basisschool Sainte Mère Teresa was. Daar vandaan wist ik zelf de weg weer te vinden. Het enige wat me onderweg wel bekend voor komt zijn de grote kuilen en bergen met puin, waar de auto zich tussen door manoeuvreert. Op dit soort wegen is er geen rechts aanhouden, maar je zoekt gewoon de plaatsen waar je het beste kunt rijden. We passeren het volkstuincomplex, dat zo te zien een nieuw hek heeft gekregen. De tuinen liggen er mooi groen bij.

 

 

 

Juliette is al bij het huis van Pascaline in wijk 28 als wij aankomen. We worden voorgesteld aan enkele voor mij nieuwe meisjes, die Pascaline helpen als hulp in de huishouding, te weten Nina en Marceau. Voor deze meiden is het een goede leerschool in het runnen van een huishouden en tevens betekent het voor hun ouders een mond minder om te voeden. Tevens is Martine gevraagd om te zorgen voor onze maaltijden tijdens de dagen dat wij in Ouaga bij Pascaline zullen verblijven.

 

In de schaduw van het afdak krijgen we eerst heerlijk koel water te drinken. Het water komt uit een fles en is gezuiverd Burkinees bronwater, Laafi. Er is wel kraanwater wat veilig te drinken is, maar door de toevoeging van chloor smaakt het verschrikkelijk. Zelfs de Burkinabé drinken het hier niet. Nadat de eerste dorst gelest is komen bier en frisdrank op tafel. Niets doen is op dit moment eigenlijk nog het beste. Er zit veel smog in de lucht en het is nog erg warm. Natuurlijk moeten er eerst veel nieuwtjes worden uitgewisseld. Jammer genoeg zijn de kleine vliegjes erg lastig en ook blijken de muggen onze lijven snel gevonden te hebben. Heerlijk weer eens ander bloed, moeten ze gedacht hebben. Als Pascaline door ons gemept in de richting van de insecten opmerkt dat ze er weer zijn, haalt ze meteen een spuitbus, waarmee ze ons besproeit. Helaas hebben een aantal muggen hun feestmaal al genuttigd. Dagenlang blijven de bultjes daarna nog jeuken.

 

Etenstijd. Er is een lichte maaltijd voor ons klaargemaakt door Martine. Het lijkt op wat gepureerde erwtensoep, maar wat het precies is kunnen we niet ontdekken. We blijken er niet heel erg ver van af te zitten. Het is preisoep. Het smaakt heerlijk. Natuurlijk weer Laafi (water) en als toetje heerlijke stukjes ananas, die met zorg op het bordje zijn gelegd. Thee of koffie tot slot en we kunnen er weer helemaal tegen.

Inmiddels wachten buiten Tina en Daniël op ons. Als Tina haar neus om de deur steekt krijgt ze van ons een enthousiaste ontvangst. Ook Daniël, die al diverse malen onze chauffeur is geweest, kan rekenen op een warm onthaal. In 2008 heeft hij veel met Vincent opgetrokken en daarna nog een tijd lang met hem over de mail contact gehouden. De sfeer zit er al meteen weer goed in. Tina ratelt weer als van ouds, waar ik geen touw aan vast kan knopen. Ze schiet in de haar alom bekende lach als ik dat haar duidelijk maak. ‘Pas plus vite, hé…..’ Ook Daniël, die voor wat we als laatste hoorden gescheiden was, wordt binnenkort opnieuw vader!? Hij schijn toch weer bij zijn vrouw te zijn.

 

Ook Oumar komt op zijn brommertje nog even langs om ons welkom te heten. Hij krijgt meteen een heleboel koperen leidingen mee van collega Kees. Met hem was ik hier in 2011. Kees is aan het verbouwen en heeft zijn oude koperen leidingen opgespaard en meegegeven voor Oumar. Deze maakt er dan weer prachtige gegoten bronzen beeldjes van. Ongetwijfeld nemen wij er op die manier weer wat van mee terug naar Nederland. We bestellen er alvast maar een aantal.

 

Rond een uur of negen, het is dan elf uur Nederlandse tijd, besluiten we ondanks de warmte toch alvast maar te gaan slapen. De beiden mannen in de kamer van Pascaline en ik in één van de kamers buiten van de meiden. Gelukkig staat in alle slaapkamers een waaier en ik besluit hem ondanks het geluid dat hij maakt toch maar aan te laten staan gedurende de nacht. Nu het nog kan maar even profiteren van deze luxe. Naast het geluid van de waaier hoor ik ook het voortdurende geknerp van krekels in de verte. Omdat mijn kamer apart ligt van het huis hoor ik verder weinig geluiden uit het huis of de omgeving zelf. Pascaline woont aan een rustige, vrij hobbelige straat, waar ook heel erg weinig gemotoriseerd verkeer is. Ik slaap dan ook snel in.

 

 

Bezoek aan de scholen in Ouaga en aan Bazoulé

 

Zaterdag 25 juli. Rond kwart voor vijf hoor ik iemand met een metalen staaf tegen de binnenkant van een auto wiel slaan. Iets dergelijks gebruikt men vaak op de scholen als schoolbel. Na een minuut of tien herhaalt zich dit geluid. Ik hoor de hulp in de huishouding wat rondscharrelen en het vegende geluid op de binnen plaats. Ook de buurvrouw hoor ik nu haar binnenplaatsje schoonvegen. Hoewel het nog wel wat schemerig is besluit ik mijn dagboek maar bij te gaan werken. De waka waka, een lamp die op zonne-energie werkt bewijst me daarbij goede diensten. Liggend op mijn bed begin ik met alles van de vorige dag op te schrijven. Dan dut ik nog wat ik. Rond kwart voor zes hoor ik in de verte een haan kraaien. Het is nu volop licht buiten. Gelukkig is mijn kamer zelf redelijk donker. Er zitten slechts een tweetal kleine ramen in, met luikjes die goed dicht kunnen. Daarvoor hangt een soort vitrage, die zowel licht als insecten tegen houdt. Ook voor de deur hangt om die reden een gordijn. Bovendien is het bed zelf voorzien van een grote klamboe. Ik besluit er nu toch maar uit te gaan. De temperatuur buiten is nog heerlijk. Ik ga een douche nemen, die buiten op de binnenplaats staat. Pascaline heeft binnen ook wel een douche, maar dan maak ik misschien alle slapers binnen wakker. Warm water kennen ze hier niet uit een kraan, dus stroomt uit de douche altijd gewoon leidingwater. Het is even wennen, maar niet echt onaangenaam, mits je maar even de tijd neemt om aan de temperatuur te wennen. De douche bestaat uit een twee meter hoge muur, buiten op de binnenplaats, waaraan achter de muur een douchestang bevestigd is. Een putje op de grond er onder en betegeling over de hele grond. Boven op de muur kun je dan je handdoek en kleding kwijt. Aan de muur zit nog een plankje waarop je je shampoo of zeep kwijt kunt.

 

 

Wat vogels hoor ik kwetteren in de struiken rondom de tuin, verder is het eigenlijk stil in de buurt. Na het douchen ga ik de kleding die ik voor Stichting Wendkouni van Juliette heb meegenomen allemaal in één koffer te stoppen, zodat ik ze gemakkelijk bij haar kan afgeven.

Langzamerhand ontwaken de anderen in het huis en ook uit de andere kamer buiten tegen over die van mij, beginnen wat geluiden te komen. Het ontbijt staat inmiddels klaar. Stokbrood met jam en gekookte eieren, laafi, koffie of thee. Na het ontbijt komt Juliette langs met, ja wel hoor, een verrassing. Ze belt me met enige regelmaat op en vraagt of er nog nieuws te melden is vanuit Nederland. Als ik dan vraag of er nog iets te melden is uit Burkina is dat toch meestal maar zeer gering. Blijkt ze nu haar kleindochter bij zich te hebben in een draagdoek op haar rug. Had ze me wel eens mogen vertellen….!!!!  Er naar gevraagd meldt ze dat het een dochtertje is van Gérard, haar oudste zoon. Omdat hij niet getrouwd is, vond ze dat moeilijk om te vertellen. Het kind huilt nog al veel en daarom neemt oma het ook regelmatig mee als ze ergens heen gaat. Heeft de moeder, die nu bij haar inwoont, ook eens even rust. Het kind zet zoals veel baby’s in Burkina het op een huilen als ze onze blanke koppen ziet. We houden maar wat afstand, dan gaat het meestal beter, en zo ook nu. Alleen haar grote zwarte ogen blijven me aanstaren. Het is een schattig kindje om zo te zien.

Rond de citrusplant die in de tuin staat bij Pascaline vliegt inmiddels een vlinder rond. Het lijkt op een soort koningspage, die ik al eerder gezien heb hier in Burkina. Echter hij laat zich slecht fotograferen, omdat hij nergens lang blijft zitten. Tenslotte geef ik mijn poging om hem op de plaat vast te leggen maar op en verdwijnt hij over de muur naar de tuin van de buurvrouw.

 

De koffer met kleding laden we in de auto van Pascaline. We brengen die even naar Juliette, voordat we een bezoek gaan brengen aan de basisschool Sainte Mère Teresa. Juliette haar woning ligt daar namelijk vlak achter. Scheelt een hoop gesjouw. Bij het huis van Juliette aangekomen staat de vrouw van Gérard de was te doen. Juliette zelf is nog niet thuis. Ze pakt de koffer aan, nadat ze me met haar zeephanden een hand heeft gegeven. Op de binnenplaats ligt gierst te kiemen. Dit werk doet Juliette voor iemand anders, die er vervolgens lokaal bier (dolo) van brouwt. De vliegen zijn in grote zwermen aanwezig.

 

Op de school Sainte Mère Teresa doet de bewaker de poort voor ons open. Naast deze man blijken er nog twee mannen in politie-uniform aanwezig te zijn. Ze zitten op een bankje in de schaduw van een van de gebouwen. Ze heten ons van harte welkom. De hoogste in rang voert het woord. Als wordt uitgelegd wie zij zijn en wat we komen doen, spreekt hij er zijn waardering voor uit. Hij bedankt voor de hulp bij de bouw en de uitbreiding van deze school. Het administratiegebouwtje is vervangen door een grotere. Een mooi resultaat. Daarnaast staan de oude wc’s. Deze staan er al sinds het begin van de school in 2003 en zijn duidelijk aan vervanging toe. Hier is men druk mee bezig. Een diepe kuil is al grotendeels uitgehakt, uit de bodem die vol met stenen zit.

 

Grote bergen met zand, stenen en cement liggen te wachten om te worden verwerkt. De cementen bouwstenen worden ter plaatse gemaakt met een metalen mal. Per dag kan één man zo 400 stenen maken. De WC’s zelf zullen weer bestaan uit een gat in de grond, waarbij de ontlasting in een open bak wordt opgevangen. De meest gebruikelijke manier nog hier in Burkina. Bij de beter gesitueerden en restaurants tref je ook hoe langer hoe meer spoeltoiletten aan.

De keuken en de eetzaal van de school zijn inmiddels veel te klein geworden voor de schoolpopulatie van ongeveer 1200 leerlingen. De school omvat nu een kleuterklas, lager school en een middelbare school. Het gevolg is dat de leerlingen per klas apart eten, buiten op het schoolplein. Sinds de regering voor alle kinderen de schoolmaaltijd betaald is het natuurlijk belangrijk dat ook alle kinderen deze krijgen op school.

 

Daarna gaan we door naar de Sainte Elisabeth, de school die opleidt tot naaister. Beide scholen doen het uitstekend, getuige de oorkondes die in de gebouwen hangen. De bij de in 2011 geopende school geplante mangobomen doen het prima. De eerste vruchten hebben ze al gedragen. Het lokaal waar de lessen op de naaimachines gegeven worden is inmiddels middels een muur gesplitst in twee lokalen. Een derde lokaal is er bij gebouwd. Het was onmogelijk met zoveel leerlingen tegelijk deze lessen goed te verzorgen. Fijn dat klassenverkleining hier kon worden toegepast. Ook elders wordt op dit moment nog gebouwd aan een nieuwe ruimte, die als bibliotheek zal moeten gaan fungeren. Achter op het terrein van de school heeft de tuinman boontjes en pinda’s geplant. Deze kunnen na de vakantie worden geoogst. Nu het vakantie is en regentijd, is het een kleine moeite om het te zaaien. De tuinman heeft er iets mee te doen en na de vakantie kan de schoolkeuken met de oogst aan de slag. Aan de buitenmuren zijn inmiddels doornenstruiken (acacia’s) geplant, om zodoende insluipers te weren. Er lijken minder ongewenste bezoekers langs de murenhet terrein te betreden sinds deze struiken er staan, zo vertelt men ons.

Ook kent dit terrein een vast bewaking. Achter op het terrein kunnen tevens de LO-lessen plaatsvinden op een soort van voetbalveldje, een geëgaliseerde stenenvlakte en een verspringbak, die op dit moment vol met onkruid staat.

 

De zon brandt inmiddels stevig en we besluiten om in de straat bij de school even wat te gaan drinken. Twee jongens hangen lui met hun mobieltje spelend over de tafel en komen moeizaam omhoog. Ze stoppen hun mobiele telefoons weg. Ook hier heeft de mobiele telefoon zijn weg gevonden naar veel jongeren, die er bijna niet meer van los kunnen komen. De tafel wordt schoongemaakt met een vochtige doek. Stoelen worden klaar gezet, hoewel ze niet allemaal even stevig blijken te zijn. Pascaline ziet er een met een gebroken poot en wijst de jongen er op. Hij pakt een andere en schuift deze er gewoon overheen. Het blijkt te werken. We nemen plaats. Op een bepaald moment vertrouw ik mijn stoel ook niet echt en kijk de poten even na. Ook mijn stoel heeft een gebroken poot. De jongen maar weer geroepen en ook ik krijg er een stoel bij. Dat zit wat steviger. Een aantal Burkinabé komen zo rond kwart voor elf binnen om wat te drinken. We worden hartelijk begroet. Zij beginnen meteen aan een ‘Brakina’, een veel gezien biermerk in Burkina. Wij hebben glazen gekregen met een plaatje om er op te leggen tegen de vliegen. Zij krijgen een metalen kroes, waar een klepdekseltje aan vast zit.

 

We rijden naar het nieuwe atelier van Tina. Ze zit nu niet ver van de Sainte Elisabeth af, vlak bij een grote doorgaande, geasfalteerde weg. Een gebouwtje waar een wachtruimte is voorzien van een bank, een omkleedhokje en een rails met daaraan de kleding die nog afgehaald moet worden. Achter deze ruimte zit het atelier, waarin de naaimachines staan en een tweetal meisjes bezig zijn. Zij lopen, samen met nog twee andere meiden, stage bij Tina om het vak te leren. Tina heeft haar werk even laten vallen om ons trots dit nieuwe onderkomen te kunnen laten zien. Ze had Sjef al eerder gemaild dat ze een kleine verrassing had. Meestal betekent dit soort berichten dat men in verwachting is. Dat blijkt toch niet het geval te zijn. Ondanks haar leeftijd, ze is nu 30 jaar oud, heeft ze nog geen vriend. De verrassing blijkt dus nu dit nieuwe atelier. In dit atelier maakt ze ook de schooluniformen voor de Sainte Elisabeth. Een leuke extra verdienste, die Pascaline haar heeft toegespeeld. Ze moet daarvoor echter wel per uniform 1000cfa aan de school doneren.

 

Na dit korte bezoek aan haar atelier hebben we een heerlijke lunch bij Pascaline thuis. Avocado met tonijn en rauwkost en speciaal voor ons gemaakte rijst met de lokale soumbala. Het is een in Burkina gemaakte vorm van maggi. Als je op markten komt ruik je het al van verre. Ik kan niet zeggen dat het aangenaam ruikt. Echter verwerkt als smaakstof in de rijst valt het me toch niet echt tegen, het smaakt veel beter dan dat het ruikt. In veel moderne huishoudens in Burkina gebruikt men het veel eenvoudigere maggiblokje om de smaak van een gerecht te verbeteren. Het maken van soumbala vergt de nodige tijd. Ik vraag me ook af of in een grote stad als Ouagadougou de grondstoffen ervoor ook wel zo eenvoudig te verkrijgen zijn. Veel zaken die op het platteland overal groeien of verbouwd worden zijn in de stad nauwelijks te vinden of anders bijna onbetaalbaar.

 

Na een korte siësta gaan Vincent en ik, met een door Pascaline geregelde chauffeur en Juliette als begeleider, naar Bazoulé. Sjef wil Pascaline vanmiddag een cursus Excel gaan geven, zodat ze haar boekhouding op eenvoudigere wijze kan gaan voeren. Onderweg worden we door een agent resoluut naar de vluchtstrook gedirigeerd. Ze hebben onze snelheid met een mobiele snelheidsmeter gemeten. We reden 64 in plaats van de toegestane 50 km per uur. De boete is 12.500 cfa. (een kleine 20 euro). Auch, dat doet even pijn. Er volgt een flinke discussie tussen de chauffeur en de agent, waarbij zich even later ook een tweede agent voegt. Af en toe bedient één van de agenten tussendoor nog even de snelheidsmeter en betrappen zo nog meer snelheidsduivels. Binnen de kortste keren staan we met vier auto´s aan weerszijden van de vierbaansweg. Juliette stapt uit en bemoeit zich op de smalle middenberm ook met de discussie. Het gaat zo enige tijd door. Twee andere auto´s, die later dan wij aan de kant gezet waren, zijn inmiddels na betaling van hun boete weer vertrokken. Het gesprek op de middenberm wordt rustiger. Er wordt daarbij ook gelachen. Uiteindelijk wordt de boete bepaald op 3000cfa (€4,50), nadat de beelden nog eens terug waren gekeken. Of door de discussie, dat is me niet duidelijk geworden. Redelijk tevreden lijkt de chauffeur terug te keren naar de auto. Jammer dat je op zo´n moment geen Mooré verstaat. Ik had de discussie graag willen volgen.

 

Na een klein uurtje arriveren we bij Bazoulé. De vlakke piste die naar het dorp en meertje voert is me van de vorige keer al bij gebleven. Naast de piste liggen goed onderhouden akkers, waar de ingezaaide gewassen er mooi bij staan. Ook de hutten van de plaatselijke bevolking laten zien dat er de nodige zorg aan besteed is. Bij het informatiecentrum hangen wat jonge mannen rond, wachtend op nieuwe klanten. We parkeren de auto in de schaduw en een jonge man komt naar ons toe en heet ons welkom. In 2013 heb ik Bazoulé al eens bezocht. Er is een meer met daarin de heilige krokodillen. Lokale jonge mannen begeleiden je er naar de krokodillen. De krokodillen worden dagelijks gevoerd met onder andere kippen. De lokale bevolking heeft eens per jaar een groot offerfeest voor hun heilige dieren. Dan worden er naast kippen ook runderen en schapen geofferd aan de krokodillen. Alle bezoekers wordt gevraagd of zij naast de entree ook een kip willen kopen om deze aan de krokodil te offeren. Het bezoek kost 1000cfa (1,5 Euro) per persoon en de kip kost hier 2000cfa. Natuurlijk willen we dat. Juist vanwege het feit dat de krokodillen al eeuwen lang gevoerd worden, aan mensen gewend zijn en in principe overdag ´slapen´ zijn ze ´minder´ gevaarlijk en eenvoudiger benaderbaar. Hoewel het blijven wilde beesten en in dat opzicht blijft gevaar toch altijd op de loer liggen. Het water staat erg hoog. De stranden die ik in een drogere tijd in 2013 zag zijn onder het water verdwenen.

 

 

 

 

 

Els en Juliette

in Bazoulé

 

 

 

 

We ontdekken een aantal kleine exemplaren vlakbij een inhammetje bij het bezoekerscentrum. Natuurlijk mag Vincent als eerste met de gids naar de krokodil. Hij ligt op de kant half in de zon en half in de schaduw van een boom. De gids geeft een tikje met een lange stok op zijn bek, om zijn reactie te peilen. De krokodil reageert niet en lijkt verder te slapen. Dan duwt de gids met zijn hand midden op de krokodil, ook nu geen reactie. Vincent mag zijn staart optillen, op de rug van de krokodil gaan zitten en vervolgens als stoere overwinnaar een voet op zijn rug plaatsen.

De gids moedigt mij ondertussen aan om toch maar vooral veel foto´s te maken. Terwijl ik daarmee bezig ben zie ik net naast me een naar wat ik denk een stenen exemplaar liggen met een afgebroken bovenste deel van zijn bek. Er liggen meerdere houten  en stenen exemplaren her en der op het terrein ter decoratie. Als ik iets over dit exemplaar zeg tegen de gids, vertelt hij me dat dit wel degelijk een levend exemplaar is. Ik schrik toch wel even en maak dat ik er weg kom, hoewel het wel een mooie fotopositie was. Daarna ben ik aan de beurt voor een fotoshoot met de ´slapende´ krokodil. Vervolgens wijst hij ons naar een verhoging waar we op plaats mogen nemen. Hij pakt de kippen, die hij even bij de stam van de boom in de schaduw had gelegd. Flink kakelend alsof ze hun einde voelde naderen wordt er eentje aan met een lang touw aan de stok vastgebonden. Op dit geluid komen een aantal exemplaren af. De gids laat de bungelende kip hier en daar op de platte bek van een krokodil vallen. Voordat de krokodil dan kan toehappen trekt hij de kip weer omhoog. De krokodillen blijken razendsnel te kunnen reageren. Hij daagt diverse exemplaren uit en enkelen komen zelfs met hun voorpoten van de grond af ten einde de kip te kunnen pakken. Mits je op tijd met je camera afdrukt levert dat natuurlijk spectaculaire foto´s op. Dan ineens is een eentje hem te snel af. Hij springt omhoog en klapt zijn grote kaken om de kip heen dicht. Hij laat zijn maaltje niet meer los. Nog een enkele keer slikken en de kip is verdwenen. De show is voorbij. We kunnen nog wel even genieten van een aantal Burkinese toeristen, die het er duidelijk helemaal niet op hebben staan, de krokodil te moeten aanraken. De gidsen lachen wat af. Deze gidsen zien dit schouwspel natuurlijk dagelijks. Zelden gaat het fout. Ze zeggen zelfs dat het nooit fout gaat.

Terug thuis zien we Sjef en Pascaline druk bezig met de Exel-les. Pascaline denkt dat ze nu wel weet hoe het werkt en ziet de gemakken ervan voor haar boekhouding.

`s Avonds komen de oudste dochter van Pascaline, Lidy, Oumar, haar man, met de kleine langs. Ze wonen in Bobo Dioulasso, de na Ouaga grootste plaats van Burkina. Ze zijn onlangs getrouwd. Er zijn veel mooie foto´s. Wat opvalt is dat op de meeste foto´s de mensen en het bruidspaar wel erg serieus kijken. Tina komt nog even aanwaaien, en ook de middelste dochter Cynthia is weer thuis. Zij is bezig met haar derde jaar medicijnen. Een zware studie, maar ze vindt het wel erg leuk en interessant. Ze heeft stage gelopen in een groot ziekenhuis in Ouaga het laatste jaar. De laatste weken heeft ze vanwege de komende overgangsexamens nauwelijks geslapen. Nu heeft ze enkele weken vakantie en kan ze even relaxen. Geen lessen op de universiteit, geen stage lopen, echt even niets doen. Na de vakantie gaat ze een lange stage doen op de eerste hulp. Hierna moet ze nog vier jaar. Daarna kan ze zich gaan specialiseren. Ze gaat zoals ze er nu naar kijkt waarschijnlijk oncologie doen. Ze denkt dat er op dit terrein nog veel te winnen valt in Burkina. Nu worden de meeste gevallen van kanker pas erg laat onderkend. Mogelijk zal ze deze studie in het buitenland moeten gaan volgen. Nog maar weinig specialismen worden in Burkina zelf opgeleid. Voordat ze met haar studie medicijnen begon heeft ze ook een tijdje deze studie in het buitenland willen gaan doen. Uiteindelijk is het toch de universiteit van Ouaga geworden. We gaan het wel horen wat het wordt te zijner tijd.

 

 

Bezoek aan Douré

 

Zondag 26 juli. Om zeven uur zitten we aan het ontbijt, nadat om kwart voor vijf de imam en de haan om kwart voor zes de wijk weer had gewekt. De katholieke mis begint in onze wijk om half acht. Ondanks het feit dat de kerk niet erg ver weg gelegen is stappen we toch in de auto. Achter in de auto ligt voor iedereen een klapstoel. Er zijn zoals in de meeste kerken te weinig stoelen voor al de bezoekers. Enkele fijne regeldruppels vallen al en de lucht is in de verte vrij donker. Dat belooft niet veel goeds. Bij de kerk staan zoals de laatste jaren gebruikelijk is geworden heel veel brommers geparkeerd. Ze staan in drie volle rijden aan een zijkant van de straat keurig naast elkaar. Ook staan er in de straat een redelijk groot aantal auto´s, waaronder die van Pascaline. Dit alles zorgt er voor dat de brede straat behoorlijk smal wordt. We stappen de binnenplaats van de kerk op. De overkapte ruimtes zitten al vrij vol. Veel mensen zoeken nu een beschut plaatsje onder één van de bomen en tegen een muur van een gebouwtje aan. Pascaline dirigeert ons ook in die richting. We plaatsen onze stoelen tegen de muur en gaan zitten. De mis begint. In de dienst wisselen de gezangen in het Morée en het Frans elkaar af. De lucht wordt donkerder, de wind neemt toe. Bezorgde blikken worden op de donkere wolken in de verte geworpen. Veel betekenende onderlinge blikken. De dienst vordert gestaag. Vlak voor de communie besluiten mensen te vluchten naar een overdekte ruimte. Wij doen day ook. Iemand van de ordedienst, herkenbaar aan een sjerp probeert zoveel mogelijk mensen de ruimte in te krijgen, door iedereen te manen goed aan te schuiven. De priester gaat onverstoorbaar verder. De communie begint en ik besluit niet te communie te gaan, omdat het inmiddels al aan het regenen is. Als de mensen te communie gaan waait de straffe  wind de leeg achter gelaten stoelen omver. Iemand van de ordedienst komt naar onze ruimte met een schaal hosties, om deze alsnog hier ook uit te reiken.  Daarna besluit Pascaline dat het tijd is om te vertrekken. Voor ons zijn al hele groepen anderen vertrokken. Ook zij wachten de zware bui niet af. Dit is nu echt wat je noemt voor het zingen de kerk uit! Met de stoel boven onze hoofden als een soort paraplu haasten we ons net als vele anderen huiswaarts. Gelukkig kunnen wij in de auto stappen, die even verderop in de straat geparkeerd staat. De regendruppels worden talrijker en net als wij uitgestapt zijn bij Pascaline thuis barst de hemel open. De regen slaat neer op het golfplaten dak en stort zich daarna op de betegelde binnenplaats. Een kabaal van jewelste. Ook onweerflitsen en gerommel in de verte. Het lawaai van dit gerommel wordt wat teniet gedaan door het regengekletter op het dak.

 

Vandaag staat Douré op het programma. Dit is een dorpje ten noordwesten van Ouaga. Sjef komt hier al vele jaren. Hij heeft er diverse projecten gerealiseerd, zoals een bos, mede mogelijk gemaakt door het Norbertuscollege in Roosendaal, waar hij toen docent was. Dit bos is bestemd als brandhout voor het dorp, waarvan goed gebruik gemaakt wordt. Daarnaast is een CSPS (kliniek) en een maternité (kraamkliniek) met logementen voor de verpleegkundigen, diverse mangobomen, waterpomp, toiletten en tot slot met Duitse steun een CEG (middelbare school) gerealiseerd. Het eerste stuk van de route kunnen we ondanks de hoosbui waarschijnlijk goed afleggen. Dat gaat over een asfaltweg richting Kongoussi, die over het algemeen wel goed te noemen is. Hoe de weg naar Douré zelf zal zijn zullen we ter plekke moeten bekijken. De weg bestaat uit pistes (rode verharde wegen) en vervolgens via allerhande paadjes de bush in.

Onderweg wil Pascaline nog even wat boodschappen doen. Echter langs de weg stroomt een heuse rivier en is de winkel waar zij inkopen wil gaan doen eigenlijk onbereikbaar. Nadat ze in de stromende regen is uitgestapt staat ze even te dubben wat nu te doen. En dan stapt ze toch maar het kolkende water in. Op sommige plaatsen staat ze er tot haar knieën toe in. De bodem is vol kuilen en gaten en dus is het eigenlijk best een riskante onderneming. Ze slaagt er in de winkel te bereiken. De boodschappen worden gedaan. Onder andere zakjes met water brengt ze mee. Plasticzakjes mogen sinds korte tijd niet meer gebruikt worden.  De regering wil korte metten maken met het gigantische plasticprobleem dat het land, net zoals vele andere Afrikaanse landen kent. Bij nadere bestudering van deze zakjes blijkt dat ze biologisch afbreekbaar zijn. Een hele verbetering denk ik zo. We rijden verder en komen bij de afslag naar Douré. Zodra we de piste zijn opgereden is een slagboom naar beneden. Dat lijkt een tegenvaller te gaan worden. De regen is inmiddels wel gestopt. De bewaker bij de slagboom vraagt waarheen we willen en of we bagage bij ons hebben. Zo’n ´barriere de pluie´ ben ik 2013 ook al eens tegengekomen. Zodra het regent gaan de slagbomen dicht. Met name vrachtwagens en grotere bussen worden dan tegen gehouden totdat de regen al meer dan een uur gestopt is. Dit is om de wegen er achter te beschermen. We hebben geen zware bepakking bij ons en dus mogen we er gelukkig door. We passeren even verder op een Peuldorpje. Hier wonen de herders in lagere, minder puntige hutten. Er is niemand te bekennen. Geen wonder na zo´n gigantische bui. Overal staan grote plassen water. Onze chauffeur stuurt behoedzaam om de grote plassen heen. Dat we behoorlijk door elkaar geschud worden ligt echt niet aan zijn rijstijl. Hij rijdt erg voorzichtig. Overal plassen en stromend water. Na enige tijd lijkt het einde van de reis voorlopig nabij. We zien alleen maar water op de weg, dat zich langs alle kanten naar beneden stort. Een bromfietser vanaf de andere kant waagt het er op. Met opgerolde broekspijpen stuurt hij, al slippend door het kolkende water, zijn brommer naar onze kant. Hij houdt zich slechts met grootst mogelijke moeite overeind. Het water is hier en daar zeker kniediep. De brommer redt het zonder om te vallen, maar een aantal keren is het wel erg spannend of hem dat gaat lukken. We zien in de verte nog meer mannen een voorzichtige poging doen om naar onze kant te waden. Het is het ontvangstcomité.

 Gelukkig maar, want na zo lange tijd de weg weten te vinden in de bush, waar allerhande paden op elkaar lijken valt niet mee. Een aantal keren heeft Pascaline al telefonisch om hulp gevraagd om de juiste route te vinden. Pascaline loopt zelf ook een stukje in de richting van de anderen. Na wat over en weer geroep wordt besloten dat we een poging gaan wagen er met de auto door heen te rijden. We rijden en komen al hotsend en botsend verder. Het water spat tot boven onze auto. We passeren met veel moeite het snelstromende diepe deel en vervolgens rijden we op aanwijzingen van de mannen het struikgewas in. Daar wachten ons twee grillig gevormde geulen met borrelend water. Op hoop van zegen, wat gas, en ja even later komen we veilig aan de overkant. Twee uur later dan gepland komen we uiteindelijk aan bij de CEG van Douré, die in 2013 gebouwd is. Er is niemand aanwezig. De bewaker wordt opgetrommeld. Na enige tijd gewacht te hebben besluiten we eerst maar de andere projecten te gaan bezoeken. Rondom de school is het verder nog stil. We lopen eerst langs een lapje grond dat Sjef jaren geleden al van de bevolking heeft gekregen als dank vanwege al zijn inspanningen voor het dorp. Afgezien van een termietenheuvel, wat bomen en struiken is het verder een groene vlakte waarop wat geiten staan te grazen. Daarachter passeren we een oude banco kerk. Dankzij het golfplaten dak er op staat het jaren geleden al in onbruik geraakte gebouw er nog. Duidelijk is wel dat het al in jaren geen enkele vorm van onderhoud heeft gehad. Dan passeren we de stenen kerk, met Nederlandse steun gebouwd. Een groep mensen staat na de dienst nog wat buiten te praten en komt ons begroeten. De meesten lijken Sjef zeker nog wel te kennen van eerdere bezoeken aan het dorp.

We stoppen even om een bloem van een baobabboom te bekijken. De mensen moeten er hartelijk om lachen. Voor hen niets bijzonders, voor ons dus wel. Ze wijzen omhoog waar er nog een hangt. Dat willen we natuurlijk even met de camera vastleggen. Nog meer gelach. Sjef´s belangstelling voor een knolgewasje dat overal voorkomt als onkruid, vindt men ook prachtig. Een Franse naam ervoor, mende, zoals we later van Roger horen, kent men hier niet.

Daarna door naar de CSPS (kliniek). Deze is eigenlijk gesloten, dus afgezien van de mensen die met ons meelopen is er niemand. Het dak blijkt flinke lekkages te hebben. De wind heeft het dak een tijd geleden meegenomen en de schade aan de bovenkant van het gebouw is goed zichtbaar. Er liggen nu wel nieuwe golfplaten op, maar eigenlijk zou een grotere reparatie niet overbodig zijn. Hierdoor zijn flinke schimmelplekken op de plafondplaten ontstaan. Niet erg fijn voor een plaats waar zieken mensen moeten verblijven. De in 2011 gerepareerde zonnecel werkt gelukkig nog wel. Toen werden operaties uitgevoerd door artsen en verpleegkundigen bij het licht van hun mobieltje. Dit moesten ze dan wel met hun mond vasthouden om op de juiste plaatsen bij te kunnen lichten. Het elektriciteitsnet heeft Douré nog niet bereikt. Gezien haar verre ligging in de bush, zal dat waarschijnlijk ook nog wel even gaan duren. Ook de toen meteen vervangen matrassen lijken nog in redelijke staat te verkeren. De fietsambulance, die in 2011 met lekke band in één van de ziekenkamers stond, staat inmiddels buiten tegen een boom. Ze willen deze niet meer gebruiken. Nadat bij een vorig bezoek was aangeboden de lekke band te laten maken werd duidelijk dat ze alleen nog met een gemotoriseerde ambulance (brommer) patiënten zouden willen vervoeren. Deze ambulancefiets vonden zij toen al geen optie, ook al was er niets anders. De deuren in het gebouw zijn grotendeels ten prooi gevallen aan vraatzuchtige termieten. Dit ligt niet aan de mensen van Douré, maar aan omstandigheden buiten hun wil. Het is niet om er vrolijk van te worden.

Het gebouw van de maternité (kraamkliniek) ziet er beter uit. Hoewel de termieten zich ook hier overal door heen gevreten hebben. Deuren, plafonds, alles van hout is niet veilig gebleken voor hun vraatzucht. Ook papierendossiers zijn voor hen niet veilig. Veel dossiers zitten nu nog in kartonnen dozen. Een enkele plastic bak en metalen kast is aanwezig, maar niet voldoende voor alle dossiers. Alleen in metalen kasten of kisten kun je nog spullen tegen de termieten beschermen. Een nieuwe deur was al besteld. Gelukkig zien de matrassen er in de maternité ook nog goed uit. De rond de gebouwen geplante mangobomen doen het prima en dragen al jaren lang vruchten. De plaatselijke bevolking en de bezoekers van de CSPS- Maternité kunnen ze vrijelijk plukken.

We vervolgen onze weg langs de forage (waterpomp). Ook deze functioneert na vele jaren nog steeds goed en wordt zoals we kunnen zien veel gebruikt. Diverse meisjes en jonge vrouwen halen er op dit moment, in grote gele jerrycans van 20 liter, water. Het slaan van deze pomp was 12 jaar geleden een behoorlijk lastige klus, omdat de grond hier bestaat uit een soort vulkanisch gesteente.

Toch nog maar even de kerk van binnen bekijken. Op de heenweg zijn we er gewoon langs gelopen, maar nu gaan we er langs de achterkant naar binnen. Op diverse plaatsen in de kerk staan grote plassen. Het dak lijkt wel een vergiet. We kunnen op vele plaatsen kleine gaatjes zien en op sommige plaatsen zijn de golfplaten verbogen waardoor ze niet meer tegen elkaar aangesloten zitten en ook daardoor flink gelekt hebben. Ook de muren vertonen flinke sporen van waterschade, merendeels als gevolg van het niet meer goed functioneren van het dak. Ook de luchtgaten vertonen wat vochtige plekken als gevolg van inregenen door deze gaten. Dit valt echter in het niet bij de overige regenschade. Aangezien de kerk ooit gebouwd is door de Stichting Pater Balemans is het misschien goed om dit door te geven bij terugkomst aan deze stichting uit Bavel.

Terug naar de CEG waar inmiddels al wat meer mensen aanwezig zijn. De dorpsoudsten, die we voor onze rondgang al hadden begroet, zitten op schoolbanken op de veranda van de school in de schaduw geduldig op ons te wachten. Ook op de rest van de veranda zitten, staan of hangen nu een groep dertigplussers. Kinderen zien we eigenlijk niet bij de school. Het is natuurlijk wel vakantie en veel kinderen van de CEG komen ook van wat verder weg. De kinderen die wel in de buurt wonen, moeten zoals gebruikelijk hier helpen met allerhande karweitjes. De jongens passen op het vee en de meisjes helpen in de huishouding. Of wat in deze tijd ook nog mogelijk is dat ze moeten helpen met ploegen, zaaien en schoffelen op de velden. De directeur van de school arriveert in een Mercedes in een smetteloos wit pak, met een man die zijn tas draagt en eveneens smetteloos witte kleding draagt. Hij begroet de dorpsoudsten als eerste en daarna ons. Hij verontschuldigt zich voor zijn verlate aankomst. We knikken begrijpend. Waar wij al problemen hadden met onze four-wheel-drive zal hij dat zeker gehad hebben. Na wat beleefdheden horen we van hem dat de school prima draait. Er zijn zelfs twee klassen zes, de laagste klas op de middelbare school, opgestart afgelopen schooljaar. De school draait nu drie jaar en heeft een groep 4, groep 5 en dus twee groepen 6. Deze vier groepen passen precies in het huidige gebouw uit 2011. De financiering ervan is gerealiseerd door een Duitse stichting, die al jaren lang vele scholen bouwt in geheel Burkina. Voor volgend jaar komen ze in lokalennood en de directeur vraagt of er nogmaals geholpen kan worden. Om een volwaardig schoolgebouw te kunnen realiseren hebben ze twee extra lokalen nodig. Al pratende wordt aangegeven dat het misschien het verstandigste is als de directeur zelf contact opneemt met de vertegenwoordiger van de Duitse Stichting hier in Burkina. Hij moet hem zijn probleem voorleggen. Dat lijkt op dit moment het meeste kans te maken. Indien deze vertegenwoordiger de aanvraag in behandeling wil nemen zal hij zekere komen kijken bij het huidige gebouw. Hij zal dan beoordelen in hoeverre men goed met de gekregen zaken is omgegaan. Het schoolgebouw ziet er prima uit en ook de banken lijken nauwelijks slijtage te vertonen. Dat lijkt dus wel goed te zitten. Blijft nog een puntje over dat wij meteen zelf al constateerden en we hier nu meteen ter sprake kunnen brengen. Bij ons bezoek in 2011 zouden we 20 mangobomen planten. Het planten van bomen is een eis van de Duitse organisatie. De Stichting Help Burkina heeft het dorp toen geholpen met de aanschaf van twintig mangobomen. Het planten bleek een gigantisch karwei. In de vulkanische bodem kon men toen nauwelijks komen. Symbolisch is er toen door ons met heel veel moeite en hulp van de lokale bevolking één boom geplant. De rest is meegenomen door de directeur van de basisschool van Douré en zou later door de plaatselijke bevolking geplant gaan worden. We zien net buiten de omheining van de school maar een enkele mangoboom staan. We vragen ons af waar de rest gebleven is. Een aanwezig leerkracht van de basisschool geeft aan dat bij zijn school er mangobomen geplant zijn. Op het terrein van de CEG (middelbare school) staat een groep acacia´s. Omdat de mangobomen het hier niet zo goed doen zijn deze daarvoor in de plaats gekomen. Het schoolplein verder is redelijk schoon en de vuilnisbak op het terrein lijkt goed gebruikt te worden. Dit zullen weer pluspunten zijn. De directeur belooft zelf contact te gaan zoeken met de vertegenwoordiger van de Duitsers. Via de mail zal met de stichting contact gehouden worden hierover.

De directeur geeft ook aan computers op school erg te missen. Dat is een lastiger probleem. Zonder elektra is dat een niet snel op te lossen probleem. De elektriciteitsbuizen zitten wel in het gebouw, maar zonder lichtnet zal het niet gaan. De enige oplossing zou een zonnecel zijn. Ook kostbaar en daarmee alleen ben je natuurlijk er ook nog niet. Iets toezeggen doen we dan ook niet.

We worden door de directeur uitgenodigd voor een maaltijd in één van de lokalen. Een aantal jonge dames heeft kort tevoren pannen, borden en bestek gebracht en een man op brommer is aan komen rijden met een kratje fris en bier. We nemen plaats in het lokaal, nadat onze stoelen met ons zijn meeverhuisd. Het is spaghetti met ezelvlees? Of is het toch van een rund. Het is niet van die, malse Nederlandse kwaliteit, maar zeker net zo smakelijk. Na afloop verhuizen we inclusief meubilair naar het naastgelegen lokaal. In alle lokalen staan op dit moment de banken drie of zelfs vier hoog opgestapeld tegen de achtermuur. Eén van de lokalen fungeert als opslag voor werklieden. Voor de dorpsoudsten worden enkele banken klaargezet. Zij schuiven met zijn vieren één bank. Als ook onze stoelen staan gaan wij zitten.

De jongere mannen zoeken een plaatsje tegen de muur. De dorpsoudste, een man met een fraai versierde peulhoed, neemt uitgebreid het woord. In het Mooré bedankt hij Pascaline voor haar jarenlange inzet voor dit dorp. Dan is er tijd voor een vertaling voor ons in het Frans. De onderwijzer vertaalt de dank aan Pascaline, die hem nu verbeterd en met name de belangrijke inbreng van Sjef in het geheel verwoord wil zien. Ze legt uit dat Sjef achter de schermen de grote motor is geweest en dat zij gezorgd heeft voor de link tussen Sjef en het dorp. Ook Sjef spreekt daarna een woordje en bedankt de bevolking voor het jarenlange vertrouwen dat ze in hem gehad hebben en voor de prettige samenwerking.

Nadat de dorpsoudste gesproken heeft steken één voor één de jongere mannen hun hand op ten teken dat ook zij iets willen zeggen. Ook zij zijn erg blij met alle vooruitgang die dankzij Sjef en Pascaline in het dorp zijn gerealiseerd. Tenslotte vraagt de dorpsoudste naar wie de metgezellen van Sjef zijn. De dorpsoudste stelt daarna voor dat Vincent te zijner tijd de rol van Sjef zal gaan overnemen. Er klinkt een instemmend gebrom en gelach. Als Sjef zegt dat hij dat in ieder geval goed vind, wordt er nog meer gelachen.

Tijd voor het aanbieden van de geschenken. Namens de jeugd van Douré krijgen we twee hanen en een zak vol parelhoedereieren aangeboden. Ze zijn wat kleiner dan gewone kippeneieren, maar wel wat boller.

 

Gezien het tijdstip, het is inmiddels vier uur en nog mogelijk te verwachten problemen met water op de terugweg, nemen we nu afscheid. Voor het donker thuiskomen zal wel niet meer gaan lukken. Rond half zes, zes uur is het hier meestal al donker. Overal zien we nog flinke plassen regenwater staan. Een groep peulkinderen speelt met veel plezier in een diepere poel. Als we passeren, er komen getuige de weinig bandensporen hier erg weinig auto´s, trekken we al snel hun aandacht. Enthousiast zwaaien ze naar ons en wij zwaaien vrolijk terug. Op de slechtste punten in de weg van die ochtend is het nog steeds problematisch. De enorme toestroom van water is wel ver gestopt, maar op de weg blijven kniediepe plassen over langere stukken gewoon nog staan. Het water spettert weer hoog en de motor heeft het duidelijk zwaar. De uitlaat klinkt sinds het eerste waterbad vanochtend al niet echt goed. Er wordt overlegt, door de struiken en de uitgesleten geulen of het hier er ook maar op wagen. De ‘deskundigen’ gaan voor de laatste optie. We hobbelen weer verder totdat we op het hoger gelegen deel aankomen. Hier zigzaggen we tussen de erven door en bereiken tenslotte weer heelhuids de slagboom. Deze staat nu open en de bewaker is weer naar huis.

 

De duisternis valt. De lampen worden ontstoken en gelukkig hebben veel auto´s en brommers ook hun lichten aan. Echter niet allemaal. De weg is nu weer geasfalteerd en gelukkig in prima staat. Zeker in bewoond gebied ligt er om de haverklap een zeer hoge drempel. De brommertjes en motoren scheuren er over heen zonder al te veel in te houden. Onze chauffeur remt gelukkig wel flink af en stapvoets rijden we er over heen. We zijn al genoeg door elkaar geschud. Achter in de bak liggen de hanen af en toe wel te protesteren. De eieren willen we graag heelhuids thuiskrijgen. De schalen zijn hier gelukkig erg hard, in vergelijking met die in Nederland, dus ze kunnen wel tegen een stootje.

 

Aangezien we vlak langs de congregatie van missionarissen rijden gaan we daar ook nog maar even langs. De zwager van Sjef, Père Willy Burm ligt hier begraven, na 50 jaar als missionaris in Burkina gewerkt te hebben. Hij is in 2013 overleden en hier begraven op het terrein van de witte paters. Sjef wil ook nog graag even zijn graf bezoeken. Ook hier is het zomervakantie en alleen de buitenlandse studenten zijn nog aanwezig. Eén van hen gaat op zoek naar een aanspreekpunt voor ons. Deze pater blijkt te hebben samengewerkt met Père Willy en is blij verrast door onze komst. We krijgen heerlijk koud water aangeboden en vervolgens voor wie wil nog een biertje. Bij het afscheid geeft de pater aan, dat we ook hier zouden kunnen overnachten, er zijn immers kamers genoeg vrij.

 

Het is vrij laat als we weer thuis aankomen. Binnen de kortste keren staat een heerlijk maaltijd, een soort pizza, op tafel. Ingrediënten: meel voor de bodem, ei, crème frêche, champions, peper en zout. We hebben het weer prima getroffen met onze kokkin Martine. Als toetjes een combinatie van stukjes papaja’s en mango, netjes weggelegd op het bordje.

 

Juliette komt met haar dochter Reine nog even langs om na te gaan wat een prima tijd is om morgen de dames van de stichting en de dames met hun kinderen die profiteren van haar project te ontmoeten. We kunnen dan meteen de meegebrachte kleding en schoenen aan hen overhandigen. Morgenmiddag rond een uur of vijf lijkt te passen in ons programma. Juliette zal kijken of ze dan zoveel mogelijk dames opgetrommeld kan krijgen. Ik vraag naar de studie van Reine. Ze heeft inmiddels haar tweede jaar economie er op zitten. Het bevalt haar goed. Ze heeft net haar overgangsexamen gemaakt. De uitslag ervan moet ze nog afwachten. Het is in alle lagen van het onderwijs gebruikelijk om jaarlijks een eindexamen te doen. Scholen die het uitstekend doen krijgen daarvoor een oorkonde, zoals bij Sainte Mère Teresa al twee jaar op rij heeft gehad.

Ook Tina komt nog even langs. Als Kokkin van ons straks in Seguem vertel ik haar lachend dat ze straks wel Nederlands moet kunnen spreken. We proberen het eerst met ‘smakelijk eten’. Soms lukt het haar dit uit te spreken, maar meestal klinkt het alleen maar lachwekkend. Ook Reine en Juliette doen hun best het uit te spreken. Het gaat hen in veel gevallen beter af. Ik schrijf de woorden op voor Tina en dan gaat het wat beter. Ze belooft thuis nog goed er op te oefenen. Ze vindt onze taal maar erg lastig. We spreken af dat ze dinsdag, haar eerste werkdag examen moet doen. We wachten de uitslag ervan maar af….  ;-)

 

Toch wel weer vermoeid, kruip ik na een heerlijk verfrissende koude douche te hebben genomen in mijn bed. De ventilator kan wel even uitblijven. De temperatuur is aardig gedaald. Ik hoor een mug zoemen en besluit het muskietennet nogmaals te inspecteren. Alles lijkt in orde en tevreden val ik al snel in slaap.

 

 

Maternité, Association Wendkouni en andere projecten

 

Maandag 27 juli. De imam heb vanochtend gemist. Wel heb ik gedurende de nacht of ochtend de ventilator toch nog maar aangezet. Hier kan ik me deze luxe nog even veroorloven. Straks in Seguem zal ik het in ieder geval zonder moeten zien te stellen. Rond kwart voor zes begint een haan vlakbij hard te kraaien. In de verte reageert een andere haan hierop. Mogelijk dat de koelere ochtend hem actiever heeft gemaakt denk ik dan nog. Ze houden het samen lang vol. Ineens realiseer ik me dat we gisteren zelf hanen hebben meegebracht uit Douré. Geen wonder dat het nu zo luid en zo dichtbij klinkt. Nieuwe territoriumgrenzen moeten natuurlijk weer door hen bepaald worden.

 

Na het ontbijt wachten we buiten onder de overkapping op de terugkeer van de auto. Gezien het vreemde geluid na de rit van gisteren was toch maar besloten er even iemand mee langs de garage te sturen. Daarom heb ik tijd om mijn dagboek bij te houden. Ondertussen probeer ik vele vliegen en allerhande steekbeestjes van me af te houden. Door de regen lijken ze talrijker en ook nog lastiger dan gisteren, hoewel mijn benen en armen te voren ook al aardig bezocht zijn door die ettertjes. De meiden proberen inmiddels de haan te vangen, die is ontsnapt. Telkens vlucht hij weer naar een andere kant van het huis als ze hem proberen te pakken. Ze hebben samen veel plezier. Alleen de haan lijkt het minder te vinden. Nadat hij gevangen is wordt hij buiten mijn gezichtsveld geslacht. Bij het ontdoen van de veren vragen ze of Vincent er een foto van wil maken. Er komen nog wat jongelui. Het is hier altijd een komen en gaan van mensen. Er klinkt veel gelach uit de keukenhoek buiten, totdat een glazen pot met suiker omvalt en breekt. Dan tempert het gelach even en wordt er iets over het kapotte glas heen gelegd.

Als de haan helemaal kaalgeplukt is wordt Vincent gevraagd nogmaals een foto te komen nemen. Er pruttelt een pan op de BBQ. To voor vanmiddag? Een van de meiden is de baobabbladen aan het ontdoen van hun middennerf. Alleen  het zachte blad wordt gebruikt. De bladeren zelf zijn gisteren meegebracht uit Douré. In Ouaga zijn deze bijna niet te betalen, omdat ze van buiten de stad moeten worden aangevoerd. Het is net als de dag ervoor toen Juliette onderweg kariténoten kocht. Ook deze zijn in Ouaga duur en op het platteland, word je er langs de weg haast mee dood gegooid. Juliette vertelde gisteren dat de twee volle pannetjes met karité gisteren net zo veel kostten als twee handen vol ervan in Ouaga.

 

Een man brengt de auto gerepareerd en wel terug en Pascaline betaalt de man. Dan kunnen we nu vertrekken naar Veronique. Zij leidt een project in Ouaga, sector 29, voor tienermoeders en vondelingen, die geen thuis meer hebben. De naam ervan Centre d’Accueil Hammiye.

 

Er wordt gezorgd dat de jonge kinderen (kleuters), maar ook de tienermoeders basaal onderwijs krijgen. Tienermoeders worden vaak door hun ouders verstoten, zodra zij merken dat hun dochter in verwachting is. De kinderen worden overdag opgevangen en krijgen hier alvast een basis waarmee ze later op een gewone school terecht kunnen. De moeders krijgen ondertussen taal en rekenles. Ook kunnen zij een opleiding volgen tot weefster, bij een daartoe opgerichte association, waar ook de moeder van onze kokkin Martine werkt. We ontmoeten haar daar, terwijl ze aan het werk is. Ze straalt als we haar zeggen hoe tevreden we zijn met de kookkunsten van haar dochter. Zij op haar beurt is ook weer blij dat Pascaline haar gevraagd heeft om bij haar die dagen te komen werken.

Ook hier heeft men natuurlijk te maken met het verbod op de aanschaf van plastic zakken. Veronique  toont ons de papieren tas, waarin ze nu haar spulletjes voortaan verkoopt. Ze zijn wel duurder dan de oude plastictassen weet ze te melden. Op de tas staat een foto van Martine achter een weefgetouw.

Om te voorkomen dat de geweven kleding vuil wordt, worden ze nog wel eerst in doorzichtig plastic verpakt. In een hoog tempo wordt door twee jonge vrouwen geweven. De moeder van Martine is bezig met een klein motief in te ‘breien’ in de stof. Het is een tijdrovend karweitje. Naast kleden maken ze hier ook handzeepjes en zeep om kleding mee te wassen. We bestellen er wat van en Veronique zal ze voor ons vertrek bij Pascaline thuis af komen geven.

 

In wijk 29 ligt tevens de begraafplaats van dit deel van de stad. Ouagadougou kent diverse begraafplaatsen. Het bijzondere van deze begraafplaats is dat Thomas Sankara hier begraven is. In 1983 pleegde hij samen met Blaise Compaoré een staatsgreep. Hij was het die in 1984 de naam Boven Volta veranderde in Burkina Faso (land van de rechtvaardige mensen). De vele hervormingen die hij doorvoerde, alsmede zijn aanpak van de corruptie zorgde er voor dat hij door veel Burkinabé gezien werd als held. De kwaliteit van leven nam voor veel Burkinabé toe. Onder andere door de bouw van scholen, gezondheids-voorzieningen en de aanleg van barrages. Zijn bewind werd hoe langer hoe gewelddadiger en autoritairder. In 1987 werd hij afgezet en vermoedelijk vermoord door troepen die loyaal gebleven waren aan zijn vriend Blaise Compaoré. Compaoré zelf is tot eind okt 2014 onafgebroken president geweest van Burkina Faso, tot hij middels een staatsgreep door militairen uiteindelijk zelf het veld moest ruimen. De nieuwe president werd Michel Kafando en de Eerste Minister Yacouba Isaac Zida. Zij beloofden bij hun aantreden dat er binnen een jaar democratische verkiezingen zouden komen. Daarbij werd meteen gesteld dat geen enkele persoon van de partij van Blaise Compaoré verkiesbaar zouden zijn in oktober 2015. Alle burgemeesters die onder het bewind van Compaoré aangesteld zijn inmiddels ook allemaal vervangen. Nu Blaise na 27 jaar verdreven is wil men zekerheid of Sankara hier werkelijk is begraven. Het graf van Thomas Sankara blijkt te zijn opgegraven. Omdat het naambordje ontbreekt kunnen we het eerst moeilijk vinden. Met wat hulp ontdekken we restanten van wat eens een graf is geweest. Bokjes hebben er bezit van genomen en liggen of staan op de resten. We horen dat de stoffelijke resten zijn opgegraven om te worden onderzocht. Men wil zeker weten of dit zijn stoffelijk overschot is dat hier begraven lag. Mogelijk dat als dat is vastgesteld, men hem op een waardigere plaats zal herbegraven. De begraafplaats zelf is over het algemeen ook erg onderkomen. Enkele nog goed verzorgde graven liggen er, maar van verzorgde paden is geen sprake. Het onkruid tiert er welig. Bokjes eten er van het onkruid en profiteren van de verdere rust die op de begraafplaats heerst. Het merendeel van de graven ligt er troosteloos bij. Het is begrijpelijk dat graven in banco (moddersteen) langzamerhand afgesleten raken door alle weersinvloeden. Ook andere graven, van cement gemaakt liggen er echter niet veel beter bij.

Het toegangshek is er al niet veel beter aan toe en ligt met kapotte scharnieren gewoon op de grond. Opvallend is dat geen enkele van de vier Burkinese dames die ons vergezellen die ochtend de begraafplaats betreedt. Waarschijnlijk denken ze ook hier, wat een rare mensen die Europeanen.

 

We schuiven ’s middags weer aan tafel bij Pascaline. Een heerlijke salade met kaas, groente in het zuur, stukjes groene paprika en nog zo wat. Het smaakt zoals altijd weer prima. Daarnaast heeft men to voor ons klaargemaakt. Een traditioneel gerecht van gierstenbloem, dat zeker in de armere streken nog dagelijks voedsel nummer één is, maar ook hier in de stad nog regelmatig op het menu staat in veel gezinnen. Dit wordt voor ons geserveerd met een baobabsaus. Dit sausje is in Ouaga wel luxe, aangezien de blaadjes vanuit het platteland moeten worden aangevoerd. In Ouaga zelf staan weinig baobabbomen meer. In Ouaga wordt daarom vaak soumbala, okra of gewoon maggi gebruikt voor het op smaak maken van een gerecht of sausje. Als toetje stukjes heerlijke friszure appel met stukjes zoete papaja. Een prima combinatie.

 

Rond een uur of drie arriveert Juliette samen met nog een andere dame  op hun brommers. Vincent en ik stappen bij hen achterop en de rit naar de maternité in zone nul kan beginnen. Zone nul is een gebied, buiten de officiële stadsgrenzen, waar mensen wonen die het verre van breed hebben. Hun huizen zijn gemaakt van banco (moddersteen). Het zijn over het algemeen éénkamer huizen. Wij zouden het waarschijnlijk een garagebox noemen. De vele slagregens brengen flinke schade toe aan deze huizen, die gelukkig wel voorzien zijn van aluminium golfplaten daken. Dit biedt nog enige bescherming aan de banco muren. De wegen tussen de huizen zijn smal en mogen eigenlijk nauwelijks de naam weg hebben. Met de auto kun je er eigenlijk niet door en kun je beter omrijden. Met de brommer lukt dat wel, dankzij de stuurmanskunsten van hun bestuurders. Het is optrekken om vervolgens weer vrij snel te remmen voor de volgende kuil of berg rotzooi op het pad. Ik ben blij als we veilig en wel zijn aangekomen bij de maternité. De dames zijn geïnformeerd over onze komst. Voor we er zijn vallen al de eerste regendruppels. Boven de wijk hangen gitzwarte wolken. Dat belooft niet veel goeds. Een kleine groep dames met hun kinderen is binnen als de bui echt losbarst. De regen die op het aluminium dak valt veroorzaakt een enorm kabaal. Een gesprek voeren is niet meer mogelijk. Een kindje houdt zelfs haar handen op haar oren. Omdat er alleen nog maar rietmatten voor de “ramen” hangen spettert er water naar binnen. Met wat losse zeilen wordt geprobeerd het regenwater tegen te houden. Dat helpt eventjes, want bij een windvlaag vliegt het plastic er weer af. Juliette doet nog een poging het water buiten te houden. Ze stapt op de bank en strekt haar arm in de richting van een spijker, waaraan ze het plastic wil bevestigen. De poot van de bank breekt los. Gelukkig springt Juliette op tijd van de bank af en landt veilig op de grond. Met behulp van een klapstoel wordt daarna de spijker weer in de bank getimmerd. Voor mij wordt dan wel een andere stoel geregeld.

Rosalie voert namens de Association het woord, zodra de regen is opgehouden en we elkaar weer kunnen verstaan. Een plasje is ontstaan achter in het lokaal. Rosalie vertelt dat het erg fijn is dat deze maternité gerealiseerd is. Jonge moeders, vaak alleenstaand met kinderen, kunnen hierdoor hun kinderen overdag in een veilige omgeving achterlaten, terwijl zij op de lokale markt proberen een inkomen te verdienen. Er zitten momenteel 37 kinderen, verdeeld over twee klassen op deze maternité. Twee professioneel opgeleide kleuterleidsters leiden de beide groepen. De salariskosten voor beide dames moet de Association zelf dragen. De problemen voor de Association zijn echter financieel gezien erg groot. Rosalie legt uit dat zone nul staat voor een wijk, die officieel geen wijk is. Er heerst veel armoede. Er is in deze wijk geen financiële ondersteuning door de gemeente of het rijk mogelijk. De normale bijdrage voor officiële maternité’s van 22 Euro kan twee derde van de moeders niet betalen. Kinderen van de moeders die niet instaat zijn het schoolgeld voor zo’n plaats te betalen, worden toch toegelaten. Zij betalen slechts een geringe bijdrage, naar rato van hun inkomen. Er zijn te weinig stoelen en banken. Het gebouw zelf is nog niet af, zoals we hebben kunnen zien. Kozijnen met de luiken ontbreken en ook een deel van de gebouwde muur aan de korte zijde is om een of andere reden ingestort. Ook weer een kostenpost waarop niet gerekend was. Tot slot hebben ze ook nog een lening lopen, die nog moet worden afbetaald. Dit was nodig om toch met de maternité van start te kunnen gaan. Enkele van de opgenoemde cijfers kan ik volgen, maar aangezien vele getallen elkaar opvolgen en ik ze toch niet zo snel om kan rekenen naar Euro’s besluit ik maar begrijpend te knikken en niet meer te proberen ze te verstaan en om te rekenen. Het is alles bij elkaar voor hen in ieder geval heel veel geld. De cijfers in het Frans zijn al jaren een ramp voor me. Het omrekenen naar Euro’s is eigenlijk niet eens het grootste probleem. Alles maal anderhalf en drie nullen er af.

Een aantal dames begint de meegebrachte spullen te sorteren. De dikke truien en vesten op één stapel. De t-shirts op een andere. Juliette vraagt me om alle aanwezige kinderen een t-shirt te geven. Omdat ik twee jaar geleden al wat ervaring heb opgedaan gaat me dat redelijk goed af. Het hoeft niet helemaal te passen, als het maar niet te klein is. Als ik een shirt met aapjes aan een jongen wil geven, die nog geen shirt heeft, kijkt hij me verschrikt aan. Ik vraag of hij dit shirt wil. Hij schudt heel hard nee. Ik ga op zoek naar een ander. Met een roze paarse trui is hij wel blij. De kinderen en de dames die wat later arriveren, omdat ze ergens de bui hebben afgewacht, worden tussendoor nog snel voorzien van een  t-shirt. Daarna mogen de dames zelf nog een aantal kledingstukken uitzoeken. Vele handen graaien door de stapels heen en tenslotte lijken alle dames tevreden met wat ze bemachtigd hebben. Ook voor de meegebrachte schoenen is veel belangstelling. Voor alle kinderen is er een zakje bissap, een drankje gemaakt van bloemen van de hibiscus. Met onder andere suiker en kaneel is dit een lekkernij voor de kinderen en ook voor ons. We maken nog wat foto’s van kinderen in hun nieuwe outfit. Aan de aanwezige kleuterleidster overhandig ik nog wat spullen voor als de school straks weer begint. Wat poppen en knuffels, wat auto’s en wat tekenmateriaal. Ze is er erg blij mee. Tevreden en na me bedankt te hebben vertrekken de dames weer met hun kroost. Een nieuwe bui lijkt er aan te komen en dus wordt alles snel afgesloten en vertrekken we weer achter op de brommers, plassen met water en bulten van afval ontwijkend. Terug bij haar thuis aangekomen laat Juliette me de spullen zien, die nu tijdens de vakantie staan opgeslagen bij haar thuis. Een heus hobbelpaard, tafels en stoelen, een doos met speelgoed. De tafels ogen niet al te stevig. Van de plastic stoelen zijn al diverse poten afgebroken. Omdat er in de vakantie geen gebruik van gemaakt wordt, staan ze voor de veiligheid opgeslagen bij Juliette thuis. Hoewel er wel een soort van bewaking is bij de school, durft ze er toch niet op te gokken dat er niets wordt weggehaald in deze periode.

 

Sinds kort woont ook haar moeder bij haar in. De vader van Juliette is afgelopen jaar overleden. Moeder is dementerend en kan voor haar eigen veiligheid niet meer alleen blijven wonen. Ze begroet me heel hartelijk in het Mooré. Ze spreekt namelijk geen Frans. Als ik ook wat mij bekende woordjes in het Mooré uitspreek vindt ze dat prachtig. Er vallen weer wat spetters en we worden terug gebracht naar Pascaline. Net als overal in de wijk als kinderen ons zien voorbijrijden roepen ze ‘nassarra’ naar ons, hetgeen blanke betekent. Ze zwaaien enthousiast. Ik heb inmiddels iets meer vertrouwen gekregen in Juliette als bestuurder. Durf mijn hand nu los te laten en zwaai af en toe terug.

 

Terug thuis is Lidy er ook weer met de kleine. Pascaline speelt met hem. Daarna gaat hij om de beurt naar een van de meiden. De kleine mag in bad en ook daarvoor zijn genoeg liefhebbers te vinden om daar bij te helpen.

 

Vincent komt ook binnen zitten, want zo zegt hij het wordt buiten te donker om een boek te lezen. Prompt valt binnen het licht uit, dus kan hij ook binnen niet verder lezen. Dat is iets waar men hier al jaren aan gewend is. Lampen zijn dus snel gepakt. Het begint weer te regen. De druppels klinken luid op het dak. Ik bedenk opeens dat ik vanmiddag mijn shirt heb gewassen en dat dat buiten aan de waslijn hangt. Als ik ga kijken zie ik dat iemand het al voor me binnen heeft opgehangen. Met de bui van vanmiddag had het anders toen al wel flink nat geworden bedenk ik me ook nu pas. Hij ligt op mijn kamer er is ongeveer droog. Even later barst een flinke onweersbui los. Een flinke stortbui, die later over gaat in een voor ons bekend mals zomers buitje. In onze straat zullen we geen wateroverlast krijgen, maar er zijn wijken en straten, die berucht zijn om hun wateroverlast bij flinke buien. In Nederland is dat echter ook niet anders. Ik hoop dat ze het op de meeste plaatsen droog gaan houden. We horen dat er afgelopen dagen een 400 mensen dakloos zijn geworden toen hun huizen als gevolg van de hoosbui  zijn ingestort. Omdat het vakantie is konden ze gelukkig tijdelijk worden ondergebracht in een schoolgebouw.

Weerzien met Roger en kennismaking met Seguem

 

Dinsdag 28 juli. We gaan vandaag naar Seguem, het belangrijkste doel van onze reis. Roger, de onderwijzer uit Kokossin, die we in 2006 hebben leren kennen komt met een auto en chauffeur vanuit Koupela om ons op te halen. Voordat hij arriveert maken Vincent en ik nog een ommetje door de wijk. We slaan de rechtse zijstraat in. Door jarenlang gebrekkig of geen onderhoud aan deze straat ligt er een brede uitgesleten rivierbedding midden in de straat. Bij grote regenbuien is duidelijk dat hij veel water te verwerken krijgt. We zullen dat deze dagen in Ouaga nog een keer daadwerkelijk zien gebeuren. Na zo’n hoosbui staat de straat helemaal vol water en stroomt het naar een soort riool verder, naar lager gelegen delen van de stad. We slaan weer rechtsaf. Hier en daar zijn er mensen op straat, die ons vriendelijk begroeten. Kinderen roepen ons na, ‘nassarra, nassarra’ en zwaaien naar ons. We zwaaien ook vriendelijk terug. Al deze dagen dat we nu hier zijn hebben we nog geen enkele blanke gezien. De kinderen vinden het geweldig als we terugzwaaien en staren ons vaak na. We gaan nu eens links af. Enkele kinderen spelen in het natte zand. Dankzij veel en soms zware regenval is de anders zo stoffige straat nu een prima zandbak geworden. Ze lijken de contouren van een huis, compleet met een muur, toilet en slaapkamers te hebben nagebouwd. Ze vinden het leuk dat we even naar hun bouwwerk komen kijken. Dan gaan we weer rechtsaf, langs de kerk, met ervoor een grote ommuurde vlakte en toiletten. Weer wat links en rechtsaf, totdat we de richting kwijt zijn geraakt. Om te voorkomen dat we echt gaan verdwalen besluiten we de weg maar precies zo terug te lopen als we gekomen zijn. Eerder heb ik al eens gemerkt dat heel veel straten erg op elkaar lijken. Dan herkennen we weer waar we zijn en lopen we rechtstreeks terug naar huis. Er is inmiddels contact geweest met Roger. Het kan nog wel even duren voordat hij hier is. Een tijdje later volgt opnieuw een telefoontje, omdat ze de wijk niet zo goed kennen en ze de juiste afslag niet kunnen vinden. Een van de meiden wordt met de brommer er op uit gestuurd om ze te halen.

 

Door alle regenval is het behoorlijk afgekoeld. Voor ons niet erg, maar de Burkinabé vinden het toch wel erg koud en trekken een warm vest of trui aan. Wij zitten nog heerlijk buiten in ons t-shirt te wachten op ons vervoer. De koffers staan al klaar onder de carpoort, om straks in de auto te worden geladen.

Tina is druk doende alle keukenspullen die mee moeten klaar te zetten. Rond twaalf uur arriveert Roger met de auto en Christoph, die de komende tien dagen in en rond Seguem onze chauffeur zal zijn. Christoph rekent voor zijn diensten inclusief de huur van een four-wheel-drive 60 Euro per dag. De meeste spullen gaan op het dak, waar ze stevig worden vastgebonden op de imperiaal. De door Pascaline meegegeven matrasjes worden bovenop de koffers vastgemaakt. Er is geen zeil om de boel af te dekken. “Nu maar hopen dat het onderweg niet gaat regen, anders wordt het zwemmen op de matrassen vanavond”, zeg ik tegen Tina.

Onderweg passeren we diverse landschappen. Allereerst rijden we over de onverharde wegen van wijk 28. Overal zie je dat handel wordt gedreven of diensten worden aangeboden. Bijvoorbeeld het wassen van auto’s of brommers, het repareren van de brommertjes, het lassen van staal, de verkoop van brood, fruit, verkoop en/ of opladen van mobieltjes, enz. Enkele jaren geleden beheersten de fietsers nog het straatbeeld in Ouaga, nu lijkt dat te zijn overgenomen door vaak zwarte rook uitstotende brommertjes. Zij gaan kriskras over de weg en rijden niet alleen op het daartoe bestemde deel van de weg, maar overal waar ze maar even een gaatje vinden, dus ook tussen de auto’s. Aan de verkeersregels houden ze zich niet, behalve als politieagenten of andere verkeersregelaars op de kruispunten met de stoplichten staan, met name tijdens de spits. Dan blijkt men toch ineens te kunnen stoppen voor rood licht. De verkopertjes rond de stoplichten melden zich zodra de auto ergens stopt voor rood licht. Van telefoonkaarten tot pakjes zakdoeken, van appeltjes tot kariténoten.  We zien zo van alles langs komen. Ook zien we hier en daar bedelende kinderen en moeders met baby’s, die met hun blikje staan te bedelen op kruispunten. Met gebaren vragen ze ons om hen iets te eten te geven. Vermoedelijk krijgen deze kinderen thuis niet al te veel te eten. Jammer dat zij geen ander mogelijkheid zien om op een of andere manier dan toch nog iets te verdienen. Via een fraaie asfaltweg verlaten we de stad oostwaarts. De weg is weliswaar maar tweebaansweg, maar in prima staat van onderhoud. Langs de weg zien we afwisselend dorpjes, met langs de weg de gebruikelijke handel en nijverheid, en een licht glooiend landschap. Door de ruime regenval van de afgelopen weken is het overal erg groen. De meeste akkers zijn geploegd en ingezaaid, hoewel er hier en daar nog wel mensen achter de ploeg lopen. De ploeg wordt voortgetrokken door een ezel, of als men dat heeft een rund. De runderen zijn veel sterker dan ezels en dan gaat het ploegen dus ook veel sneller. De beesten worden geleid door een jongetje. Een grotere jongen ‘bestuurt’ de ploeg en een derde jongen geeft zo nodig de ezel of het rund een flinke tik met een tak. Vaak zie je op zo’n veld ook enkele vrouwen en kinderen die in de verse voren aan het zaaien zijn. Eén voor één worden de gaatjes gehakt en wordt een enkel zaadje er in los gelaten. Daarna schuift men er weer wat aarde overheen. Het water staat op veel plaatsen nog tussen de voren. De gewassen schieten omhoog. Zo te zien gaat dit een prima oogst straks opleveren.

We bereiken het dorpje Kougri, dat langs de weg aan de Nakambe rivier ligt. Dankzij de Nakambe, kent men hier al jaren een bloeiende visserij en dus handel in kleine visjes. De Nakambe rivier wordt buiten Burkina Faso ook wel de Volta Blanche, de Witte Volta genoemd. Hij begint ten noorden van Ougadougou en stroomt zuidwaarts (640km) naar Lake Volta in Ghana. De naam Volta komt van het Portugese “twist”, dat de ontelbare bochten in de rivier aanduidt.

Het water staat dit maal erg hoog. De bomen staan met hun stam in het water. De Nakambe-rivier zelf is enorm breed geworden en stroomt nu erg snel. Plaatselijke jeugd springt vanaf het viaduct met een luide plons het water in. Ze zwemmen er heerlijk in rond en hebben duidelijk veel plezier. De reden waarom we hier stoppen is dat er een geweldig idee hier in de praktijk gebracht is. Een man heeft tegen de helling bij de rivier een soort van terrassen aangelegd, met dijkjes er om heen. Het hoger gelegen terras heeft telkens een overloop naar het lager gelegen terras. Met een pomp en buizen wordt water uit de rivier naar het bovenste terras gepompt. Wanneer de rivier zich later in het jaar, als de droge tijd begint, langzaam zal gaan terugtrekken kan het buizenstelsel worden verlengde en de pomp mee worden verplaatst.  Zodoende heeft de tuin het gehele jaar door beschikking over water. Er kan dus ook het hele jaar groente en fruit verbouwd worden. Verspreid over het terrein staan onder andere papajabomen en ananasplanten. Een geweldig idee. De man laat ons dan ook trots zijn paradijsje zien. Na afloop bedanken we de man voor zijn rondleiding. Hij excuseert zich voor het feit dat hij ons geen fruit kan aanbieden, aangezien de bomen nog in bloei staan en fruit dus niet voorhanden is.

 

Verder in de richting van Koupela. Deze stad ligt op een 140 kilometer van Ouaga en is naast Fada Ngourma een van de weinige grotere steden aan de weg richting Niger. Hier en daar passeren we rotsformaties, waar de weg door heen is aangelegd of vlakkere delen waarin grote rotsblokken verspreid liggen. Koupela betekent in het Mooré witte rotsen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel stenen wit zijn, naast donker rood gesteente. Jongetjes die het vee hoeden zie je overal met hun grazende kuddes. Soms alleen geiten of runderen, soms een mengeling van beiden. Ook passeren we vele gebieden waar duidelijk een grote hoeveelheid water is gevallen getuige de grote plassen of de natte akkers.

 

In Koupela aangekomen doet Tina nog even wat laatste boodschappen. Daarna rijden we naar het huis van Roger. Vivianne, de vrouw van Roger, zit met de twee kinderen, Fabrice (5 jaar) en Ornella (net 1 jaar), op ons te wachten. Helaas voor onze matrassen op het dak begint het net voor we bij zijn huis aankomen flink te regenen. Roger trommelt thuis in allerijl een stuk plastic op om de bagage enigszins droog te kunnen houden. Wij zoeken wat beschutting tegen een muur. Uiteindelijk besluiten Roger en Christophe om toch maar de matrassen van de auto te halen. Al behoorlijk nat worden ze in de kamer van Roger  gezet. Een hier gebruikelijk cementstenen huis met diverse kamers. De huiskamer wordt middels een opgehangen lap afgescheiden van de rest van het huis. Gezien de geluiden die er vandaan komen denk ik dat daar de keuken zit. Op de vloer liggen geglazuurde tegels. Hier en daar hangen loze leidingen aan de muur, waaraan nog geen stopcontact of schakelaar is bevestigd. De Televisie staat op een lage kast, een stekkerdoos ligt naast de kast. Hierin worden diverse mobieltjes opgeladen. Verder nog een bankstel en een salontafel en een  laptop in de hoek op een tafel. Roger heeft twee panden gekocht en zit dus wat ruimer in het aantal kamers. De douche en toilet zijn buiten in de tuin. Fabrice komt wat schoorvoetend ons een handje geven. Ornella wordt even later binnen gedragen op de arm van Vivianne. Zij heeft het er duidelijk niet op staan, al die vreemde blanke gezichten. We krijgen eerst wat water aangeboden. Erg welkom. Sinds vanochtend, het is inmiddels vier uur, hebben we weinig meer te drinken gehad. Daarna volgt frisdrank of bier naar keuze. Zoals hier gebruikelijk is, moet dat nog wel eerst even gehaald worden met de brommer. Heerlijk gekoeld komt Vivianne er even later mee binnen. Vivianne heeft het eten al klaar staan op tafel in twee pannen. Eén met rijst en één met flinke moten vis. We laten het ons smaken. Ornella blijft ons met grote ogen bekijken. Ze moppert wat, maar als Vivianne haar de borst wil geven is ze daarvoor toch te onrustig en wil ze verder naar die vreemdelingen kijken. Fabrice komt, nadat hij enige tijd wat achter de bank naar ons heeft staan te kijken en daarna wat op een lei heeft zitten tekenen, wat dichterbij. Hij heeft een schrift in zijn handen dat hij aan me geeft. Op de maternité (kleuterschool/ dagopvang) doen ze hieruit regelmatig een soort voorbereidende schrijfoefening. De data staan er keurig bij geschreven. Het gebeurt op een speelse manier. De sprongen van een kikker, de sporten van een ladder, de strepen van een zebrapad of de krullen die de rook van een bromfiets moeten voorstellen. Vooral dat laatste is hier erg herkenbaar. Vele brommertjes rijden hier met grote walmen uit hun uitlaat rond.  Van lieverlee raakt Ornella toch wat gewend aan ons en met de rug naar me toe en hobbelend op mijn knie blijft ze dan tenslotte toch zonder te jammeren bij me zitten. Daarna lukt het ook om ze bij Vincent en Sjef op schoot te zetten, hoewel ze nog wel een beetje tegensputtert. De regen is gelukkig weer opgehouden en we lopen terug naar de auto. In de tuin bewonderen we nog even de bananenboom, die dit jaar al zijn eerste vruchten heeft gedragen.

 

 

Bij Sequem, zo’n 22 kilometer voorbij Koupela, gaan we de weg af en in de verte zien we al een groep mensen staan. We horen getrommel. Dichterbij gekomen zien we dat er ook gedanst wordt. We stappen uit. Enkele mannen komen ons als eerste begroeten. Nadat het eerste kind ons schoorvoetende een hand heeft gegeven volgen er meer. Het spreekwoordelijke schaap over de dam….. Het dorp heeft ongeveer 800 inwoners en maar liefst 4 forages (waterpompen), wat vrij veel is. De stoelen worden klaargezet en de dorpsoudsten nemen er op plaats. Voor onze voeten worden ook plastic stoelen gezet.

We staan enige tijd te kijken naar het dansen. Om de beurt komen de mannen naar het midden en maken snelle dansbewegingen, die me nog het meeste doen denken aan een  haan met gespreide en wapperende vleugels. Ondertussen wordt in een zeer snel ritme met de voeten gestampt op de grond. Het merendeel doet dit op blote voeten. Enkele omstanders verwijderen hier en daar wat vervelende keien. Het ritme wordt opgejaagd door een grote trom en twee kleinere trommels. Als zij even stoppen begint in de andere hoek een groepje van over het algemeen wat oudere muzikanten te spelen. Twee trommelaars en twee man met metalen instrumenten.  Na enige tijd gaat dit groepje zitten naast de dorpsoudsten en neemt de eerste groep het weer over. Naast de enkele mannen, komen ook hier en daar jongeren en vrouwen naar het midden om hun danskunsten te tonen. Sommigen schoorvoetend, anderen vol overtuiging. Een aantal mannen van de groep krijgt van omstanders geld in de mond gestopt als teken van waardering.

Een jong meisje heeft ook al een paar keer gedanst en Sjef stopt ook bij haar een briefje in haar mond. Helemaal verbouwereerd verlaat ze de kring. Dit had ze natuurlijk niet verwacht. Het publiek moet vreselijk lachen. Er wordt tevens hard gelachten bij een danser, bij wie de broek tijdens het dansen afzakt. Hij maakt snel dat hij wegkomt uit de  kring. Als hij later weer terugkeert in de kring, heeft hij een riem om zijn broek gebonden. Dat helpt echter ook niet en dus na een kort optreden moet hij zijn broek weer gaan hijsen.

 Tijdens het dansen krijgen we welkomstwater aangeboden Het is water met daaraan meel en suiker toegevoegd. We nemen er een slok van en geven de beker daarna door. De chef, de hoogste in rang van dit dorp, heet ons van harte welkom en spreekt de hoop uit dat we een goede reis gehad hebben. Ze hadden ons al rond het middaguur verwacht. Het is inmiddels bijna zes uur ’s avonds. De avond begint te vallen. Roger geeft aan dat het Mooré dat hier gesproken wordt weer net wat anders is dan dat van Koupela. Gelukkig lukt het om de woorden van de Chef, vertaald door een ander, toch voor ons te vertalen in begrijpelijk Frans. De Chef bedankt daarna voor alle hulp die zijn dorp geboden wordt. Sjef op zijn beurt bedankt de Chef voor de gastvrije  ontvangst. Er volgen nog wat dansen, totdat het aardig donker begint te worden. De trommels stoppen. Een teken dat de bijeenkomst ten einde is. Mensen moeten nog terug naar hun huizen. Verlichting, anders dan die door de maan, is er hier niet. Begeleid door tromgeroffel, iets wat normaal alleen weggelegd is voor hoogwaardigheidsbekleders, gaan we naar ons logement. Dit is tijdens het schooljaar een huisje, dat bewoond wordt door een van de leerkrachten van de basisschool van Seguem. De komende tien dagen zal het ons thuis zijn. Een grote groep mensen volgt ons naar het logement. We gaan naar binnen om ons onderkomen in te richten. Tina en Andrea hebben de keuken al ingericht. Ze zijn bezig aardappels te schillen en de kip te kruiden. We eten vanavond frites met kip en bananen toe.

 

 

 

Langzamerhand vertrekken de bewoners van Seguem. De rust keert terug om ons heen. We horen de geluiden van vogels, krekels en af en toe een op de grote weg passerende vrachtwagen of bus. Na het eten kruipen we in bed. We hebben een soort koepeltentjes meegebracht voorzien van muskietengaas. Hierdoor hoeven we niet een of andere constructie te bedenken om de muskietennetten op te hangen. In het regenseizoen geen luxe hebben we al gemerkt. Ook het spuiten van Deet helpt wel, maar helemaal zonder muggenbulten komen we er toch niet van af. We vallen snel in slaap. We slapen heerlijk deze eerste nacht in Seguem.

 

 

Omgeving verkennen en het project in Seguem

 

Woensdag 29 juli. Na het ontbijt gaan we samen met Dramane naar het gerealiseerde project kijken, dat tot stand kwam met steun van Stichting Help Burkina. Een gebied van ongeveer drie hectare is inmiddels met gaas omheind. Onder het gaas is een stevige cementenrand aangebracht, zodat dieren er niet onder door kunnen graven. Het terrein is opgedeeld in twee delen. Links waar we binnen komen wordt op dit moment hard gewerkt aan de voltooiing van een runderstal.

De banco stal uit 2011 is te klein geworden en in de regentijd erg aan slijtage onderhevig. De runderen staan voor de stal nu te wachten om mee naar buiten genomen te worden om in de vrije natuur te gaan grazen. Het was vorig jaar vanwege een matige oogst niet gelukt om voldoende voer te verbouwen. Met de regentijd zoals die nu gaande is, waarin veel regen valt zijn de vooruitzichten op een goede oogst veel beter. Dankzij deze regentijd is er meer dan genoeg voer in de directe omgeving te vinden. Een paar jongetjes moeten er voor zorgen dat ze natuurlijk niet op de akkers gaan grazen, waar de jonge planten net opkomen. Afgelopen voorjaar, was het erg droog en heeft men daardoor ook enkele runderen verloren. Deze waren in de droge periode zo verzwakt, dat zij na flinke slagregens van afgelopen maand niet meer in staat waren om op te staan. Gelukkig was één van de runderen kort ervoor bevallen van een gezond kalf. Ook hebben ze een rund verloren die gebeten was door een slang. Naast de nieuwe runderstal staat een toilet voor de bewaker van het terrein. Urine en ontlasting worden gescheiden opgevangen. Beiden worden afzonderlijk gebruikt voor de bemesting van het land. Eens in de drie maanden moet men het reservoir leegscheppen. Dit kan door aan de achterzijde wat stenen uit de muur te halen. Als de ruimte leeggeschept is kan men de stenen weer op hun plaats terug metselen. Naast de toilet staat een beschutting tegen zon en regen, die bestaat uit boomstammen, met daarop de voedselvoorraad voor de dieren. Aangezien die al vroeg op was hebben de dieren op dit moment eigenlijk geen beschutting. De enige beschutting vormen nog de

aanwezige struiken en bomen. Aan de zijkant van dit eerste deel staat een gemetseld onderkomen voor de bewaker en een magazijn. De woning is voorzien van een zonnecel, en dus daarmee van licht. Gezien het feit dat het dorp, dus ook de runderstal vlak bij de grote weg naar Niger ligt is bewaking geen overbodige luxe. Op het terrein lopen vele parelhoenders hun kostje bijeen te scharrelen. In het huis van de bewaker zien we een flinke hoeveelheid parelhoedereieren liggen. De parelhoeders zijn de menselijke aanwezigheid duidelijk gewend. Als er wat geklakt wordt met de tong komen ze langs alle kanten aanrennen. Ze worden dagelijks gevoerd. Als Dramane een termietenheuveltje open schopt zijn ze er als de kippen bij om zich te goed te doen aan deze lekkernij. In dit deel wil men op termijn ook nog een schuur bouwen voor de geiten.

Het tweede deel van het terrein ligt achter wat dunne metalen draden. Het lijkt ons erg weinig om de runderen tegen te houden, maar Dramane verzekert ons dat het werkt. Als ze met hun neus tegen de draden aankomen deinzen ze meteen terug. In dat tweede deel zijn veel jonge bomen aangeplant. Tussen de bomen wil men voedsel en veevoer gaan verbouwen, zoals bijvoorbeeld mais. De maiskolven zijn voor de menselijke consumptie, de stengels zijn dan voor het vee. Ook groeien er diverse medicinale kruiden. Onder een aantal wat grotere bomen staan nog een flink aantal kleine boompjes die nog geplant moeten worden. Even verder op vindt Roger tussen de takken van een lage struik een nest met eieren van een parelhoen. Moeder hen is nergens te bekennen.

Naast deze omheining staat een omheinde kippenfokkerij. Onder een boom voor de kippenfokkerij nemen we even plaats op een paar op elkaar gestapelde bouwstenen. Hoewel het er vanochtend op leek dat we weer een bui zouden krijgen, is de zon nu toch weer door de wolken gebroken en loopt de temperatuur weer aardig op. Na een korte pauze gaan we in de richting van de Chef, Naaba van Seguem. Het is een goed gebruik om een persoonlijk bezoek te brengen aan de belangrijkste man van het dorp. Hoewel officieel natuurlijk een burgemeester over het gebied gaat, heb je in de praktijk eigenlijk meer te maken met de dorpsoudste, de Naaba of ook wel Chef genoemd. Onderweg passeren we een lokaal, waarin de vrouwen van het dorp cursussen kunnen volgen. We horen van Dramane tevens dat er een tekort is aan leslokalen voor de basisschool. Als ik opper dat die dan misschien ook van dit lokaal gebruik zouden kunnen maken, vertelt hij dat de lessen voor de vrouwen op dezelfde tijden plaatsvinden als die van de basisschool. Jammer, anders was er misschien snel een oplossing te realiseren geweest.

 

Als we bij de hutten van de Chef aankomen, blijkt hij niet thuis te zijn. Hij komt er wel aan, zo weet men ons te melden. Dankzij de mobieltjes is er snel contact gezocht en komt hij binnen de kortste keren op zijn fiets aangereden. Hij is, ondanks zijn 80 jaar, nog opvallend vitaal. Ook zijn vrouw en wat jonge kinderen komen aangelopen. In eerste instantie zijn we in de schaduw gaan zitten op de wortels van de grote boom. Zodra de stoelen arriveren nemen we daarop plaats. Middels onze tolk wisselen we eerst weer allerhande beleefdheden uit. Wij bedanken nogmaals voor de hartelijke ontvangst gisteren en de Naaba bedankt nogmaals voor onze hulp. Hij koppelt er meteen een nieuw probleem aan vast, dat zich voordoet in het dorp op dit moment. De basisschool heeft maar drie lokalen. Deze zijn overvol. Er is maar één logement voor de leerkrachten, waardoor er twee elders moeten verblijven. Binnen een straal van drie kilometer staat echter een andere basisschool zo horen we. Daarmee samenwerken lijkt geen oplossing te bieden, aangezien ook deze overvol is. Voor de regering en ook een Duitse organisatie die per jaar zo’n 40 scholen bouwt in Burkina is dat dat wel de reden, waarom ze nu niet bovenaan de prioriteitenlijst komen. We bieden de Naaba ook een waka waka aan. Hiermee heeft hij niet alleen ’s avonds licht in de hutten, maar kan hij tevens zijn mobiel mee opladen. Hij is duidelijk blij met dit geschenk.

Dan vragen we de weg, ‘demander la route’, ofwel je geeft aan te willen gaan vertrekken. Volgens de tradities zou je dat drie maal moeten doen, voordat je mag vertrekken, maar hier krijgen me meteen al toestemming. Op de weg terug zien we flinke heuvels liggen in het landschap. Het blijkt dat de aannemer dit zand had laten aanvoeren om de grote weg mee op te hogen. Toen bleek dat het niet het goede zand was heeft hij het hier gewoon laten liggen. Gelukkig zijn er langzamerhand weer bomen en struiken op gaan groeien.

 

Een groep kinderen is met ons mee gelopen en Sjef heeft van de Jumbo in zijn woonplaats een grote zak met oranje ballonnen mee gekregen. Hij deelt ze uit aan de kinderen, die achter ons aanlopen. We blazen er enkele op en geven vervolgens de andere kinderen er een om zelf op te blazen. Het blijkt voor de jongere kinderen nog niet mee te vallen de ballon opgeblazen te krijgen. Sjef blaast er nog een op en laat deze vervolgens los. De hele groep kinderen vliegt achter de alle kanten opschietende ballon aan. Het recht van de sterkste zegeviert hier. Onze gids Dramane blijkt ook een heleboel kinderen te hebben. Hij krijgt er van Sjef voor elk kind ook één. Onderweg deelt hij ze her en der aan zijn kinderen uit. Nu blijkt dat dit uitdelen ook zijn gezag aardig ondermijnt. Ze proberen op een bepaald moment zelfs ballonnen uit zijn borstzakje te pikken. Hij voorkomt dit te nauwer nood.

We lopen langs een winkeltje dat aan de grote weg ligt. Een vrouw zit in de schaduw te wachten op klandizie. Dramane haalt een zak kauwgommetjes uit de winkel en geeft ieder van ons een handje vol kauwgommetjes. Alle meegelopen kinderen krijgen er allemaal één. Het blijkt zijn vrouw te zijn, die hier een winkeltje heeft.

 

Teruggekeerd bij ons logement pakken we de stoelen om in de schaduw van een grote boom achter het logement wat verkoeling te zoeken. Na enige tijd roepen Tina en Andrea dat het eten klaar is en schuiven we aan tafel voor een maaltijd spaghetti met kip.

Na het eten is het voor sommigen tijd voor een middagdutje. Voor mij is dit een mooie gelegenheid om alle ervaringen van vandaag te noteren. Kinderen komen af en toe langs lopen, sommigen op afstand groetend, anderen komen zelfs een hand geven. Opeens klinkt er van opzij een geluid. Met name de stampende voeten, vergezeld van kreten, doen me opkijken. Een man rent met een tak in zijn hand achter een jongetje van een jaar of acht aan. Dat belooft niet veel goeds, dat zie ik al snel. De slipper van de man vliegt uit, maar hij rent onverminderd door. Vlakbij ons haalt hij het jongetje in en geeft hem een flinke mep met de tak. Daarna groet hij ons, alsof hij zich wilde verontschuldigen en vertrekt hij weer. De jongen geeft geen krimp. Ook hij vertrekt kort na de man. In een acaciaboom wat verderop hoor en zie ik gele wevervogels zitten. Ze kwetteren er vrolijk op los en vliegen van tak naar tak. Ook witte vlinders, een soort koolwitjes lijken geen last te hebben van de temperatuur en de toch ook wel aanwezige verkoelende wind. Een ezel laat zich zo af en toe horen, maar verder is het heerlijk rustig onder onze boom. In de verte zie ik een jongetje dat achter zijn bokjes aanloopt. Zelfs de nieuwsgierige kinderen zijn nu allemaal vertrokken.

 

Na de siësta lopen we nog even de bush in om te kijken wat voor soort planten er hier allemaal voorkomen. Sjef ontdekt al snel een plant die hij niet kent. Hij wil er graag één van mee naar huis nemen, om te proberen hem daar op te kweken en zo mogelijk te vermeerderen. Een kind wordt door Roger naar huis gestuurd om een hakje te halen. Hij komt er even later mee terug. In tegenstelling tot onze verwachtingen heeft dit plantje geen bolletje. Dat maakt zijn overlevingskans na een reis naar Nederland in ieder geval wel kleiner. De volgende vondst betreft een vetplant. Ook deze wordt met wortels en al uitgegraven. Hij heeft een zeer klein, maar oh zo decoratief bloempje. Nadat we dit plantje hebben uitgegraven, zien we het overal onder struiken staan. Veel struiken en planten hebben kleine maar prachtige bloemetjes. Een geel/oranje besje mogen we proeven. Terwijl de nieuwe bloemen al aan de struik zitten, hangt het er nog aan. Het had een waarschuwing moeten zijn. Ik snap zodra ik het mijn mond gestopt heb, waarom het er nu nog aanhing. Het is verschrikkelijk zuur, mijn wangen trekken er van samen. Ik besluit het maar snel uit te spugen. De begeleiders kunnen er erg om lachen. Even later krijgen we een soort apenbroodboomvruchtjes (de apen eten hier graag van) om te proeven. Deze zijn beter te eten, maar hebben weinig smaak. Ze zijn ook zeker niet zoet, wat je hier meestal toch treft bij het lokale fruit zoals mango’s en karité. Op een zeer grote hellende vlakte probeert  men regenwater langer vast te houden. OP een deel heeft men halve cirkels uit te graven. Het water kan in de halve cirkelvormige kuilen blijven staan. Het uitgegraven zand ligt aan de lage kant op een soort dijkje, waar door nog meer water kan worden tegengehouden. Aangrenzend heeft men een stuk van de helling voorzien van gaten, waarin ook geplant gaat worden. Ook in deze kuiltjes, zo is het idee, zal het regenwater langer vastgehouden kunnen worden in deze kuiltjes. Op beide plaatsen gaat men sorghem verbouwen. We zien natuurlijk niet alleen maar planten en bloemen, maar ook veel dieren. Een klein rood spinnetje is alom aanwezig. Het heet hier niet voor niets ‘dame de pluie’. Het verschijnt altijd in de regentijd als het geregend heeft. Verder duizendpoten, zowel volwassen exemplaren als ook nesten vol met krioelende jonge duizendpootjes. Dan wijst men ons op een zwarte vlek op de gelige grond. Men prikt er met een stok in en meteen begint de vlek te bewegen. Bij nadere bestudering blijken het een soort miniatuur miertjes te zijn die op het moment dat zij door bijvoorbeeld een stok worden ‘aangevallen’ massaal in beweging komen en een andere zwarte vlek doen ontstaan. Een wonderlijk gezicht. Het zelf ontdekken van een andere groep blijkt nog niet zo eenvoudig. Niet elke zwarte vlek blijkt ook zo’n kolonie te zijn. Er vliegen diverse vlinders rond, meestal de witte, soms kleine gele, een nachtvlinder en een enkele koningspage op citrusbomen. Goed verscholen vanwege zijn goede schutkleuren zien we op de grond een nachtzwaluw. Als vruchtbomen zien we natuurlijk diverse karitébomen en rozijnenbomen. Ook zien we een soort sluipwesp en zo verzekert men ons die gemeen kan steken. We zien diverse termietenheuvels in het landschap. De meesten zijn onbewoond en een enkeling zelfs  manshoog. Hier en daar begin ik de kleine bloemetjes te fotograferen. Uitvergroot op de camera een prachtig gezicht. Ook onze metgezellen komen ze bewonderen. Je kunt het uitvergroot nog veel beter zien, hoe prachtig deze miniatuurtjes gevormd zijn. Onze begeleiders worden daardoor zo enthousiast dat ze me telkens roepen me als ze weer een nieuw bloempje hebben gevonden voor me om te fotograferen. De jongens die op de runderen passen komen ook even kijken naar wat wij hier aan het doen zijn, zo struinend tussen de struiken. Onze blanke verschijning en misschien bovenal de wetenschap dat Sjef regelmatig ballonnen uitdeelt zal de nieuwsgierigheid alleen maar verder hebben aangewakkerd. Ze komen allemaal een hand geven. Gelukkig voor hen zitten er nog wat ballonnen in de immense zakken, die de traditionele pakken in Burkina hebben. Sjef loopt altijd in zo’n gewaad als hij in Burkina is. Even later zie je dan ook overal om ons heen tussen de struiken de oranje kleur van de ballonnen opduiken. Ook de hele jonge kinderen vinden het prachtig. Alleen hebben zij nog niet de kracht om de ballonnen zelf op te blazen. Sommigen beginnen te huilen als dat prachtige gekleurde ding ineens leeg begint te lopen en heel erg klein wordt. Gelukkig is er dan altijd iemand in de buurt die het probleem voor hen weer oplost. Ook ontmoeten we tijdens onze tocht het meisje dat gisteren bij onze aankomst zo fanatiek met de mannen meedanste. Ze glundert helemaal als we haar daar over complimenteren. Ze begint spontaan nogmaals te dansen voor ons. Geweldig zo’n leuke verrassing zo midden in de bush. Naast de door onze begeleider aangereikte vruchten komt ook een meisje ons een tak met rozijntjes brengen. Deze smaken prima, maar hebben in tegenstelling tot de ons bekende rozijnen een grote pit. Eerder hadden kinderen al kariténoten gebracht bij ons logement en ook doppinda’s hebben we al eens gekregen. Natuurlijk ook niet te vergeten, tweemaal per dag verschijnt Dramane met een kip, voor onze maaltijd.

 

Als we bijna thuis zijn wijst Dramane ons nog op een heilige boom van zijn familie. Roger, die zelf katholiek is en weinig geloof hecht aan dit soort verhalen, heeft het moeilijk om zijn gezicht in de plooi te houden, bij het vertalen ervan. Wat lacherig vertaalt hij het dan ook voor ons. Wij vragen naar de oorsprong van dit verhaal over de heilige boom. Dramane vertelt dat heel lang geleden, toen het erg lang niet geregend had, iemand een schaaltje met meel bij deze boom had laten staan. Binnen de kortste keren ging het daarna regenen. Sinds die tijd is dit een plaats waar men offers brengt om de geesten gunstig te stemmen. Dramane zelf is moslim, maar ik heb het gevoel dat hij er zelf wel rotsvast in geloofd. Hetzelfde geldt elders in het dorp. Ook daar was duidelijk een offerplaats. Als een slang sterft moet men offers brengen op de plaats die wordt afgedekt met een pot. Er onder liggen kippenveertjes, waarschijnlijk ook kippenbloed en verder nog wat niet echt te determineren zaken. Het is hier waarschijnlijk ook het heilige dier voor deze familie. Een slang echter is een gevaarlijk dier. Zijn beet kan voor zowel mens als dier dodelijk zijn.

 

De avond komen we verder rustig door. Aardappels in stukje gesneden en op een of andere manier aangemaakt en natuurlijk weer lokale scharrelkip.

 

 

Familiebezoek bij ouders van Josephine en familie Roger

 

Donderdag 30 juli. Wanneer de zon opkomt staan Tina en Andrea op om voor ons het ontbijt klaar te gaan maken. Na enige tijd sta ik ook maar op. Wanneer we aan het ontbijt zitten komt Dramane op zijn fiets aangereden met een parelhoen voor vanavond. Roger regelt voor hem een groot mes. Eigenlijk kan ik dat groot er wel van af laten, want een klein mesje, zoals wij die ook vaak in de keuken gebruiken kent men hier niet. Als we klaar zijn met eten komt Dramane binnen met de geplukte parelhoen. In de keuken zien we hem daarna samen met Andrea bezig bij het gasfornuis. We nemen het er even van en een paar kinderen die langs komen geef ik nog wat lekkere koekjes. De jongetjes bedanken beleefd en zeggen dat ze het lekker vinden. Ik geloof ze meteen, want hoe vaak zullen deze kinderen gezoete koeken krijgen thuis? Ook het eten zoals wij dat hier doen, met bij elke maaltijd vlees, is hier erg rijk. Pascaline vertelde afgelopen week nog dat zij meestal niet zo ‘rijk’ eten als wij dat bij haar doen. Het vlees, het fruit en zeker ook de cola, die wij er vaak bij drinken, zal er zeker niet dagelijks op tafel komen.

 

Er komt een jongetje aanlopen, die zo te zien op Sjef afgaat. Hij komt even later terugrennen met een ballon. Ze hebben er onvoorstelbaar veel plezier mee, totdat ……. hij onvermijdelijk een keer kapot gaat. Vanochtend zag ik zelfs kinderen langs komen met de ballon van waarschijnlijk gisteren nog in hun hand. Ze gaan dus langer mee dan ik verwacht had. De ballonnen zijn gelukkig gemaakt van ecologisch afbreekbaar materiaal. Dus gelukkig geen grote aanslag op het milieu zoals andere soorten plastics wel doen. Natuurlijk zien we er ook wel eens eentje kapot gaan. Gelukkig heeft Sjef er 250 stuks van de Jumbo gekregen en die zijn voorlopig nog niet op.

 

Sjef laat zich door Roger informeren over een soort autootje op drie wielen, waarmee Dramane zich regelmatig over het terrein verplaatst. Het heeft een grote laadbak en voorin zijn twee zitplaatsen. Het is de gemotoriseerde opvolger van de ezelkar. Om er mee op de weg te mogen rijden moet men echter wel een rijbewijs hebben. Hier in de eigen omgeving kijkt men zo nauw niet. Roger geeft aan voor een van de andere projecten ook graag iets dergelijks te willen aanschaffen. Je ziet ze ook op de grote wegen hoe langer hoe meer rijden. Het rijdt natuurlijk ook veel sneller dan een ezelkar en is veel comfortabeler. De ezel moet regelmatig worden aangespoord om door te lopen, zeker als de wagen zwaar beladen is. Vaak zie je bestuurders van een ezelkar er achter duwen, omdat de ezel de enorme lasten nauwelijks vooruit gesjord krijgt. Dus voor wie het zich kan veroorloven is dit een heuse verbetering.

 

We gaan vandaag de ouders van Josephine bezoeken, die op een niet al te grote afstand van Seguem wonen. Josephine is een vroegere adoptiedochter van Sjef. Zij is na haar studie in Belgie, uiteindelijk getrouwd met een Belg. Ze is onlangs bevallen van een dochter Jodie. Haar ouders hebben hun kleindochter nog niet gezien. Josepine heeft een tweetal geplastificeerde foto’s van Jodie en van haar zelf meegegeven. Haar ouders zijn Sjef erg dankbaar voor zijn jarenlange financiële steun. Hierdoor heeft Josephine niet alleen in Burkina kunnen studeren, maar ook nog verder kunnen studeren in België. Als moeder de twee foto’s ziet, schiet ze even vol. Ze probeert dat te verbergen. Ook vader is zichtbaar aangedaan als hij de foto’s ziet. Voor hem zijn er ook nog wat cadeautjes meegekomen. Een nieuwe mobiele telefoon. Van zijn oude heeft het beeldscherm het begeven. Door Christophe wordt zijn simkaart overgezet en hij is er duidelijk erg blij mee. Daarna volgen ook nog een paar sandalen en een hoed met brede rand. Hierdoor kan hij zijn ogen beter beschermen tegen de zon. Onlangs is hij geopereerd aan zijn oog en alleen een gebreid mutsje beschermt zijn ogen natuurlijk niet. Tenslotte is er voor hem ook nog een horloge meegegeven. Voor moeder is de rugzak, waarin alle spullen meegebracht zijn en een aantal stukken geparfumeerde zeep.

Na het overhandigen van de cadeaus van Josephine lopen we even over de landerijen. Met een rund, zo vertelt hij ons, is alles netjes omgeploegd en daarna ingezaaid. We zien onder andere pinda’s, aubergines en sorghem. Het staat er prima bij. De twee plaatsen waar men tevergeefs geprobeerd heeft een forage te slaan zijn te herkennen aan flinke hoeveelheden granietstof, dat in de rondte ligt. Het werd uiteindelijk een zeer dure forage, omdat men bij de eerste twee boringen op 70 meter diepte telkens op granietlagen stuitte. Het tweede boorgat blijkt niet echt heel veilig, het is maar ten dele weer dichtgestort. Het heeft toch al snel een doorsnede van zo’n 25 tot 30 cm. Terug bij zijn huis aangekomen willen we langzamerhand verder gaan, maar we merken dat moeder er eigenlijk op gerekend heeft dat we een hapje mee-eten. We overleggen wat en besluiten dan toch nog maar te blijven eten. Water en dolo voor de liefhebbers en daarna volgen de pannen met to, met een kruidensausje en een met stukjes vlees.

Tenslotte wil ik voor Josephine nog een foto maken van haar ouders en haar jongste zusje, dat nog thuis woont. Moeder is meestal erg op de achtergrond en na wat aandringen vertrekt ze om haar mooie jurk aan te gaan doen. Als ze terug is maak ik wat foto’s en ze knikken tevreden als ik de foto’s laat zien op mijn toestel. We geven een hand en gaan naar onze auto. De vader van Josephine komt aangelopen met een pan vol kariténoten. Hij geeft ze aan mij. Natuurlijk pak ik ze met plezier aan en aangezien ik niets anders bij me heb om in te doen, kieper ik de pan boven de achterbank om en geef de pan terug aan vader. Barka, barka, bedank ik hem nog snel, voordat de auto zich in beweging zet. Dan komt aan de andere kant ook nog de jongere zus aanlopen met kariténoten. We stoppen even en ook die krijgen een plaatsje op de achterbank. Ook haar bedank ik. De familie zwaait ons blij uit, dankbaar voor een teken van leven van hun dochter en kleindochter.

 

 

Op naar de familie van Roger. Hier heeft de stichting onder ander financieel geholpen met de omheining voor de tuin voor de vrouwen. Zodra we bij het dorp, want zo kun je de vele hutten die de familie bewoont wel noemen, zien we in de verte een enorme zwarte wolk hangen. Uitgestapt begint Sjef weer de gebruikelijke ballonnen uit te delen. In een mum van tijd staat een flinke groep kinderen om ons heen. Natuurlijk krijgt iedereen er één. Dan zie ik tussen de hutjes door een kindje met een rollator aan komen lopen. Vanwege zijn handicap loopt hij natuurlijk niet zo snel als de andere kinderen en ook de boomwortels waar hij met zijn driewieler over heen moet zien te komen, vormen een flink obstakel. Hij valt dan ook met rollator en al over zo’n boomwortel in een poging ook snel bij Sjef te komen. Helaas voor hem blijken de ballonnen net op te zijn als hij uiteindelijk kruipend en de rollator achter latend er in geslaagd is bij Sjef te komen. Dat is erg sneu. Ik bedenk wat we hem nog wel kunnen geven en zoek een balpen op. Echter voordat ik hem die kan geven, krijgt hij de ballon van een van de oudere kinderen en is dit vervelende probleem toch nog goed opgelost. Het begint wat te miezeren. We worden door Roger via wat paadjes naar een stenen ruimte gebracht. Stoelen worden gehaald en op het moment dat we gaan zitten barst de bui los. Dan wordt het natuurlijk wachten geblazen. Welk nadenkend mens gaat in zo’n bui vrijwillig naar buiten? Toch blijken een aantal “ooms” van Roger, met of zonder peulhoed, door de regen heen naar ons toe te komen, om ons te verwelkomen. De regen komt er met bakken uitzetten. Door de open deur zien we de bokjes kort achter elkaar rennend een veilig heen komen zoeken. Ook de haan vlucht met zijn kippen naar veiligere oorden. Op een bepaald moment gaat het stortregenen weer over in miezeren en de kippen en haan keren weer terug in het maïsveld voor ons huisje. Zij gaan verder met het scharrelen naar eten. Dan verschijnt de ‘oudste’ van de dorpsoudsten. De dolo is inmiddels gebracht en Andrea, die hier ook haar ouderlijk adres heeft komt binnen met een tas, van jawel ‘De Zeeman’, met frisdrank. Er moet echter eerst gewacht worden op water, want dat wordt hier traditioneel toch nog steeds als eerste aangeboden aan de reizigers, om de dorst te lessen. Daarna worden de halve liters Cola en Fanta geopend of kan men dolo drinken uit halve kalebassen, die van hand tot hand gaan. Frisdrank is natuurlijk wel iets van de laatste jaren, alleen voor bijzondere momenten en voor bijzondere gasten. Frisdranken gelden hier tenslotte nog steeds als iets erg luxe.

 

We lopen gezamenlijk naar de ‘gardin des femmes’. Opvallend is dat geen enkele vrouw ons vergezeld. Wel wat mannen en een grote kinderschaar. Vanwege de regen zijn de paadjes tussen de velden erg glibberig geworden. We moeten hier en daar over een heus riviertje heen springen en soms is er alleen water en geen pad meer te vinden. De kinderen lopen er op hun blote voeten natuurlijk gewoon doorheen. De tuin is geheel met gaas omgeven, zodat rondtrekkend vee de oogst niet meer kan opeten. In keurige perceeltjes zijn diverse groentesoorten ingezaaid. Overal staan plasjes met water en dus is het ook hier oppassen geblazen, dat we niet uitglijden. Om de tuin van water te kunnen voorzien heeft men geprobeerd een waterput te graven. Helaas stuitte men op zo’n twee meter diepte niet op het grondwater, maar op een granieten laag. Aan de andere kant van de tuin staat gelukkig voor tijdens de droge maanden inmiddels wel een touwpomp. Naast de pomp, de tuin ligt hier wat lager heeft men rijstveldjes aangelegd voorzien van kleine dijkjes, om het water vast te kunnen houden. We hebben voor de tuin wat gereedschap meegebracht, tuinklauwen, waarmee de grond losgewoeld kan worden. Losgemaakte grond, kan dan eenvoudig worden opgegraven met de hand. In het daardoor ontstane gat kunnen daarna allerlei planten of bomen geplant worden. Als vijf mannen gezien hebben hoe het gebruikt moet worden proberen ze het ook uit. Dan volgt wat overleg. Er wordt een draad gespannen en de vijf mannen beginnen op korte afstanden van elkaar gaten te maken. Jongetjes die stonden te kijken komen zich nu ook nuttig maken, door het losse zand uit te graven. In korte tijd ontstaat zo een rij met gaten. De rest van de kinderen slaat het geheel vanaf gepaste afstand gade. Zij weten zo binnenkort ook hoe het werkt, dus wel zo handig. Het is leuk om te zien hoe enthousiast men hiermee aan de slag gaat. Enkele aubergineplanten zijn gehaald en worden nu door ons geplant. De dames zullen hier straks erg blij mee zijn. We lopen terug naar de hutjes en passeren in het midden twee tombes. Hier liggen twee dorpsoudsten begraven. Bij een oude dame stoppen we even. Dankzij Nederlandse steun heeft ze een bok en een geit cadeau gekregen. Het idee, naar de stichting Heifer, is dat ze zodra er een jong geitje geboren wordt deze weer aan iemand anders schenkt in het dorp, onder dezelfde voorwaarde. De eerst geborene doorgeven aan iemand anders. Dat Sjef deze beesten de naam van de gevers heeft gegeven vindt men hier maar erg gek. Niemand geeft zijn beesten hier namen. Men moet er heel erg om lachen. De vrouw is graag bereid om met de bok en geit te poseren voor een foto. Die kan dan doorgestuurd worden aan de gulle gevers. Barka, wusgo, ze is er duidelijk blij mee.

De tijd breekt aan om afscheid te gaan nemen. Midden tussen de hutten staan een aantal runderen. Als een man langsloopt met een grote bos met vers gesneden takken met heerlijke groene malse bladeren er aan, ruiken de runderen hun avondmaal. Ze proberen zo ver als de touwen om hun nek dat toelaten in de richting van de man te lopen. Jammer genoeg heeft hij deze takken niet voor hen gesneden en ontwijkt hij ze behendig. Onder de voorraadschuur even verderop scharrelen wat kippen. Bokken zitten al in hun schuurtje en kijken nieuwsgierig door de deuropening naar buiten als wij passeren. Ook een varken met wat biggetjes scharrelt rond de voorraadschuurtjes. Alle kinderen van deze grote familie volgen ons op de voet, waar wij ook gaan. Roger vertelt over het overlijden van zijn grootvader, vorig jaar. De man was pas 46 jaar oud. Op een ochtend is hij buiten voor zijn hut dood gevonden. Hij heeft me er vorig jaar ook wel eens foto’s van gestuurd via de mail. Naar de oorzaak blijft het gissen, ogenschijnlijk was hij gezond.

De dorpsoudsten komen om afscheid te nemen. Als dank voor de hulp aan het dorp hebben ze voor ons alle drie prachtige kledingstukken met als hoofdkleur paars. Naast de paarse stof zijn er de bekende witte duiven op een rood vlak in verwerkt. Deze witte duiven ziet men meer in kledingstukken of hoofddoeken van met name het Katholieke bevolkingsdeel van Burkina. De familie van Roger is Katholiek, dus dit past er helemaal bij. Daarnaast overhandigt de dorpsoudste ook nog een prachtige witte kip. Witten kippen worden alleen aan speciale personen cadeau gedaan. Een hele eer dus.

 

Tina en Andrea willen nog wat boodschappen doen op de markt in Gounghin. We rijden met onze auto het dorpje in. We trekken hier natuurlijk ook de aandacht. Een auto met blanken erin komt hier blijkbaar niet dagelijks. Hier en daar moet koopwaar opzij gezet worden om onze wagen er door te kunnen laten. De chauffeur stopt ergens midden op de weg, er is namelijk nergens plaats om je auto te parkeren. Terwijl wij in de wagen blijven zitten wachten tot dat beide dames terug komen komt een oude bekende van Sjef, Celestin, hem begroeten. Het is  al jaren geleden dat ze elkaar voor het laatst zagen. Er volgt een geanimeerd gesprek tussen hen beiden. Het gaat de jonge man goed, zo vertelt hij. Wij worden ondertussen aangesproken door wat Roger later de dorpsgek noemt. Hij vraagt om geld. Eerst negeren we hem, nadat we hem begroet hebben. De man is toch niet echt gek, want hij spreekt wel gewoon de Frans taal. Dat betekent dat hij in ieder geval enkele jaren naar school moet zijn geweest. We hebben een heleboel kariténoten in de auto liggen en ik geef hem er hiervan maar een paar, in de hoop daarmee van hem af te komen. Het werkt. Hij bedankt me, begint ze meteen op te eten en loopt daarna weg. Zodra de dames terug zijn van het inkopen doen, rijden we terug naar ons logement. Daar beginnen ze meteen met de voorbereidingen voor de maaltijd, hierbij maken ze onder andere gebruik van de ook bij ons bekende Maggiblokjes. Maggiblokjes zijn hier overal verkrijgbaar. Ze zijn zeker in de steden, waar baobabbomen en andere smaakmakers niet meer te vinden zijn en dus tegen duur geld gekocht moeten worden, een veel gebruikt alternatief. Dat wij dat met heet water drinken, is weer zoiets wat men hier maar apart vindt.

 

Na het eten wil ik nog wat foto’s maken van de mooie zonsondergangen die we hier al een paar avonden zien. Natuurlijk is er, op gepaste afstand, weer een groep kinderen bij aanwezig. Ze zijn nieuwsgierig, naar wat wij nu weer voor rare dingen aan het doen zijn. Ik zie een rimpelloze plas water, waarin je, als je tenminste door je knieën gaat een boom prachtig ziet weerschijnen. Ik laat hen deze foto zien. Enthousiasme alom. Daarna vraag ik hen om achter de boom te gaan staan. Ze kijken me onbegrijpend aan. Het zal wel aan mijn Frans liggen denk ik dan. Dan maar met handen en voeten gebaren dat ze me moeten volgen. Dat  doen ze braaf. Nu maar hopen dat ze daar ook even blijven staan. Ze lijken mijn bedoeling te snappen. Ze gaan netjes naast elkaar staan. Ik loop terug naar mijn eerdere positie en maak een foto. Zodra ik opsta, komen ze al aangerend om het resultaat te kunnen zien. Alom gelach. Ik probeer nu maar een praatje aan te knopen, althans dat denk ik. Ik vraag hen wie er naar school gaat. Met deze kinderen, die daar Frans leren kun je tenminste wat gemakkelijker communiceren denk ik dan. De klassen, zo hebben we gehoord, zitten overvol. De kans is dus erg groot, dat zij naar school gaan.

Of het nu aan mijn Frans ligt of aan het feit dat zij op school nog niet zover zijn dat ze veel verstaan, ik weet het niet, maar de groep zet het op een lopen en gaat op de veranda van de school, weer keuring naast elkaar staan.

Tja, wat doe je dan in zo’n geval? Je maakt nog maar een foto……..

 

 

’s Avonds komt Dramane even langs. Het is donderdagavond en dus voor de moslims komt de belangrijkste dag van de week er aan. Hij komt in zijn witte gewaad. Zo hebben we hem nog niet eerder gezien en in het schijnsel van de maan herkennen we hem eerst niet. Gelukkig herkent Roger hem wel en kan hij ons voor een blunder behoeden, door bij het vertalen te vertellen dat het Dramane is. Hij komt nog even langs om te informeren naar de gezondheid van één van ons, want niet bij iedereen van ons gaat alles helemaal naar wens. We kunnen gelukkig melden dat het weer wat beter gaat.

 

 

Eerste dag bezoek Kokossin en Bolin

 

Vrijdag 31 juli. Het wordt al licht als ik mijn ogen open doe. Ik hoor vogels tjilpen en duiven koeren, af en toe gebrom van de grote weg, waar een vrachtauto passeert en natuurlijk de geitjes, die ook weer blij zijn vrij rond te mogen lopen. Net als ik bedenk dat ik andere dagen toch nog wat meer geluiden hoorde begint ook de ezel weer vertrouwd te balken, gevolgd door de haan die in de verte van zich doet spreken. In de keuken hoor ik nog geen geluid. Dat kan kloppen, want ik zie beide dames als ik wat beter rond kijk, nog heerlijk liggen slapen in mijn kamer. Heerlijk, dat kan ik het eigenlijk niet noemen, want een van beiden slaapt op een rietenmatje. Mijn botten zouden dit in ieder geval niet fijn vinden.

Tijdens het ontbijt komt Dramane weer langs. Nu het licht is herkennen we hem meteen, in zijn witte gewaad. De parelhoen heeft hij al geplukt, hij wordt verder schoon gemaakt en in stukken gesneden.

 

Na het ontbijt rijden we eerst even naar Kokossin, om spullen af te geven die we voor Roger en zijn gezin bij ons hebben. Onder andere hebben we speciale voedingssupplementen voor Ornella. Vanwege de hazenlip waarmee ze geboren is en de daar op volgende operatie heeft ze nog een groeiachterstand. Daarnaast zijn er voor allen nog cadeautjes. Fabrice herkent ons nog en Ornella heeft duidelijk minder problemen met onze aanwezigheid dan de eerste keer dat we daar waren. De cadeautjes worden enthousiast ontvangen. Vooral Fabrice is erg blij met de auto’s. Een beker met de baby foto van Ornella valt ook duidelijk in de smaak. Een schaal met gebrande pinda’s staat op tafel. Ze zijn wat kleiner en harder dan bij ons, maar ze smaken zeker net zo goed. Wat we niet opeten, krijgen we later mee. Dan wordt het tijd om te vertrekken richting Kokossin. Andrea blijft bij haar schoonzus, om haar te helpen in de huishouding. De weg naar Kokossin is een rode piste, die prima onderhouden is. Er is heel weinig verkeer. We hebben de weg meestal voor onszelf. Af en toe passeren we een wandelende vrouw, een fietser, een ezelkarretje of brommertje, maar veel verkeer zien we niet. We passeren een tweetal kerkhofjes die meteen aan de weg liggen. Vroeger werden overledenen altijd op het eigen erf begraven, maar tegenwoordig zie je hoe langer hoe meer kerkhofjes ontstaan. Verder de gebruikelijke zaken zoals dorpjes, landerijen waarop gewerkt wordt, kleine kuddes vee, die gehoed worden door kleine jongetjes. Wel valt me op dat hier langs de weg regelmatig redelijke plassen water liggen. Dat kan ik me van eerdere reizen niet meer zo herinneren. Mogelijk zijn die ontstaan door het afgraven van de grond voor de verbetering van de weg, dit in combinatie met de grote regenval de laatste tijd. Op diverse plaatsen vallen me de rijstvelden op. Ook iets wat ik hier volgens mij niet eerder heb gezien. Her en der staan in het landschap de jaren gelden aangeplante bossen met Eucalyptusbomen. Deze zijn in eerste instantie bedoeld geweest om de ontbossing tegen te gaan en in tweede instantie om er voor te zorgen dat de mensen voldoende brandhout zouden krijgen. Het zijn snelgroeiende bomen. Hierdoor is de aanvoer van brandhout wel geregeld en hoeven er dus geen andere kostbaardere bomen meer gekapt te worden. Het enige nadeel van deze bomen is dat ze een relatief hoog waterverbruik kennen. Dat is weer minder fijn in een land waar vaak een watertekort is. Je kunt goed zien dat van dit brandhout goed gebruikt gemaakt wordt. Elke boom heeft een afgezaagde stomp, die vervolgens weer is uitgeschoten. Ook voor palen is dit hout zeer geschikt omdat het mooi recht hout is. Naar mate we verder komen wordt de weg wel wat minder. Op veel plaatsen ligt er onder de weg een duiker om water door heen te laten stromen. Op andere momenten is gekozen voor een soort betonnen bak, waar overheen water in de regentijd weg kan stromen, zonder de weg te beschadigen. De weg naar Kokossin heeft een eigen richtingsbord. Ook iets wat voor mij nieuw is. De weg wordt nog wat slechter, waardoor de snelheid van onze auto verder daalt. Ik vind dat niet zo erg, want zo heb ik meer tijd om te kijken naar allerhande bekende plaatsen langs de route. De ‘disco’ is er zo een, waar we linksaf slaan. Maar zeker ook de enorme baobabbomen, die we even later passeren. Het laatste stuk naar Kokossin rijden we anders dan vroeger, waardoor ik pas weer iets herken als we bij de barrage aankomen. In 2006 zwom hier een krokodil rond en ook in 2011 hebben we hem nog gezien. Later horen we dat hij sinds twee jaar vertrokken is naar een andere barrage, tientallen kilometers verderop. Eigenlijk is dit geen barrage, maar een bouli, zoals het bord erbij aangeeft. Het is een uitgediept meertje dat dienst doet als waterreservoir. Een barrage loopt van de ene heuvel naar de andere. Volgens het er bij geplaatste bord heeft deze bouli een maximale inhoud van 11578 m³. Hij is in 2005 gerealiseerd in samenwerking met de plaatselijke bevolking en een Belgisch Fonds, te weten Fonds Belge de Survie. Dit fonds, dat in 1983 door het Belgische Parlement is opgezet, is bedoeld om voedselzekerheid te garanderen in sub-Sahara landen met chronische voedseltekorten. Het financiert uitsluitend lange termijn programma’s, die de fundamentele problemen van voedsel op verschillende gebieden tegelijk aanpakken. Met andere woorden, de projecten moeten bijdragen aan de ontwikkeling van de landbouw, voedselproductie en watervoorziening, maar ook bijdragen aan de volksgezondheid, onderwijs en andere sociale basisvoorzieningen.

 

Bij de basisschool worden we ontvangen door een viertal mannen en twee vrouwen. Even later komt de directeur met nog iemand binnen. De cijfers die op het bord staan geven aan hoe de leerlingen van deze school het dit schooljaar gedaan hebben. De cijfers verbazen ons een beetje. De klassen zitten niet echt overvol, zeker ten opzichte van enkele jaren geleden. Een kleine 50 per klas, ten opzichte van 80 of meer in het verleden. Ook de resultaten blijken veel minder te zijn dan eerdere jaren. Enkele jaren terug had deze school nog het predicaat zeer goed, met een extra vermelding vanwege het groot aantal meisjes dat hier naar school ging. We vragen de directeur naar mogelijke oorzaken. Het blijkt dat er in de omgeving van deze school inmiddels meerdere scholen zijn bijgekomen, zelfs één op slechts drie kilometer afstand. Op zich natuurlijk een goed teken, dat de scholendichtheid in dit gebied behoorlijk groot geworden is. Wat echter minder tevreden stemt is dat het slagingspercentage van de leerlingen in de hoogste klas slechts 34% is. We horen dat de ouders weinig betrokkenheid tonen met de school. Kinderen zitten vaak ongeïnteresseerd in de klas. Door het schoolsysteem, gaan leerlingen het eerste jaar over, zonder dat men heeft vast gesteld, dat de betrokken leerlingen het juiste niveau heeft behaald. Als in het tweede jaar dan examen moet worden gedaan blijkt dat voor veel kinderen niet haalbaar te zijn. De huidige leerkrachten en directeur hebben minder banden met de lokale families, als die van een aantal jaren geleden. De huidige leerkrachten spreken de ouders dan ook niet aan op het gedrag van hun kinderen op school. Als een kind niet komt zien ze dat als een administratieve afhandeling. Ze gaan niet proberen om dat kind alsnog naar school te krijgen, door met de ouders te gaan praten. Toen Roger nog aan de school verbonden was deed hij dat wel. Je ziet dat hij in het dorp nog alom bekend is en gerespecteerd wordt.

 

Het is vrijdag. Dit dorp kent een vrij grote moslimgemeenschap en dus zijn er vanwege het vrijdaggebed maar een beperkt aantal mensen bij de school om ons te begroeten. Men vertelt ons dat we bij de moskee veel meer mensen zullen aantreffen. De stenen moskee is enige jaren terug dankzij bemiddeling van Sjef met een Libische donateur tot stand gekomen. Als we daar aankomen roept de imam, via een luidspreker op het dak, net op tot het gebed. We besluiten de dienst bij te gaan wonen, wetende dat men dat hier zeker op prijs stelt. Schoenen uit, mannen door de zijdeur naar de voorzijde van de moskee. Tina en ik door de achterdeur naar het vrouwendeel, achter een gordijn. In de oude moskee, die van banco (moddersteen) gemaakt was zaten we gewoon achter de mannen. Geen gordijn of muur die de mannen van de vrouwen scheidde. Tina ritselt nog snel ergens een hoofddoek voor haarzelf en ik schuif bij gebrek aan een hoofbedekking mijn zonnebril maar op mijn haren. Het enige wat ik nog bij me heb is een plastic tas, en dat lijkt me niet echt een goed idee. Bescheiden nemen we achteraan tegen de muur plaats. De vrouwen druppelen één voor één binnen, soms samen met hun kinderen. De kinderen kijken nadrukkelijk naar ons, sommige stiekem van onder hun hoofddoek, anderen heel openlijk, totdat ze door hun moeder terecht gewezen worden. De binnengekomen vrouwen voeren een bepaald ritueel uit. Tina en ik besluiten met een dame die voor ons plaats neemt mee te doen. Dan zien we dat enkele vrouwen een muntstukje onder de mat leggen. Tina gebaart me dat ze zo terugkomt. Even later komt ze terug met twee muntjes van 100 cfa. Ze stopt ze onder de mat voor ons. Langzamerhand stroomt het vrouwendeel vol. Het wordt wat inschuiven. Het gordijn voor ons wappert door de wind en schuift regelmatig wat open. Zodoende kunnen we de mannen voor ons zien. Zo zie ik onder andere ook Ali, onze grote ‘vriend’ uit 2006, binnen komen. Enkele dames houden zich regelmatig bezig met het weer terugschuiven van het gordijn, of houden het vast om open wapperen te voorkomen. Buiten onder een afdak zitten nog meer dames, die niet meer in de moskee zelf passen.

Dan horen we de imam binnenkomen met gezang. Tina en ik doen de rest van de vrouwen maar gewoon na. De gebaren en handelingen heb ik al eerder gezien. Dus erg lastig is het niet. Dan volgt de collecte. De muntjes worden onder de matten vandaan gehaald en aan een dame gegeven die ze ophaalt. Als vrouwen dat aangeven krijgen ze zelfs wisselgeld terug van 50cfa. (7,5 eurocent). Het zegt mogelijk iets over het gebrek aan geld in deze gemeenschap. Het verdienen van één Euro per dag voor een volwassene is hier nog niet vanzelfsprekend. Dat kun je uit deze collecte wel opmaken. De collectant komt langs ons en lijkt ze ons eerst over te willen slaan. Als wij onze handen naar haar uitsteken komt ze het geld toch aanpakken. Wij hebben allebei een stukje van 100 cfa. Ze kijkt er naar en kijkt ons aan. Aangezien we niets zeggen krijgen we ook geen wisselgeld.

Na de dienst komen velen ons verwelkomen. Vervolgens worden we uitgenodigd om plaats te nemen in de schaduw van een grote boom even verder op. De boom is een eeuwenoude ficus, waar men redelijk comfortabel op de boomwortels plaats kan nemen. De boom staat tevens vlakbij de graanmolen en het vrouwenhuis, projecten die in 2006 gerealiseerd zijn en prima lopen. De vrouwen hebben inmiddels zelf een tweetal extra opslagruimtes gebouwd van het door hen verdiende geld. Voor ons staan wat schoolbanken klaar. We nemen plaats en ook Ali, een man met diverse vrouwen en heel veel kinderen, schuift aan in de schoolbanken. Wij mogen hem niet zo, en ook in het dorp lijkt hij de niet door hem begeerde belangrijke posities te krijgen. Veel voor zich zelf, weinig voor de gemeenschap lijkt zijn motto. De moslimoudsten nemen plaats op de wortels van de boom. De oudste neemt het woord. Na alle gebruikelijke zaken vraagt de imam of er geholpen kan worden met de aanschaf van een zonnecel en een microfoon. De moslimgemeenschap is zo groot aan het worden, dat men om zich goed verstaanbaar te kunnen maken graag de beschikking zou willen hebben over een microfoon. Aangezien er geen elektriciteit is in Kokossin, zal die middels een zonnecel geleverd moeten gaan worden. Een ideetje van Sjef is om hiermee samen te doen met de Katholieke kerk even verderop. Vrijdag in de moskee en zondag in de kerk. Dat is erg lastig geeft men aan. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze de boxen graag willen bevestigen aan de muur. Om die er elke week weer af te moeten halen is dan heel veel werk. Hier in Kokossin leven Moslims en Katholieken vreedzaam naast elkaar. Zelfs in één huishouden komt het regelmatig voor dat de één Katholiek en de ander Moslim is. Dit geeft hier geen problemen. We spreken nog over de slechte staat van onderhoud van met name de minaret en het plafond. Het pleisterwerk en metselwerk van de minaret is aan het afbrokkelen. Het plafond binnen is verzakt. Eigenlijk verwacht je zoiets niet binnen zes jaar na de nieuwbouw. Er is al diverse malen contact opgenomen met de aannemer, die zo zegt men, toch wel inferieur materiaal gebruikt heeft. Door een goedkope manier van cement maken is het veel minder sterk dan bijvoorbeeld het cement dat bij de bouw van de school gebruikt is. De aannemer is echter nog niet langs geweest, ondanks diverse contacten met hem. Een ladder staat er al tegen de minaret klaar om deze te gaan herstellen.

 

Hierna een bezoek aan de dorpsgemeenschap van Bolin, waar een schaapsstal gerealiseerd is. De dorpsoudste van 2011 en zijn vrouw, zo hadden we al gehoord, zijn vorig jaar vrij kort na elkaar overleden. In 2011 vond de dorpsoudste al dat zijn tijd gekomen was. Hij was bij ons bezoek toen net wat aan het opkrabbelen na een lang ziekbed. Onder het afdakje van de binnenplaats zit een oude dame, die we eerst gaan begroeten. Daarna worden onder de grote boom stoelen en krukjes geplaatst en volgen er dankwoorden voor de hulp bij de realisatie van de omheining en de hokken voor de schapen. In 2011 stonden de schapen in een ruimte die met acaciatakken werd afgeschermd. Door de verschrikkelijke stekels ervan blijven die takken in elkaar hangen en houden ze de dieren binnen en eventuele indringers buiten. Het dagelijks plaatsen en ’s morgens weer weghalen van de takken was natuurlijk een verre van prettig karweitje. De palen waaraan het gaas is bevestigd zijn geschilderd in de Nederlandse driekleuren, rood wit en blauw. Op de poort staat de naam van de gulle gever “Don de Help Burkina”. Men overhandigt ons een mooie witte kip en een flinke zak met eieren.

 

Verderop toont men ons een graanmolen, waarmee onder andere gierst gemalen kan worden. Op dit moment zijn er geen vrouwen te bekennen. Die zijn waarschijnlijk nog bij de moskee, of aan het werk op de velden. Ze zullen vanavond wel komen, aangezien de molen hen erg veel werk uit handen neemt. Met behulp van een steen het gierst fijnmalen op traditionele wijze is een zwaar en zeer tijdrovend karweitje.

Op korte afstand van de molen wijst men ons op een openlucht kapel. Hij heeft een diameter van een kleine tien meter. Aan de zijkant is een soort van ingang gemaakt, met behulp van twee rijen stenen. Ook aan de achterkant zit zo’n ingang. Voorin, vlakbij een aantal prachtig geel bloeiende struiken staat op een stapel stenen een groot kruis. Een man vertelt dat hier een kleine Katholieke gemeenschap woont, waarvoor de afstand naar de kerk van Kokossin te groot is. Hier hebben ze een prima oplossing voor bedacht. Het enige probleem is dat het met regen verandert in een kleine poel. Een soort van bel is gemaakt met behulp van een oude fietsendrager en wat andere metalen restanten. We bekijken de eenvoudige kapel en verwachten hierbij nu eigenlijk een hulpvraag voor een stenen kapel. Er was namelijk zo op aangedrongen om deze kapel van dichtbij te komen bekijken. De vraag om hulp blijft echter uit. Blijkbaar is men hier tevreden mee en mogelijk is men er ook wel  trots op.

 

We passeren weer de hutten van de oudste chef van Bolin en brengen een kort bezoek aan de begraafplaats van de oudste uit 2011. Hij ligt begraven zo zien we in een stenen gebouwtje achter de  familiehutten. Zijn vrouw ligt buiten dit gebouwtje voor de deur begraven. Elders passeren we nog een graf en wel dat van een vrouw die de 100 ruim gepasseerd was. Zij vormde de grote uitzondering in Burkina waar de mannen gemiddeld ruim 55 en vrouwen bijna 57 jaar oud worden (2013). Ook bij haar graf, dat tussen de akkers in ligt staan we even stil.

 

Daarna volgt een bezoek aan de runderstal. Deze is opgezet voor 30 runderen. Jammer genoeg is dit project niet zo succesvol als we gehoopt hadden. Het idee was door runderen op stal te houden en hen daar van kalf op te fokken tot volwassen rund, ze sneller en beter van kwaliteit zouden zijn voor de verkoop. Hun energie zouden ze dan niet hoeven te besteden aan het zoeken naar het soms zeer schaarse voer in de omgeving of het eindeloos lopen naar een barrage verderop om te kunnen drinken. Voordat hiermee gestart werd kregen de mannen les in hoe men onder andere moest zorgen voor het telen van voldoende voervoorraden, het regelen van wateraanvoer en dergelijke. De aanvoer van het water liep vanaf het begin af aan stroef. Men liep liever uren lang heen en weer met de dieren naar de barrage dan zelf te zorgen voor het drinkwater van de dieren. Ook het zorgen voor voldoende voer voor de runderen was iets wat nooit echt helemaal van de grond is gekomen. Had men in 2011 nog een vijftiental runderen om de stallen lopen, nu is er geen enkele te bekennen. Men legt ons uit, dat men pas na het oogstseizoen kalveren gaat kopen, omdat ze dan goedkoper zijn. In plaats van het hele jaar, wordt dit dure project dus maar de helft van het jaar gebruikt.

 

Op naar het volgende project dat we hier nog willen bezoeken. Het is de vergroting van de Kerk van Kokossin. De kleine Katholieke kerk is jaren geleden door Père Willy Burm hier gerealiseerd. Père Willy heeft zo’n 50 jaar als witte pater gewerkt in Burkina Faso en is in 2013 overleden en begraven in Ouagadougou. Net als bij de moslims is het aantal Katholieken in dit dorp de laatste jaren enorm toegenomen. Gezinnen met meer dan zes kinderen zijn hier eerder regel dan uitzondering. De kerk is nu tweemaal zo groot geworden. Het gebouw ziet er prima uit. De catechist en de gelovigen zijn er erg blij mee. De catechist vraagt of er misschien hulp geboden kan worden bij een aantal zaken. Ten eerste werkt de toeter niet meer waarmee men altijd de dienst aankondigde. De toeter was ooit door Père Willy hier geïntroduceerd. Er komt geen enkel geluid meer uit, zo laat men zien. Men zou graag een klok hebben, die men kan luiden als er een dienst staat te beginnen. Ook zou men graag een geluidsinstallatie hebben, die werkt op een zonnecel. Daarnaast geeft hij aan dat nu niet alle mensen kunnen zitten en hij graag 10 extra banken zou willen hebben. Als hij merkt dat we alles noteren en na overleg met de andere aanwezigen vraagt hij uiteindelijk 20 banken. Ondertussen is de dolo en het water al rond gegaan. Dat gaat er wel in, want het lopen in de middagzon maakt ons dorstig. De kerk uitlopend bespreken de mogelijkheid om eens in Nederland te gaan rondsnuffelen of er geen kerkbanken ergens over zouden zijn bij een van de vele kerken die tegenwoordig gesloten worden. We voorzien wel één probleem. Het vervoer van deze vaak enorme banken. Een tweede probleem dient zich buiten naast de kerk aan. Termieten, ze lopen er massaal rond. Toch maar voor een stenen of metalen oplossing gaan?

 

We wandelen terug richting school. In het verleden droeg deze school de naam Sint Joseph. Het oude naambord is verdwenen en vervangen. Blijkbaar vond de moslimbevolking de naam niet zo gepast voor hun kinderen. De avond begint te vallen en dus is enige haast geboden, willen we niet in het donker over de slechte paden moeten gaan rijden.

 

Blaise, een bevriende man al sinds ons verblijf in Kokossin in 2006, geef ik nog wat kleine cadeautjes. Onderweg heeft hij me al gevraagd of ik me nog kon herinneren dat ik hem in 2011 had toegezegd om te zien naar een digitale camera. Ik vertelde hem dat het voor hem klaar lag in de auto bij de school. Ook vertelde ik hem dat ik nog wat verrassingen bij me had. Naast een tweede hands digitale camera op batterijen heb ik een knuffel voor zijn dochtertje van een jaar of zeven en een lamp voor hem, die werkt op een zonnecel. Hij snapt niet echt hoe hij werkt, gezien zijn vraag. “Moet ik hem dan in Koupela laten opladen?” Ik toon hem het knipperend lampje, dat aangeeft dat de zonnecel zich aan het opladen is in de zon. Hij en ook de andere aanwezigen vinden dit prachtig. Ik word na de uitleg door allen bedankt voor dit mooie cadeau. Hopelijk draagt dit cadeau er toe bij dat er in het vervolg wat minder batterijen gebruikt en dus ook weggegooid gaan worden. Oude batterijen belanden in veel gebieden gewoon buiten op het erf. Van milieuverontreiniging en gevaarlijke stoffen in batterijen heeft men hier nog nooit gehoord. We nemen afscheid. Morgen zullen we nogmaals in dit dorp zijn, om de rest van de projecten langs te kunnen gaan, waaronder ook Tandaghin, waar Blaise zelf woont. Blaise zelf zal ongeveer 51 jaar oud moeten zijn en ik schat zijn vrouw zeker niet veel jonger. Ze hebben een oudere zoon en dus een dochter van een jaar of zeven. In 2008 vertelde hij me tijdens het bezoek dat hij weer vader zou gaan worden. In 2011 wilde het meisje die vreemde blanke dame geen hand geven, maar kroop ze weg achter Blaise. Ze gaat volgend jaar naar school. Blaise had me onderweg al verteld dat dat een kostbare zaak voor hem was. Meer dan twee kinderen onderhouden was voor hem geen optie, zo vertrouwde hij me toe.

 

In Koupela aangekomen pikken we Andrea op, die samen met Ornella en Vivian in de hoofdstraat op ons staan te wachten. Terwijl er nog wat boodschappen worden gedaan zit Ornella, zonder echt te protesteren bij Sjef op schoot. Ze is blijkbaar toch al een beetje gewend aan de vreemde Nassarra’s. Door onze late terugkeer in Seguem eten we ook pas laat. Een eenvoudige snelle maaltijd bereiden, zoals we hebben voorgesteld, kost blijkbaar in Burkina toch nog altijd behoorlijk wat tijd. Maar het smaakt prima. Voor ons doen erg laat kruipen we rond een uur of tien onder onze muskietennetten. Lakens of iets anders zijn niet nodig. De nachten zijn warm en vochtig genoeg.

 

 

Plichtsgetrouwe bewakers en wederom naar Kokossin

 

Zaterdag 1 augustus. ’s Morgens vroeg, we zijn net klaar met ons ontbijt, komt Issouf langs. Hij was voor een conferentie elders ten westen van Ouaga. Hij is de belangrijke man achter het project hier in Seguem. Nadat hem gevraagd was het grote project in financieel behapbare stukken aan te leveren is het uiteindelijk Stichting Help Burkina toch gelukt vele delen er van te realiseren. Eerst is men begonnen met het fokken van runderen en kippen/parelhoeders. Ze willen het als het goed loopt gaan uitbreiden met geiten. Zodoende hebben ze een grotere risicospreiding, voor het geval het met één van de projecten tijdelijk niet goed gaat. Ook zijn ze bezig met het proberen vast te houden van het regenwater op de velden, door het aanleggen van dammetjes en het graven van kuiltjes, waarin de sorghum gezaaid wordt. Verder is men zeer actief bezig met het planten van struiken en bomen op de grote lege vlaktes. Issouf moet vandaag weer terug naar Ouaga, om een rapport over de conferentie te schrijven. Hij vond het toch belangrijk om hier even zijn neus te laten zien.

 

Na zijn korte bezoek pakken we onze spullen voor deze dag en vertrekken naar Koupela en daarna naar Kokossin. In Koupela zetten we Andrea af. Ze moet vandaag een soort examen doen, tezamen met vele anderen om zodoende uitverkoren te worden voor een klein aantal beschikbare banen. Een belangrijke dag dus voor haar. We zetten haar af bij de “bushalte”. Roger stopt haar nog wat geld toe voor de bus en wij wensen haar heel veel succes. We rijden ook nog even langs de Jumbo in Koupela. We gaan er als bewijs een foto van maken. In Nederland geloofde men bij de Jumbo niet dat er in Burkina ook een Jumbo is. We rijden dezelfde route als gisteren. Dus daarover valt niet veel nieuws meer te vertellen. In Tandaghin stoppen we even bij Blaise. Hij komt ons een hand geven en roept wat naar mensen verder op. Een vrouw vertrekt en een meisje gekleed in alleen een onderbroekje komt naar de auto toe. Dit blijkt zijn dochtertje te zijn. In 2011 wilde Blaise haar me een hand laten geven, maar ze was toen erg bang van die blanke dame. Nu krijg ik zonder aarzeling een hand van haar. Even later komt de vrouw, die zonder bovenkleding op het veld had staan werken en was weggelopen, netjes aangekleed ook een hand geven. Dit blijkt zijn vrouw te zijn. Haar had ik nog nooit eerder gezien. Ik versta het Mooré dat ze spreekt niet zo goed. Alleen de woorden barka wusgo, hetgeen heel erg bedankt betekent, versta ik. Dus knik ik begrijpend. Ze bedankt me voor de cadeautjes die ik gisteren aan Blaise heb gegeven. We rijden door naar Kokossin, opnieuw langs de bouli. In Kokossin staan duidelijk meer mensen bij de school te wachten. We gaan binnen in het lokaal zitten wachten op wat komen gaat. De handen worden geschud. De zoon van de overleden dorpsoudste, neemt ook vandaag het woord. Hij lijkt het prima te doen hier in Kokossin. Hopelijk stelt de grote Naaba hem spoedig aan in deze functie. De wens voor een nieuwe school, een CEG, (middelbare school) wordt opnieuw uitgesproken. Reeds eerder is daar over van gedachten gewisseld, maar tot nu toe heeft de Duitse organisatie, die zich hiermee op verzoek van Sjef bezig houd het verzoek afgewezen. Ze vonden dat er in de regio voldoende alternatieven waren binnen een straal van tien kilometer. Men knikt begrijpend. Echter doet zich het volgende voor. De dichtst bij gelegen CEG, die in Yargo, heeft volgend jaar zo’n groot aanbod van nieuwe leerlingen dat zij Kokossin ter wille willen zijn. Eén van de twee klassen wil men in Kokossin laten starten. Als voorwaarde wordt gesteld, dat men dan in Kokossin een lokaal ter beschikking moet stellen. Ik vraag me af of die bereidheid komt, omdat ze de reistijd van de kinderen willen bekorten of dat ze hun lokalenprobleem zo willen oplossen. Er worden wat suggesties over en weer gedaan. Wat natuurlijk erg jammer is dat het aantal leerlingen dat nu geslaagd is op de basisschool in Kokossin en dus door zouden kunnen stromen naar de CEG erg klein is. De Duitse organisatie neemt dat zeker mee in haar overwegingen. De bevolking geeft aan dat de omringende basisscholen tezamen wel een ruim aanbod kennen van kinderen die nu naar de CEG kunnen gaan. Als deze kinderen echter naar Yargo zouden moeten en hun ouders geen geld hebben om naast het schoolgeld ook nog de kosten voor een fiets te betalen, haken deze kinderen zeker af. Het gevolg is dat deze groep dan thuis komt te zitten. Hun schoolloopbaan zal daarmee als beëindigd moeten worden beschouwd. Een tweede mogelijkheid die wordt geopperd is dat er een aanvraag wordt gedaan voor slechts één lokaal. Hiervan zijn de kosten nadrukkelijk lager, dan die van een volledige school. De basisschool heeft namelijk op dit moment ook geen lokalen over, om die ter beschikking te stellen. Er volgt een discussie in het Mooré. Wij kunnen die uiteraard niet volgen. Gelukkig vertaalt Roger regelmatig de essentie ervan voor ons. Uiteindelijk heeft men liever één lokaal, dan helemaal géén. De uitkomst wordt dat men een begroting zal indienen bij de Stichting Help Burkina voor één lokaal. Sjef zal dan binnen de financiën van de Stichting nagaan of een en ander realiseerbaar is op niet al te lange termijn. Dit is dan weliswaar een korte termijn oplossing, maar voor de huidige leerlingen van de hoogste klas van de basisschool, die wel geslaagd zijn voorlopig wel de beste. Diverse afgevaardigden bieden ons kippen en eieren aan. We kunnen er zo ongeveer zelf mee op de markt gaan staan. 10cfa per ei, zo’n anderhalve cent, nou nee, laten we ze maar gewoon zelf op eten of er anderen mee blij maken. Het levert toch ook niet echt gigantische bedragen op.

We hebben het ook nog even over de fruitbomen in de schooltuin, welke we in 2011 hier geplant hebben. Niet alle bomen blijken te zijn aangeslagen. We horen, dat de kinderen die ervoor waren aangewezen, om de bomen in de droge tijd dagelijks van water te voorzien, dit prima hadden gedaan. Een aantal bomen heeft het ondanks deze goede zorgen helaas niet gered. De bomen die het wel gered hebben staan er over het algemeen redelijk goed bij. Ook de omheining ziet er nog goed uit. Helaas wordt de rest van de grond binnen de omheining niet meer gebruikt om gewassen te verbouwen. Jammer, want de schoolkeuken zou door een eigen teelt, hiervan kunnen profiteren. De gewassen zouden er goed beveiligd staan tegen rondtrekkende kuddes vee.

Blaise laat me buiten bij de school door Roger nogmaals bedanken voor de cadeaus van gisteren. Hij heeft Roger ook gevraagd me uit te leggen, dat hij helaas te arm is om een cadeau voor mij te kopen. Ik mag van hem zijn kleine meid mee nemen als dank. Natuurlijk doe ik dat niet. Ik zeg hem, dat het helemaal niet mijn bedoeling is dat hij mij een cadeau terug geeft. Vriendschap staat boven elk cadeau. Hij bedankt me voor deze woorden en zegt dat hij in elk geval voor me zal bidden, dat ik een gezond en lang leven zal hebben.

 

Hierna lopen we naar de bouli. Onderweg zie ik dat veel meer gronden nu gecultiveerd zijn. Verschillende gebieden zijn nu rijstvelden geworden, die dankzij de dijkjes die het regenwater vasthouden er goed uitzien. We gaan op zoek naar een bolgewas, dat we gisteren al bij de barrage zagen staan. Alleen hadden we toen niet het juiste gereedschap bij ons om het uit te graven. Bij Blaise hebben we een hakje mee genomen. Sjef wil proberen deze bol thuis te gaan vermeerderen. Een vorige keer is dat met deze soort helaas niet gelukt. We zien onderweg nog meer bloeiende bollen en ook die mogen mee naar Europa. Zo merken de meegelopen Burkinabé op. Dit in tegenstelling tot de Burkinabé, die het waarschijnlijk nooit te zien zullen krijgen. Ik denk dat die uitspraak helemaal waar is. Een Burkinabé krijgt slechts na het invullen van heel veel papieren en na het voldoen aan heel veel formaliteiten een visum voor Europa. De meegelopen mannen zijn enthousiast mee aan het zoeken en wijzen op een struik van ruim anderhalve meter hoog, die volgens hen ook heel mooi bloeit. Eén ding hebben ze blijkbaar niet helemaal gesnapt. We zijn niet zo zeer op zoek naar bloemen, maar naar bollen die mooi kunnen bloeien. Deze anderhalve meter hoge struik heeft in onze bagage nauwelijks overlevingskansen. Nadat we diverse bollen hebben laten uithakken, waarmee met name Blaise zich bezig hield, rijden we terug naar Tandaghin. Daar staan wat mensen tussen de moskee en het toiletgebouw op ons te wachten. Sjef deelt zijn laatste twee ballonnen uit. Hij heeft er inmiddels zo’n 250 kinderen mee blij gemaakt. Het was geen enkel probleem om er kinderen voor te vinden die er één wilde hebben. Zodra hij er iemand één gaf, kwamen er overal vandaan kinderen tevoorschijn. In Kokossin had Sjef al een hele hand vol ballonnen aan Blaise gegeven. Zodra Blaise arriveert wijst Sjef voor meer ballonnen naar Blaise. Hij deelt er twee uit en maakt dan een gebaar dat ze nu ook bij hem op zijn. Wij zien er duidelijk nog meer in zijn borstzak zitten. We maken er later in de auto terug naar Koupela grappen over. Zou hij denken dat het kapotjes zijn. Dan krijgt hij straks allemaal oranje kinderen…….

 

We nemen afscheid en nogmaals worden dankbetuigingen uitgesproken. Sjef vertelt Blaise dat hij volgende keer nog meer ballonnen mee zal brengen voor de kinderen in dit dorp. Blaise antwoord daarop, dat hij liever zag dat Sjef volgende keer voetballen mee zou brengen. Hij is namelijk voetbaltrainer van de plaatselijk jeugd. Jammer genoeg heb ik nog een voetbal in Seguem liggen, anders had ik hem die nu kunnen geven. Later via Roger maar eens kijken of ik die hier kan krijgen.

 

Rond een uur of drie arriveren we bij ons ‘vaste restaurant’ in Koupela en eten er een hapje. De eigenaar herkent ons van eerdere bezoeken de afgelopen jaren en schuift met groot kabaal een aantal metalen tafels tegen elkaar. Twee jongetjes van een jaar of tien, elf die in de schaduw zitten te doezelen worden tot de orde geroepen. Ze maken de tafels schoon. We nemen plaats onder een grote ventilator. De twee jongetjes nemen de bestelling op en halen deze uit een grote koeling. Twee van de gekregen kippen worden afgegeven bij een lokale barbecue en wij bestellen een eenvoudige maaltijd voor bij de kip. Zodra de kippen klaar zijn worden ze afgegeven in het restaurant en kan het smullen beginnen. Er wordt voor de bereiding van de kippen als ik het goed gezien heb 1000 cfa (anderhalve Euro) betaald. Het feit dat we in dit restaurant zelf meegebrachte zaken mogen eten is natuurlijk voor ons niet echt vanzelfsprekend. Verkopertjes komen binnen, maar zijn niet echt storend aanwezig. Ook andere jaren gebeurde dat wel. Iedereen mag hier tenslotte proberen zijn boterham te verdienen. Zodra verkopers te opdringerig worden, wijst de eigenaar ze de deur. Blijkbaar is dat voor de meesten van hen heel duidelijk.  Het eten smaakt prima. De twee jongetjes zijn weer gaan zitten in de schaduw en wachten op de volgende klanten. Zodra nieuwe klanten arriveren, veren ze omhoog en bedienen ook hen. De locatie is voor Burkinese begrippen zeker schoon te noemen. Het verbaast me dan ook dan één van de andere klanten, nadat hij zijn zakje water heeft leeg gedronken, hij het gewoon ergens op de grond weggooit. Geen enkele persoon, ook het personeel niet, raapt het op.

 

We beleven een rustige avond als je tenminste wat aanloop en wat korte telefoontjes door de Burkinabé buiten beschouwing laat. Er moet tenslotte van alles rondom onze bezoeken aan de diverse dorpen en families geregeld worden. Ik help Tina met het maken van pannenkoekenbeslag. Ze is erg onzeker over hoe dat nu eigenlijk moet. Eerst breken we maar eens heel veel eitjes. De eieren zijn in onze ogen erg klein, maar de schalen daarentegen erg hard. Melkpoeder erbij, want verse melk hebben we niet. Bovendien hebben we meer dan genoeg melkpoeder van bij ons, aangezien niemand van ons melk in de koffie gebruikt. Water erbij en vervolgens en halve kilo meel. Tina klopt het ijverig met een vork en lepel totdat alle klontjes eruit verdwenen zijn. Ze doet wat boter in een grote diepe pan. Van een pannenkoekenpan hebben ze hier natuurlijk nog niet gehoord. Het mengsel wordt gebakken en Sjef mag dit eerste exemplaar voorproeven. Wat hem betreft mag er nog wel wat suiker bij. Tina gaat aan de slag met de suikerklontjes en een stamper, om de suikerklontjes fijn te malen. Ik probeer inmiddels met een enorm, maar heel bot mes een ananas schoon te maken. Uiteindelijk lukt het me toch en maak ik er blokjes van voor op onze pannenkoeken. We smullen er van. Sjef probeert daarna uit te leggen hoe lekker hij het wel vindt, door onze Nederlandse spreuk: ”het is alsof een engeltje over je tong piest” te vertalen in het Frans. Roger en Tina vinden het een geweldige spreuk en als goed Katholiek beginnen ze dan een discussie over welke van de drie engelen er dan wel staat te piesen. Er wordt daarover veel gelachen.

 

Wij, de Nassarra, kruipen bijtijds ons bed in. De Burkinabé zitten nog tot middernacht buiten zachtjes te praten. Rond een uur of twee ’s nachts, ik vind het erg warm en klef op mijn bed, begint het te regenen. Niet zo’n beetje, maar enorme stortbuien. Tina kruipt onder haar laken uit en gaat aan onze bewakers vragen om toch maar binnen te komen schuilen. In het wagentje onder dat kleine dakje, waar ze met twee man in zitten, zullen zeker niet droog gaan blijven. Ondanks aandringen door Tina willen ze niet binnen komen schuilen. Ook het schuilen in de keuken willen ze niet. Ze nemen hun taak als bewaker heel serieus en blijven op hun post. De zware regenbuien kletteren op het golfplaten dak. Na geruime tijd wordt de regen gelukkig minder en stopt vervolgens helemaal. Als een tweede bui zich met luid gerommel die nacht aankondigt vraagt Tina opnieuw aan de bewakers om te komen schuilen. Hun antwoord blijft onveranderd, bedankt voor het aanbod, maar nee we blijven hier zitten.

 

 

Boulsa, een waterrijke dag

Het bezoek aan een ‘Nationaal Monument’

 

Zondag 2 augustus. ’s Morgens bij het opstaan, zijn de grote waterhoeveelheden die ’s nachts gevallen zijn, niet meer waar te nemen. Alleen één van onze kippen heeft de slagregens niet overleefd en ligt levenloos naast de twee hanen en andere kip. Een nieuwe bui kondigt zich al weer aan. Tina dekt hoopvol buiten de tafel. Ik ga toch maar alvast binnen zitten met mijn dagboek, want enkele druppels heb ik buiten al gevoeld. De ontbijtboel wordt snel naar binnen verplaatst. Na eerst de enkele kleine druppels komt er daarna weer een zomerse bui uit de zwarte wolken, terwijl we binnen zitten te ontbijten. Het is gelukkig droog geworden tegen de tijd dat we vertrekken naar Koupela. We gaan daar de mis bijwonen in de Kathedraal. Onderweg zien we veel stromende beekjes, plassen water en water op de landerijen. Bij de Kathedraal komt een grote groep mensen naar buiten. Zij hebben net de vroegste dienst bijgewoond. De mensen voor de tweede dienst komen aangelopen. De kerk vult zich, weliswaar niet zoals in de Kerstnacht toen de kerk helemaal uitpuilde, maar toch nog zo dat menig Nederlandse pastoor er ’s zondags jaloers op zou zijn. De dienst is in het Mooré en dus zijn er weinig woorden echt van te verstaan. Het ritme van sommige gebeden is wel herkenbaar. Er wordt veel gezongen door een koor, dat op de voorste banken in de kerk zit. Het wordt begeleid door slaginstrumenten, die in de zijbeuk een plaats hebben gevonden. De dienst duurt nu ruim een uur, in tegenstelling tot de nachtmis met Kerst, die drie uur duurde.

We rijden na de dienst over een prima rode piste naar Boulsa. Het stadje, met ruim 21.000 inwoners (2012) net iets kleiner dan Koupela (23.000 inwoners - 2012), ligt op 50 kilometer ten noorden van Pouytenga (84.000 inwoners - 2012). In Pouytenga is de handel overal in volle gang als we passeren. Elke drie dagen is er in Pouytenga een grote veemarkt. Het is hier eigenlijk altijd wel druk. Naast het busstation, waar vandaan bussen in alle mogelijke richtingen vertrekken, is het gemeentehuis een ander duidelijk herkenningspunt in deze stad. Ik zie aan deze beiden geen veranderingen. Het is zondag en er is geen echter markt en dus is het op het busstation erg rustig. Onderweg zien we overal waar we passeren heel veel water. De barrage van Pouytenga loopt flink over. Dit is echter niets vergeleken met een barrage die we verderop passeren. Het water stroomt onder een brede brug door naar lager gelegen gebieden. We zijn erg onder de indruk van de breedte van deze overloop, waar enorme hoeveelheden water stromen. We weten op dat moment nog niet dat dit bij de volgende barrage nog overtroffen gaat worden. We passeren een rond kapelletje. Op het eerste oog niets bijzonders, want gebedsplaatsen vindt je in grote of kleinere verschijningsvormen overal in het landschap. Dit kapelletje is in het rond gebouwd met aan de achterzijde een opening, waar langs men binnen kan komen. Het heeft geen dak. Wat dit kapelletje dan toch bijzonder maakt is dat het minstens tien jaar geleden gebouwd is door Père Willy Burm. Binnen tegen de muur zit een gemetselde rand, waarop de mensen kunnen gaan zitten. Voorin hangt op enige hoogte een Mariabeeld. Dit is helaas niet helemaal meer intact. Het voetstuk ligt nu in brokken op de grond. De rest van dit bouwwerkje ziet er nog prima uit. We mochten willen dat alle gebouwen er na tien jaar nog zo uitzagen.

 

Dan een kilometer of 25 voor Boulsa zien we een enorme waterzee voor ons, van ik denk al gauw een 200 meter breed. De volgende barrage die al het water niet meer aankan en dus overstroomt. Elk stuwmeer heeft ook een betonnen overstort voor als het te vol wordt. Er ligt verlaagd een weg, een brede betonnen strook, waarvan het verkeer ook bij overstortend water gebruik kan maken. Als we bij dit stuwmeer aankomen zien we dat het water woest overstort naar de lagere kant. Aan de overkant zien we een flinke groep jonge mannen en een tweetal militairen met wapens bewapend zitten op een leuning. Zij houden de situatie nauwlettend in de gaten. Het water stort zich over de brug naar beneden, op de plaats waar wij over heen zouden moeten. Tot mijn opluchting zie ik aan de lage kant stevige betonnen palen staan, met daartussen metalen stangen, die ons hopelijk tegen zullen houden, mocht het water grip krijgen op onze auto. De chauffeur stopt voor het water en kijkt bedenkelijk. Dan zien we vanaf de andere kant enkele auto’s en even later ook een brommer onze kant op komen ploeteren. Het water is minstens kniediep. Onze chauffeur waagt het er dan ook maar op. Stapvoets rijden wij door. Halverwege blijken de beschermende palen verdwenen te zijn, een eerder ongelukje of het kolkende water dat de relgin heeft weggespoeld...? Maar niet te veel bij nadenken. De chauffeur gaat dichter aan de barragekant rijden, waar gelukkig omdat er nauwelijks verkeer is voldoende ruimte is. Het water spettert tot boven onze wagen als we door het water rijden. Aan het einde van de brug groeten de jongens en de soldaten ons vriendelijk. We zijn heelhuids over en hebben het binnen gelukkig droog gehouden.

 

Na ongeveer één uur rijden arriveren we in Boulsa. Hier staan naast een eigen project ook wat projecten op het programma van een andere Nederlandse Stichting, te weten Stichting Schoonhoven Helpt. We bekijken de kleuterschool en de basisschool die door deze Stichting gerealiseerd zijn alleen aan de buitenkant. De beide gebouwen zien er in ieder geval op het eerste oog goed uit. Voor de school staat een ‘chateau’, een hoge toren waarop in het verleden een zonnecel bevestigd was. Na een grote storm is hij beschadigd en er af gehaald. Een nieuw exemplaar is beschadigd door kinderen die er met een katapult op geschoten hebben. De leverancier van de zonnecel is ondanks herhaaldelijke telefoontjes nog niet langs geweest om hem te komen inspecteren en mogelijk te repareren. Hierdoor moet men op diverse plaatsen in de stad, dure energie van het netwerk afnemen, terwijl voorheen de zonne-energie gratis was. Het zorgt dus voor een extra kostenposten. Van alle projecten die we in Boulsa bezoeken maken we foto’s, zodat die straks aan de andere Nederlandse organisaties doorgestuurd kunnen worden. Zodoende zijn zij door ons bezoek ook meteen op de hoogte van de stand van zaken rondom hun projecten.

 

Natuurlijk brengen we voordat we de projecten gaan bezoeken eerst een bezoek aan de plaatselijke Naaba. Hij is de ‘Naaba van de maskers’, zoals hij het zelf uitlegt. In dit gebied zijn nog de traditionele maskerdansen. Hij is een oude bekende van Sjef, aangezien hij in zijn jongere jaren de privé-chauffeur was van Père Willy. Zijn naam is Désiré. Hij blijkt in tegenstelling tot veel Naaba’s nog niet zo oud te zijn. Ook spreekt hij voortreffelijk Frans. Dit is voor veel Naaba’s nog geen vanzelfsprekendheid. We worden door hem warm ontvangen en hij gaat ons voor naar zijn ontvangstruimte. Hier staan vier ligstoelen en een salontafel. Op de tafel staat een schaaltje met eieren en vier glazen. In een ander deel van de kamer staat een eettafel met zes stoelen er om heen. Verder staan in de ruimte nog allerhande spullen, die bij ons ook in een vergeten hoekje van de schuur aangetroffen zouden kunnen worden, zoals een fietsje, een bed en zo meer. De tafels zijn gedekt met een mooi kleed met daarop een afbeelding van Kerst en de tekst ‘Bonne Noël’ (‘fijne Kerstdagen’).

Naaba Désiré zet voor ieder van ons een literfles ijskoud bronwater neer. Hij vraagt naar onze plannen en de redenen van ons bezoek aan Boulsa. Het is zondag en bovendien vakantie, waardoor veel leerlingen en het personeel niet aanwezig zullen

zijn. Hij gaat ons op zijn brommertje voor in zijn ruim vallende blauwe gewaad. Wij volgen hem in onze auto. Hij is niet moeilijk te volgen aangezien er achter op zijn blauwe gewaad een groot wit kruis gestikt zit. Natuurlijk ontbreekt zijn rode hoofddeksel niet, dat hoort bij zijn functie. Een project dat hier gerealiseerd is door Help Burkina is een internaat voor meisjes, waarvan we de huidige stand van zaken graag willen zien. Alles blijkt inderdaad gesloten te zijn en er is nergens iemand te bekennen. We gaan naar de Catechisten, die een groot gebouw hebben tegenover de kerk van Boulsa. Ook hier krijgen we een gastvrij ontvangst. Deze Catechist blijkt, nadat hij wat getelefoneerd heeft een bak vol sleutels te hebben. Sleutels, waarvan er één na wat zoekwerk blijken te passen op het hangslot op de poort van het internaat. De poort gaat open en er worden wat stekelige takken verwijderd die er achter hangen. We komen nu op het terrein dat drie rijen gebouwen heeft. Er staan vrij veel hoge acacia’s, die voor voldoende schaduw zorgen. Door de regentijd is de grond overal glibberig geworden. Op veel plaatsen groeit nu mos. Er is een administratiegebouw, leslokalen en een gebouw waarin meer dan 50 meisjes tijdens de schoolperiode een onderkomen vinden. In de middelste gebouwen zijn de slaapzalen. Het gebrek aan slaapplaatsen is opgelost door er stapelbedden te plaatsen. We horen dat de meiden de hoge bedden heel erg eng vinden. Veel van de meiden slapen thuis op de grond en dus is een bed boven de grond al wennen. Ze zijn bang dat ze er af zullen vallen, hoewel alle bedden toch voorzien zijn van een opstaande rand. Alleen wie wil slaapt hier ‘hoog’. Vaak wennen ze er wel aan, nadat ze langer hier zijn. Ze durven na verloop van tijd wel op het hoogste bed  te gaan slapen. De matrassen lijken hun beste tijd wel gehad te hebben. Bij de ingang van de slaapzaal staan voor alle meiden kasten, waarin ze hun persoonlijke bezittingen kunnen opbergen. Tussen de diverse lokalen zijn overkappingen gemaakt, zodat leerlingen daar kunnen studeren in hun vrije tijd. Ook kunnen de leerkrachten als het binnen in de lokalen te warm is buiten les geven. Op de muren buiten onder de overkapping zijn dan ook ‘lesborden’ geverfd. De laatste lessen blijken nog overal op de schoolborden te staan. Het uitvegen ervan na de les blijkt hier dus geen vaste gewoonte te zijn. Nu het drie maanden grote vakantie is zijn alle meiden naar hun ouderlijke huis teruggekeerd. Zij zullen thuis hun moeders weer moeten gaan helpen met allerhande werkzaamheden. Zij komen vaak uit veraf gelegen dorpen, ver van de bewoonde wereld. Eind september komen ze dan hopelijk allemaal weer terug. Hoewel ook hier het niet op kunnen brengen van schoolgeld en/of reisgeld door de ouders het einde van een schoolloopbaan betekent. In enkele gevallen helpt de kerk wel eens met bijvoorbeeld het betalen van reisgeld, zodat een meisje in deze lange vakantie toch naar huis kan.

 

Als laatste brengen we een bezoek aan iets wat we zelf bestempelen als een ‘Nationale Monument van Boulsa’. Het is een oude enorme shovel die naar schatting 60 jaar(±1950) geleden daar ter plaatse kapot is gegaan bij de aanleg van de verbindingsweg tussen Boulsa en Kaya. Sindsdien is hij niet meer van zijn plaats geweest. Aan wat zaagsporen te zien lijkt het er op dat men heeft geprobeerd metalen ervan af te slopen, hetgeen niet echt gelukt is. De weg is er naast aangelegd, maar het meest opmerkelijke is dat in deze shovel een aantal bomen zijn gaan groeien. Naaba Désiré weet niet beter dan dat deze machine daar altijd heeft gestaan. We maken hier natuurlijk ook een paar foto’s om ons bezoek hieraan te vereeuwigen.

 

We rijden terug naar het huis van de Naaba. Gisteren heeft hij al telefonisch gevraagd of we willen blijven eten en dus staan de warmhoudschalen al klaar voor ons als we terug komen bij zijn huis. Als Sjef gaat zitten, blijkt de stoel niet echt stabiel te staan en kukelt hij met stoel en al achterover. Gelukkig heeft hij zich niet echt bezeerd en kunnen we er allemaal hartelijk om lachen. Hij krijgt van ons een andere stoel. We scheppen het eten op onze borden. Een heerlijke maaltijd is voor ons bereid, die we ons goed laten smaken. Als we klaar zijn met eten, waarbij de Naaba zelf overigens niet aanwezig is, komt hij samen met zijn vrouw binnen met drie fraai ingepakte cadeaus. Voor de heren zit er een traditioneel gewaad in en voor mij een traditioneel geweven doek, die als rok gedragen kan worden en een kleine bijpassende lap, die of als hoofddoek of extra lap over de rok gedragen kan worden, zo legt Tina me uit. We besluiten het meteen aan te doen. De Naaba vindt dat erg leuk en wil daarna met alle plezier met ons poseren voor een foto. Tina wil met mijn toestel wel wat foto’s maken. Helaas is zij er nog niet zo bedreven in en zie ik het toestel bij het knippen van de foto’s telkens behoorlijk bewegen. Gelukkig zijn er met een andere camera ook foto’s van dit moment gemaakt, zodat we er niet alleen een bewogen moment aan over houden. Daarnaast blijken de eieren die op tafel staan ook voor ons te zijn. Bij het meenemen valt er één op de grond. Gelukkig waren ze al gekookt en ontstaat er dus geen rotzooitje door het gevallen ei.

 

Het wordt weer eens tijd om terug te gaan naar Seguem. We willen de barrages in ieder geval voor het donker weer gepasseerd hebben. We verwachten wel geen extra problemen, want het is verder de hele dag droog geweest, maar je weet het hier nooit zeker. De situatie bij de eerste barrage blijkt als we er aan komen vrijwel onveranderd te zijn sinds vanmorgen. De militairen zwaaien weer vriendelijk naar ons en de jeugd is grotendeels verdwenen. Flink spetterend rijden we door het water heen. Hetzelfde geldt bij de tweede barrage, ook daar stroomt het water onverminderd onder de brug door.

 

Terug thuis aangekomen wordt het eten weer bereid en kruipen we na een lange en vermoeide dag vroeg in onze bedden.

 

 

Een ‘shit dag’ voor Tina

Het bezoek aan Pouytenga en Balkiou

 

Maandag 3 augustus. Na het ontbijt komt een jongetje aanlopen met een jong katje. Na de kariténoten, de rozijnen, de eieren en de kippen het zoveelste geschenk zo lijkt het wel. Zonder iets te zeggen zet hij het bij ons op de veranda en loopt weg. Ik vertel dit aan Roger, me afvragend wat we hier nu mee aan moeten. Goed bedoeld ongetwijfeld, maar wat moeten we daar nu mee. Roger besluit de jongen terug te roepen en hem te vragen het jonge katje toch maar weer mee te nemen, hoe schattig we het ook vinden. Wel vragen we ons af welke verrassingen ons nog meer te wachten staan.

 

Vandaag staat een bezoek aan Pouytenga en omgeving op het programma. Als eerste gaan we langs bij de moeder en familie van Tina en dus ook die van halfzus Pascaline. Vanuit Koupéla is het een behoorlijk slechte weg, maar dat nemen wij op de koop toe. We hebben voor haar een deel van de gekregen eieren mee genomen. Roger denkt, dat als ze die bij haar eigen kippen legt, deze nog kans maken uit te komen. Zo krijgt ze dan een groter aantal kippen of parelhoeders. Een veertiental kinderen, twee zussen, de moeder van Tina, en nog wat vrouwen zijn aanwezig op en bij het erf als wij arriveren. Ook hier deelt Sjef weer de gebruikelijke ballonnen uit. Als we zeggen graag een familiefoto te willen maken, wordt eerst voor een aantal kinderen een shirt gehaald en de jongste, een baby’tje, krijgt een schattig jurkje aan. We maken een leuke foto rondom moeder, die we in het midden op een krukje laten plaatsnemen. De kinderen laten we allemaal op een rieten mat voor moeder, hun oma, plaats nemen.

Na dit korte bezoekje gaan we door naar ons volgende adres, Kombéolé, waar Huib Povel uit Schiedam als waterbouwkundig ingenieur een stuwmeer heeft aangelegd. Daartoe moeten we eerst een heel eind door de bush rijden. De weg is al niet best als gevolg van slecht onderhoud, maar de regenbuien en waterstromen hebben de toestand van de weg ook zeker niet verbeterd. Er zitten grote geulen in de weg, soms overdwars en soms over de volle lengte van de weg gedurende een langer traject. Het vraagt grote stuurmanskunst van onze chauffeur. We gaan dan toch maar even de weg af. De naam weg  mag hij hier en daar eigenlijk niet eens hebben. We komen daardoor terecht op een heel smal pad tussen de maisvelden. Dit kan toch niet de bedoeling zijn. We keren om bij een boom. Er moet gezocht worden naar een alternatieve route naar de woning van Huib Povel. Dan stuiten we op een diep uitgesleten rivierbedding. Onze chauffeur waagt zich er niet aan. We moeten te voet verder. We blijken aan de verkeerde kant van de barrage te staan. Ook in deze barrage staat heel veel water. Gelukkig heeft deze barrage een erg brede en hoge dam, zodat het water dat er overheen stroomt redelijk beperkt is. Bovendien wordt op slechts een klein deel, in het midden van de barrage, het water doorgelaten. We proberen langs de dam in de richting van de overkant te komen. Op veel plaatsen ligt modder of groeit er mos, waardoor de overtocht wel wat glibberig is. Waar de barrage overstroomt wordt het in een soort riviertje verder naar lagere delen geleid. We besluiten dat er over heen springen bij een smal deel de beste optie is. Niet helemaal risicoloos, gezien de blubber en het mos dat op de andere kant aanwezig is. Alleen Tina besluit met blote voeten door het water te gaan lopen, de rest springt over het stroompje en landt veilig aan de overkant. Huib Povel heeft in de onmiddellijke nabijheid van de dam een mooi huis gebouwd, waar hij samen met zijn vrouw de wintermaanden doorbrengt. Vanuit dit optrekje begeleidt hij andere projecten.

Aangekomen bij zijn woning worden we binnen gelaten door een werknemer. Huib Povel is slechts drie maanden per jaar in Burkina, in het droge seizoen, zo rond december. Hij komt er dan werken aan het onderhoud van enkele barrages in dit gebied tussen Koupela en Pouytenga. Het werk bestaat uit onder andere het uitbaggeren van de barrages. Het in de regentijd aangevoerde slib moet worden verwijderd, zodat de barrages diep genoeg blijven. Waar nodig de dammen herstellen, dan wel verbeteren. Hiertoe heeft hij op zijn terrein in en om diverse opslagloodsen heel veel materiaal staan. Van mobiele zandzuigers tot handgereedschappen waarmee gegraven kan worden. Te veel om op te noemen. We nemen overal een kijkje. Kriskras over het terrein verspreid en opgeslagen in de loodsen staan een grote hoeveelheid materialen. Ik verbaas me over de hoeveelheid spullen, in mijn ogen de grote hoeveelheid troep, die hier aanwezig is. Het zal mogelijk allemaal wel eens van pas kunnen komen. Dan ineens valt ons oog op een oranje brommer die tegen een boom staat. Op zich niet echt iets vreemds, maar dit brommertje draagt de naam van Willy Burm en Gounghin. Hiermee heeft hij minstens tien jaar geleden in Gounghin rondgereden. Eén band staat slap, de ander lijkt nog op spanning te staan. Wat een verrassing, dat we die hier aantreffen. Voor zijn woning heeft Huib Povel een, wat hij zelf noemt, volière gemaakt. Een afrastering van struiken waar hij in de droge tijd vogels lokt met water en voer. Opvallend veel vogels schijnen in die periode deze oase te bezoeken op zoek naar water en voedsel. Op dit moment zijn er geen vogels te bekennen, alleen wat vogelgeluiden in de verte. Er is dan nu ook in de omgeving ruim voldoende voer en water voor ze te vinden.

Het afgelopen jaar stonden de barrages van onder andere Koupela en Pouytenga droog in het droge seizoen. Van deze barrages zijn heel veel mensen, dieren en ook planten afhankelijk. Ze worden zowel als drinkwatervoorziening gebruikt voor mens en dier, als voor het water geven van de velden er rondom heen. Mensen wassen zich er in. Ook kleding en zelfs auto’s en brommers worden in deze barrages gewassen. Toen de barrages dit voorjaar droog vielen moest men met tankwagens water van elders aanvoeren, om toch te zorgen dat mensen voldoende drinkwater konden halen. De dieren hadden het erg zwaar en Moïse vertelt ons later, dat door het gebrek aan water enkele van hun schapen waren bezweken.

 

De telefoon van Roger gaat, het is Pascaline, die vraagt waar we blijven. Ze had ons al rond een uur of tien verwacht in Balkiou en dat tijdstip is toch al wel enige tijd verstreken. Voor we daar aankomen zal het naar schatting wel half een zijn denken we. De route die ons terug moet brengen naar de ‘bewoonde’ wereld zal ook nog wel wat tijd gaan vergen.

Als we in Pouytenga de afslag Balkiou nemen klinkt er een vervelend geluid onder de auto. Een remleiding blijkt te zijn gesprongen. Het is niet zo heel ver meer naar de kliniek, ongeveer een kwartiertje lopen, zo weten we nog van ons bezoek in 2008. Als we nu gaan wandelen hebben we meteen de gelegenheid om te zoeken naar allerhande herkenningspunten uit die tijd. En veranderd is het toch wel. Overal staan nieuwe huizen, vaak rijen dik. Voorheen was de straat bijna geheel onbebouwd met hier en daar langs de weg wat stalletjes, waarin allerhande zaken te koop werden aangeboden. De meeste nieuwe huizen zijn gemaakt van cementstenen en de daken van golfplaten. Voorheen waren de meeste woningen die we hier zagen van banco met een rieten dak. Natuurlijk staan die er ook nog wel, maar zij vormen nu duidelijk een minderheid. We herkennen ook duidelijk de uitgesleten rivierbedding. December 2008 stond deze het was toen de droge tijd geheel droog. De bomen aan de oever waarvan de wortels toen ook al zichtbaar waren, omdat het rivierwater het zand had weggespoeld, lijken onveranderd op hun plaats te staan. Een volgend duidelijk herkenningspunt is de kerk aan de zijkant van de weg, vlak bij een grote baobabboom. Het enige wat daar nu weg is zijn allerhande bouwsels, waaronder de gelovigen konden schuilen tegen de zon of regen. Of de kerk, die toen al veel en veel te klein was, waardoor de mensen massaal buiten zaten, nu nog in gebruik is betwijfel ik daarom. Mogelijk is inmiddels elders een groter exemplaar gebouwd. Met de grote gezinnen met heel veel kinderen zou me dat in ieder geval niet verbazen. Bij één van de woningen die we in 2008 ook bezocht hebben aan deze straat wijst men dat we verder moeten. Blijkbaar weten zij dat we bij de CSPS op bezoek komen. Op plaatsen waar vorige keer stalletjes stonden zijn nu stenen winkeltjes verschenen, soms op dezelfde plaats en soms op heel andere plaatsen.

 

De woning van Gérard, bestaande uit diverse banco hutten staat er gelukkig nog wel. Dat was de plaats waar de weg naar de kliniek begon. Met Gérard hadden we in 2008 veel contact en in de Kerstnacht hebben we na de Kerstmis bij zijn stalletje, met de hele groep gezeten en Kerstliederen gezongen. Katholieke kinderen maken hier tegen Kerstmis buiten het erf een banco Kerststal. Gérard maakte daarvoor met klei de steentjes zelf met een klein houten malletje. Nadat de stenen gedroogd waren bouwde hij er zijn Kerststalletje mee. We hebben de dagen voor Kerst dit proces dagelijks zelf kunnen volgen. Hij was erg vereerd, toen we hem vroegen of wij in de Kerstnacht bij zijn stalletje liedjes mochten komen zingen. Zoals gezegd slaan we bij zijn huis rechtsaf richting CSPS en maternité. Deze projecten werden in ons bijzijn in 2008 officieel geopend. De velden langs de weg er naar toe zijn aan twee kanten ingezaaid met al kniehoog staand gierst. In de verte zien we het gebouw van de CSPS al. Vooraan op het terrein staan de restanten nog van een banco huisje, dat we toen hebben helpen bouwen voor de bewaker. Het dak is verdwenen en in het huisje groeit nu het onkruid. Het is duidelijk dat dit niet meer gebruikt wordt. Sporen van verval door regen en zon zijn duidelijk aanwezig.

Naast de CSPS en de maternité staan er op het terrein twee logementen voor het personeel, één apotheek en één open maar overdekte wachtruimte. Ook vallen een viertal zonnepanelen op die naast de maternité staan en een bak waarvan we de functie nog niet meteen begrijpen. Dat komt later nog wel. We worden welkom geheten door Moïse, een oude bekende. Hij excuseert de Naaba, die vanwege onze verlate aankomst en zijn andere verplichtingen inmiddels is vertrokken. Na korte tijd wordt voorgesteld eerst te gaan eten. Het ontvangstcomité vertrekt en de tafel in de wachtruimte wordt voor ons gedekt. Als vanzelfsprekend voor hen krijgen wij frites met kip en de Burkinabé rijst met kip. Ons wordt namelijk niet gevraagd wat we willen, men schept gewoon frites voor ons op. Tijdens het eten hoor ik diverse malen een baby kort huilen in de naast gelegen maternité. Na het eten bezoeken we eerst de CSPS. Het gebouw is na zeven jaar nog in prima staat. Onderhoud aan het plafond is, zoals we kunnen zien aan een aantal nieuwe platen, wel gepleegd. De matrassen zijn echter geheel versleten. Ze hebben nog maar twee matrassen. De ene hoes is op veel plaatsen gescheurd en de andere matras heeft helemaal geen hoes meer. Zeer onwenselijk voor een ziekenhuis. De directeur vertelt dat ze geen van tweeën meer gebruikt kunnen worden. Ze zijn op geen enkele manier meer schoon te maken. Patiënten moeten dus noodgedwongen weer op de grond slapen. Ook dit is zo zegt de directeur eigenlijk ook onverantwoord. Slapen op de metalen frames van de bedden is echter ook geen optie.

Op het dak van het gebouw heeft men naast de oorspronkelijke zonnecel een extra cel geplaatst. Eén zonnecel bleek niet voldoende energie te kunnen leveren. Daarnaast kan men overal gebruik maken van de vier extra zonnecellen die buiten zijn bijgeplaatst. Tot onze grote verrassing staat wat verscholen achter de CSPS een nieuw gebouw met twee zalen. Hierdoor kan men in de toekomst meer patiënten gaan opnemen. Bovendien kan men dan mannen en vrouwen gescheiden leggen. Hier staan wel ledikanten, maar ook hier ontbreken de matrassen. Een grote zorg zo blijkt op dit moment. Aan goede matrassen, zo vertelt de directeur, kan men hier op dit moment niet goed aankomen.

De apotheek ziet er professioneel uit. Alle medicijnen en verbandmiddelen staan overzichtelijk in de stellages. Hetzelfde kan gezegd worden over het magazijn. Veel medicijnen blijken op voorraad te zijn. De directeur zegt heel blij te zijn met alle medicijnen die we voor het ziekenhuis hebben meegebracht. De inhalatoren voor astmapatiënten wordt uitgebreid bekeken door de artsen. Erg bekend lijken ze niet te zijn met dit soort apparaatjes. De medicijnen die er bij horen lijkt men wel te kennen. Er is ook een apparaat, waarmee kleine kinderen en baby’s dit soort medicijnen middels een mondkapje kan worden toegediend. Ook dit wordt uitgebreid bestudeerd en dankbaar in ontvangst genomen.

Dan worden we uitgenodigd om in de maternité een bezoek te brengen aan een jonge moeder, die net bevallen is van een tweeling. Het babygehuil lijkt daarmee verklaard te zijn. Normaal hoor je in Burkina namelijk zelden een baby huilen. Voordat we er binnen gaan komen we eerst langs een zonnecel, die onze aandacht trekt. Het is een soort boiler op zonne-energie. Een kist van ongeveer een vierkante meter en 25 cm hoog, waarvan de bodem zwart is geverfd. Erop ligt een zwarte plastic slang in zigzag in bevestigd en het geheel is afgedekt met een glasplaat. Aan één kant kan via een trechter water uit de naburige forage gegoten worden. Aan de andere kant loopt dat er weer uit. Het water kan tot zeer hoge temperaturen worden verwarmd. Het zit op dit moment nog in een experimentele fase. Een jonge vrouw bij de pomp wordt gevraagd een emmer met water te brengen, dan kan men ons een kleine demonstratie van het apparaat geven. De emmer wordt leeggegoten in een trechter, die boven het zonnepaneel uitsteekt. Binnen de kortste keren stroomt er water boven uit het apparaat. Ik wil wel eens weten hoe warm het nu is en haal voorzichtig mijn hand door de straal water. Dat ik het voorzichtig doe is maar goed ook. Het water is echt behoorlijk warm, zeg maar gerust heet te noemen. Ook de anderen proberen het nu, maar zijn gewaarschuwd door mijn eerste reactie. We staan versteld. Dit gaat wel erg snel. We horen dat de zonnecel een hoeveelheid water gedurende de dag opwarmt. Door er een emmer water bij te gieten, stroomt de bak eigenlijk over. Het koude water vermengt zich met het hete water uit het systeem, dat werkt als een communicerend vat. Een geweldige toepassing van al oude kennis met de moderne techniek van zonne-energie. Voor de maternité en de CSPS is het een geweldig hulpmiddel.

 

We betreden de zaal waar de moeders met hun baby’s verblijven. Er zijn op dit moment drie jonge moeders aanwezig. De meeste belangstelling gaat wel uit naar de tweeling. De twee liggen heerlijk naast elkaar te slapen op het grote bed. Moeder zit trots aan het hoofdeinde. Als wij vragen of we er een foto van mogen maken haalt ze de doek, die over de twee baby’s ligt weg. Wat een schatjes.

 

We gaan verder om een bezoek te brengen aan de Embouche Ovine, een schaapskooi voor ouderen, onder leiding van Moïse. Hier worden door de ouderen van het dorp schapen gefokt en voer verbouwd. Voor het opzetten van dit project was financiële ondersteuning gegeven. We zien dat het afgeschermde terrein tijdelijk wordt gebruikt om maïs te verbouwen. Dit veldje ligt er prima bij. Deze mais kan later gebruikt worden om de schapen mee te voeren. Verder is er een magazijn waarin nog wat zakken voer liggen, voor als er buiten geen voer meer te vinden is in de droge tijd. De stal is op dit moment leeg. Ook hier zijn de schapen met een herder op pad om te gaan grazen in de brousse. We zien wel een solide overkapping, voorzien van een rieten dak, waar de dieren kunnen schuilen tegen zon of regen. Dit voorjaar zijn diverse lammetjes geboren, zodat de toekomst van dit project er rooskleuring uit ziet. Enkele ouderen en gehandicapten begroeten ons bij de ingang. Ze spreken hun dank uit voor de hulp. Ze zijn blij met deze zinvolle dagbesteding en met de inkomsten die ze hieruit hebben.

 

We rijden terug naar Seguem. Ook Pascaline gaat mee en laat zich rondleiden bij het nieuwe project, voordat ze weer terugkeert naar Pouytenga. We hebben een vrij rustige avond, waarbij zoals gewoonlijk veel gelachen wordt.

Als ik in bed lig en bijna slaap, komt Tina binnen die vraagt of ik al slaap. Het klinkt serieus. Ik ga rechtop zitten en ze vertelt dat ze haar mobiele telefoon in de toilet heeft laten vallen. De toilet bij dit logement is een gat in een betonnen plaat, met daaronder op ruim een meter diepte de beerput, die nu in de regentijd ook nog aardig gevuld is met water. Ik denk, SHIT…., tja daar ligt hij nu ook, maar kan mijn lachen bij deze gedachten gelukkig wat inhouden. De donkere kamer red me in ieder geval enigszins. Wat daarin valt moet definitief als verloren beschouwd worden. Ik snap nu waarom ze voor de verandering eens ernstig klonk. Mogelijk zitten in haar telefoon veel nummers van klanten. Je telefoon verliezen is dus vreselijk. Het opvissen ervan, zoals ze voorstelt is ondenkbaar. Ze zegt dat ze dat morgenvroeg als het licht is wil gaan doen. Ik vraag haar hoe dat nu kon gebeuren. Bij het naar de toilet gaan viel haar mobieltje op de grond in stukken. De batterij stuiterde vrolijk de diepte in. En het laatste wat ze er van mee kreeg was een grote plons. Opgelucht haal ik adem. Haar simkaart blijkt niet in het gat te zijn verdwenen. Wat een geluk. Een nieuw batterijtje, dat moet toch te regelen zijn. Onze chauffeur heeft een winkel met dit soort zaken in Koupela. Morgen maar even met hem de mogelijkheden bespreken. Haar hiermee enigszins gerustgesteld hebbende gaan we slapen.

 

 

Opnieuw Balkiou en Pouytenga

Voor de verandering gaan wij op de foto

 

Dinsdag 4 augustus. Het is wel duidelijk wat het gespreks-onderwerp van deze dag is. Eerst krijgen Vincent en Sjef na het ontwaken het verhaal in geuren en kleuren te horen. Natuurlijk inclusief de suggestie van Tina de batterij vanmorgen te gaan zoeken. Ik vertel Tina dat ze dan het beste eerst in het midden kan gaan zoeken. “En als dat niet lukt?” vraagt ze serieus. Mijn antwoord: ”Dan moet je daarna links, rechts, voor of achter het midden gaan zoeken”. Ze kijkt even serieus, maar schiet dan als ze ziet dat ik mijn lachen daarbij niet kan houden, ook in de lach.

Zodra de chauffeur arriveert legt ze hem haar probleem voor. Hij belt naar huis, nadat eerst iedereen er weer over gelachen heeft. Kort daarna wordt er terug gebeld. In Koupela zal er een voor haar klaar liggen in de winkel van Christoph. Gelukkig, dat is dan weer opgelost. Als ze in Koupela de batterij in haar mobieltje stopt werkt hij echter toch niet. We vragen voor de zekerheid nog even na of de batterij wel opgeladen is. Dat blijkt wel het geval te zijn. Op zijn Burkinees wordt dat nog even getest. De zoon van Christoph houdt zijn tong tegen het batterijtje en bevestigt het nogmaals, de batterij is opgeladen. De batterij blijkt niet de goede contacten te hebben. De tweede hands, aan de buitenkant  erg beschadigde batterij, die 2500 cfa zou moeten kosten, blijkt dus nog niet de oplossing te zijn. De zoon zal straks nog verder gaan zoeken. ‘s Avonds blijkt dat hij geen passende batterij heeft kunnen vinden voor haar incourante toestel. Ook bij diverse straatverkopers van mobiele telefoons en toebehoren vangen we bot.

 

Rond tien uur arriveren we bij de familie van Pascaline en Tina in Pouytenga. Pascaline heeft daar de nacht door gebracht. Even terugrijden naar Ouaga zou toch wel erg veel tijd vragen. We schudden de handen van vele kinderen en volwassen die daar aanwezig zijn. Een paar dames zijn volop bezig met de was. Nadat die schoon genoeg bevonden is, wordt die buiten op straat op een stapel brandhout te drogen gelegd. De kinderen vinden de aanwezigheid van ons duidelijk erg spannend, zoals eigenlijk overal waar we komen.

Gezamenlijk gaan we naar de CSPS en maternité in Balkiou. We kunnen daar meteen de meegebrachte Franstalige leesboeken afgeven aan de vertegenwoordiger van de CEG van Balkiou. In 2008 hebben daar twee weken geslapen in enkele van hun leslokalen. De voorzitter van de oudervereniging (rechts op foto met hoed) neemt ze dankbaar in ontvangst, aangezien er geen leerkracht op dit moment beschikbaar is. De medicijnen, die we vandaag hebben meegebracht worden wederom aandachtig bekeken door de directeur van het ziekenhuis. Hij kent niet alle medicijnen meteen en ook een collega kent niet alles. Ze zijn er echter van overtuigd dat ze in de boeken een en ander wel kunnen nazoeken. Hij gaat ook hier weer heel veel mensen mee helpen zo vertelt hij. Terwijl we wat praten in de overdekte wachtruimte passeren ons op enkele meters met name vrouwen en kinderen, te voet of op de fiets. Velen kijken naar ons. Menigeen zwaait. Eén van de artsen maakt heimelijk foto’s met zijn mobieltje van ons. Omdat hij toch niet tevreden is met het resultaat, duwt hij de man die voor hem staat wat dichter in onze richting en probeert het nogmaals. Net of wij dat niet door hebben. Zo doen we het zelf tenslotte toch ook regelmatig. Als hij merkt dat we hem door hebben en er geen bezwaar tegen hebben komt hij dichterbij. Hij laat me na nog een foto gemaakt te hebben trots het resultaat zien. Hij vindt ons zo fotogeniek zegt hij. Ik laat hem er nog maar een paar maken. Inwendig moet ik er wel om lachen.

 

We gaan vervolgens het resultaat bekijken van de bouw van een douche/toilet en een magazijn voor de hulpgroep voor HIV-patiënten, zieken, weduwen en wezen in Pouytenga. Op een andere plaats hebben ze ook een gebouwtje en een klein terreintje, maar daar is geen ruimte om uit te breiden. Vandaar deze nieuwe locatie op korte afstand van de CSPS van Balkiou. Tanti zoals Pascaline en Tina haar noemen, ofwel Regina gaat samen met Pascaline in de auto en wij te voet naar dit project in Balkiou. Wij blijken er te voet eerder te zijn, dan zij met de auto, aangezien wij de kortere doorsteek door de velden hebben kunnen benutten. Een fotograaf staat met zijn camera in de aanslag op ons te wachten. Waar wij meestal de foto’s van anderen maken, zijn wijzelf nu het onderwerp van de foto’s. De fotograaf vraagt of wij samen met de dames voor het nieuwe magazijn willen gaan staan voor een groepsfoto. Roger vraagt mijn camera en stelt zich op naast de fotograaf. De camera’s horen we klikken. De fotograaf is tevreden met het resultaat.

In het magazijn zien we een tweetal weefgetouwen staan, die straks in de droge tijd weer gebruikt gaan worden. Nu zijn de vrouwen natuurlijk te druk bezig op de omliggende landerijen. Ook de toilet en douche op het terrein laat men ons enthousiast zien. Daarna verplaatsen we ons, dit keer wel met de auto naar Pouytenga. In 2008 hebben we hier met Kerst de weeskinderen, die ook door deze organisatie worden ondersteund, allemaal een warme jas kunnen geven. Hier staat een administratiegebouwtje en worden wat mais en pinda’s verbouwd. Omdat dit terrein daarvoor eigenlijk wel erg klein werd, is men in Balkiou met een groter stuk grond begonnen. We horen dat de familie van Pascaline eigenlijk couscousmakers zijn, net zoals andere families bijvoorbeeld pottenbakker of smid zijn. Er wordt dus ook deze couscous verkocht. De dames hier maken en verkopen verder nog karitézeep. Ik neem wat stukken zeep mee. Ze kosten 300 cfa (€ 0.45). Meteen weer een beetje hulp voor hen en de zeep is prima weet ik uit ervaring.

Cadeaus liggen ook hier weer voor ons klaar. Voor de heren een fraaie schrijfmap en voor mij een mooie portemonnee. Voor ieder van ons is het cadeau voorzien van de eigen naam. Voor Regina is ook een waka waka meegebracht. Aangezien ze in Balkiou al een demonstratie heeft gehad hoe het werkt en wat je er mee kunt doen, kunnen we dat nu achterwege laten.

 

Dan volgt nog een kort bezoek aan de missiepost van de zusters van Pouytenga. Het duurt even voordat er iemand afkomt op ons geklap aan de poort. Een bel kent men in vele delen van Burkina niet en dus kondig je je komst aan door een aantal malen in je handen te klappen. De zusters vangen hier meisjes op die verstoten zijn door hun families. Soms is dat omdat ze ongewenst en ongehuwd zwanger zijn geraakt. Bij andere meisjes komt het voor dat ze, zeker in moslimgebieden, worden uitgehuwelijkt aan veel oudere mannen, als derde, vierde of zoveelste vrouw. Maar ook op het platte land is uithuwelijken nog steeds een veel voorkomend verschijnsel. Als je als jonge vrouw dat dan niet wil, rest je alleen nog maar het weglopen van je familie, waarbij alle familiebanden worden doorgesneden. Bij de nonnen leren ze hoe zich te kleden, eten te verbouwen, voor het vee te zorgen en maaltijden te bereiden. Bovendien gaan ze hier in principe pas weg als ze zelf een bestaan kunnen opbouwen, en dus leren ze hoe ze moeten weven. Zonder bestaansmiddelen zijn dit soort meisjes eigenlijk gedoemd tot de prostitutie.

 

We krijgen heerlijke aanmaaklimonade. De citroensmaak maken ze zelf. Het smaakt heerlijk, aangemaakt met gekoeld water. De andere smaken, die ze zelf van vruchten uit hun tuin maken zijn inmiddels op en dus hebben ze ook een tweede smaak gekocht op de markt. Als de fruitoogst weer binnengehaald is gaan ze er zeker weer geconcentreerde sappen van maken. We mogen nog even rondkijken. Daarna worden de meiden er bij geroepen. Verlegen komen ze aan slenteren. Als Tina voorstelt dat ze iets moeten gaan zingen, zingen ze schoorvoetend een kerkelijk lied, dat Tina voor hen inzet en uiteraard geheel meezingt. We vragen hen zich voor te stellen. Degene die vals eerste aan kwam lopen begint. Van de meisjes hebben er veel de achternaam Kaboré. Een veel voorkomende naam in deze streken. Eén meisje is geen Mossi, de grootste bevolkingsgroep van Burkina die rond Ouagadougo woont, maar een Gourmanché, een bevolkingsgroep onder andere in het Oosten van Burkina. De zusters zijn dames, die afkomstig zijn uit Burkina zelf. Ze wonen hier in een kleine gemeenschap bij elkaar, om zorg te dragen voor deze meiden. Zuster Bernadette, die we van een vorig bezoek nog kenden, blijkt te zijn overgeplaatst naar een andere missiepost. Na een gezellig gesprek en rondleiding vertrekken we weer richting Koupela.

 

In een café aan een van de zijwegen van de hoofdweg die leidt naar Niger drinken we nog wat. Het bestaat uit een overdekte open ruimte. Onder de overkapping staan tafeltjes met stoelen er om heen. Hier en daar staan bierkratjes die gevuld zijn met lege flessen. Er worden twee tafels voor ons aan elkaar geschoven en de gebruikelijke doek gaat over de tafels. De bestelling wordt opgenomen. Dan blijkt dat de zon langzamerhand op de achterkant van onze stoelen aan het schijnen is en wij dus in de zon komen te zitten. De serveerster wil voor ons wel de tafel en stoelen verplaatsen, maar wij vinden dit zonnetje op onze ruggen nog wel aangenaam. Even later beginnen ook andere gasten zich hiermee te bemoeien. Opnieuw geven we aan hier prima te zitten. Roger gaat ondertussen in een internetcafé proberen via facebook een foto onder onze Nederlandse families en vrienden te verspreiden. Kunnen ze zien dat het ons goed gaat. Verkopertjes komen en gaan, maar raken aan ons niet veel kwijt en vertrekken dan ook weer snel. Als onze glazen bijna leeg zijn zien we in de verte een grote donkere wolk aankomen. Tijd om de glazen snel te legen. Nog voor we opgestaan zijn vallen de eerste druppels al. We lopen snel naar de auto. Nog vlug wat mango’s halen op de markt en op naar Seguem. Daar regent het aanvankelijk ook nog zachtjes. Als we binnen zitten breekt de hemel open en stort een enorme hoeveelheid water naar beneden. Gelukkig stopt de regen weer even voor mensen die buiten naar de toilet moeten. Dan regent het zo mogelijk nog harder. Achter ons logement ontstaat een heuse breed stromende rivier. Omdat de regen op de voorkant staat sijpelt op een bepaald moment water onder de deur door naar binnen. Een enorme knal klinkt, een blikseminslag elders, die ons even doet opschrikken. Het blijft gelukkig bij deze ene harde knal. Het kletteren van de regen op de golfplaten klinkt al hard genoeg in onze oren. Het regent nu al vanaf vijf uur aan één stuk door. Het is inmiddels acht uur geworden. Een gekko doet zich binnen tegen de muren te goed aan allerhande insecten die af gekomen zijn op het licht van onze lampen. Lopend op de grond verliezen ze hun vleugels en lijken het een soort grote mieren, die daarna vaak in koppeltjes van twee rondlopen, paartijd dus. Dit soort insecten wordt door de Burkinabé gevangen en daarna gefrituurd als lekkernij. Natuurlijk hebben we dat ook een keer geproefd. Als je er niet bij nadenkt smaakt het echt niet verkeerd. Het gefrituurde geeft de meeste smaak. Toch prefereer ik de pinda’s boven deze insecten, al is het alleen maar vanwege het idee. De gekko laat zich als je niet te veel in zijn richting beweegt wel fotograferen, totdat ik een keer de flits gebruik. Dat vindt hij blijkbaar niet zo fijn en vlucht weg. Als hij weer tevoorschijn komt vangt hij opnieuw diverse insecten. Vincent zegt op een bepaald moment: “Als hij er maar niet te veel vangt, anders wordt hij te zwaar en valt hij straks van de muur naar beneden”. De woorden zijn nauwelijks uitgesproken als de gekko met een klap boven op de zak rijst, die op tafel ligt, neer komt. Hij blijft even versuft liggen. Dan zoekt hij snel een veilig heenkomen. Ik ruik het eten. Het zal zo wel gaan komen. Hoewel het geen aangename gedachte is dat het vanuit de keuken buiten, door de stortregen, hier naar toe gebracht moet gaan worden. Even later wordt het eten inderdaad binnen gebracht. Tot zeker na negenen houdt de regen aan. De rust keert terug in ons logement later die avond. In bed liggend horen wel nog wel het gekwaak van de padden in de verte en verder de ’s nachts gebruikelijke geluiden.

 

Gounghin, de bouw van een enorm kerkgebouw

 

Woensdag 5 augustus. We brengen nogmaals een bezoek aan Gounghin. De weg er naar toe is het laatste stuk niet meer begaanbaar met de auto. Door de urenlange regenval is de bodem erg zacht geworden. Het risico dat we vast komen te zitten in de watergeulen is daarmee erg groot geworden. De hele ochtend is het aan het miezeren. We leggen de laatste 100 meter lopend af door de regen. Straks maar weer opdrogen. Dat zal wel geen probleem zijn. We worden gewaarschuwd voor de glibberige paden. We schuilen even in een huisje waar we al eerder gezeten hebben. We komen naar de runderen kijken, die ook geschonken zijn. Een kalfje is tussen de huizen aanwezig, de runderen staan net buiten de woongemeenschap. Alle aanwezigen uit het dorp lopen in een optocht achter ons aan. Vanwege de regenval zijn velen weer aan het werk op de velden. Er moet geploegd en gezaaid, of anders wel onkruid gewied worden. Een aantal mensen die ons hebben zien aankomen, zijn snel naar huis gegaan om zich wat op te frissen en schone kleren aan te trekken. We passeren een goed doorvoede stier. We steken een stroompje over, via een steen, die midden in de stroom ligt. De runderen staan vastgebonden aan een paal in het groen, waar ze kunnen grazen. In de droge tijd hebben ze het erg zwaar gehad. Hopelijk brengen ze in de toekomst een flink aantal kalveren voort. Wat woorden worden over en weer gewisseld. Een groepsfoto met de hele groep en we gaan weer verder. Het regenen is gelukkig weer opgehouden.

 

Er is een afspraak gemaakt met Célestin, de tuinjongen van de missiepost, die Sjef in 1995 leerde kennen. Hij heeft enkele jaren in Ivoorkust gewerkt en is nu slager in zijn geboortedorp. We ontmoeten Célestin bij de kerk in aanbouw in Gounghin met de afmetingen van een kathedraal. We horen dat het in december klaar zal zijn. Het heeft een enorme hoogte en breedte. Waar in ons land kerken worden gesloten, voor andere doeleinden worden bestemd of zelfs worden afgebroken, worden hier massaal nieuwe kerken en moskeeën gebouwd. De grote nog steeds uitdijende geloofsgemeenschappen hebben hier behoefte aan meer en grotere ruimtes. Deze gigantische kerkl is daar ook een duidelijk voorbeeld van.

 

Gounghin, kerk in aanbouw

 

Célestin stelt ons voor aan zijn gezin. Zijn huis staat aan de andere kant van de barrage van Gounghin dan de missiepost en hij heeft vlakbij de barrage een omheinde tuin om wat groenten en fruit te kweken. Een jongen staat met een groot net te vissen in de barrage. Met een slingerbeweging werpt hij het net voor zich uit en haalt het vervolgens binnen. Hij heeft een redelijk groot aantal kleine visjes binnengehaald met een enkele worp. De nabijheid van water is voor de tuin van Célestin wel een enorm voordeel. Nu staat er weer water in de barrage, maar enkele maanden terug stond ze helemaal droog, de krokodillen waren zelfs vertrokken naar de grotere barrage bij Diabo. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat de enorme barrages bij Pouytenga en Koupéla helemaal droog hebben gestaan, zodat het water voor deze beide grote plaatsen met tankwagens van elders aangevoerd moest worden. Ook in Gounghin heeft men water geleverd voor deze twee plaatsen, totdat de burgemeester het verbood omdat hij meende het water nodig te gaan hebben voor de eigen bevolking. Een oom van Roger woont hier ook en ook deze brengen we een kort bezoekje. Daarna door naar de missiepost, waar Père Willy een aantal jaren heeft gewerkt. De vervanger van de leidinggevende en twee stagiaires staan ons te woord. Een zuster brengt wat ijskoud water en glazen. Er wordt gevraagd wie wij zijn. Als dat duidelijk is vragen we naar de pomp, die na twintig jaar nog steeds naar alle tevredenheid werkt. De waterpomp werkt op zonne-energie. Volgens Sjef is er, afgezien van een extra muur om een tuin, weinig veranderd sinds hij hier voor het eerst kwam. Onder een overkapping hebben we een torenklok zien staan. Aangezien men er in Kokossin naar vroeg, zijn we nieuwsgierig waar deze klok vandaag gekomen is. De klok die hier staat is misschien wel wat groot, want deze is bedoeld voor de nieuwe Kathedraal zo horen we. Hij is gemaakt in Italië. Dat is wel jammer, want dan is de klokkenmaker in Asten Nederland misschien wel net zo gemakkelijk als we er een op de kop willen tikken. Het was het vragen in ieder geval waard. We bekijken de ‘oude’ kerk nog even. Deze is toch zeker niet klein te noemen. Verder staat op dit terrein nog een door Père Willy gebouwde ronde kapel, zoals we die al eerder hebben gezien. Het begint echter weer te regenen en we nemen afscheid. Er staat verder niets meer op ons programma van deze dag. De regen nodigt echter ook niet uit om bijvoorbeeld nog over de markt van Koupela te gaan lopen. We rijden richting asfaltweg, waar we opnieuw overvallen door een stortbui, dus zoeken we onderdak in een wegrestaurant à la Burkina, vlak vóór de geasfalteerde N4. We nemen daar een drankje. Op tafel staat een zelfgemaakt belletje om de bediening te waarschuwen. Een idee voor een klok voor Kokossin?

 

In Seguem terug aan gekomen blijkt dat het hier gelukkig droog gebleven is en lopen we nog even naar de runderstal om de vorderingen van de bouw te bekijken. De voerbakken zijn deels gemetseld. Op de akkers er omheen is iedereen, jong en oud druk aan het werk. Twee jongetjes van een jaar of zeven-acht schoffelen alsof hun leven er van af hangt. Ze kijken nauwelijks naar ons op, wat een aantal volwassenen wel doen. Roger vertelt dat het mogelijk is dat zij voordat ze te eten krijgen eerst een bepaald aantal rijen af moeten hebben. Zijn de rijen niet klaar, dan ook geen eten. Dit is om ervoor te zorgen dat iedereen die kan, ook zijn aandeel levert in het zeer arbeidsintensieve, maar voor de familie van levensbelang zijnde werk. Roger vraagt of we dit kinderarbeid noemen. Ja, eigenlijk wel, maar hier blijft het een lastig te beantwoorden vraag.

 

 

Onze laatste dans in Seguem

 

Donderdag 6 augustus. Afscheid van Seguem. Terwijl de laatste zaken die nog mee moeten klaar gezet worden, horen we in de verte een trommel slaan. Als we kijken waar het geluid vandaan komt zien we dat een trommelaar onder de boom bij de school staat te spelen. Ook enkele andere mannen met instrumenten verzamelen daar. Allerhanden mensen voegen zich bij de groep, die daar zo ontstaat. In een langzame optocht loopt en danst men in de richting van ons logement. De chauffeur is al gearriveerd en laadt onze koffers in en op de wagen. Het lijkt wel Afrikaans, maar de dames van de keuken maken nu pas aanstalten om de spullen in te gaan pakken. We helpen ze een handje door alles wat ingepakt is naar de auto te brengen. Ondertussen kijken en genieten we van de dansers en de trommelaars. De chef van Seguem komt tussendoor ons nog even de hand schudden. Roger vertaalt wat hij erbij zegt en dan volgen de andere aanwezigen. Na enige tijd stoppen de trommels en overhandigt de Chef van Seguem een prachtig ingepakt cadeau aan Sjef. Twee andere mannen hebben een soort gelijk cadeau voor Vincent en mijzelf, dat ze daarna aan ons overhandigen. We krijgen alle drie een prachtig gebatikt pak voor de mannen en een prachtige batik rok en blouse voor de vrouwen. Ik besluit de rok meteen om te doen. Het wordt zichtbaar op prijs gesteld en er volgt een luid applaus. De twee anderen volgen mijn voorbeeld. Er volgt weer gedans. Na wat aandringen waag ik ook een poging. Het snelle voetenwerk van mij zal dankzij mijn lange rok niet gezien worden. De op vleugelbewegingen lijkende armbewegingen des te meer. Na korte tijd word ik door één van de dansers uit het midden gehaald. De omstanders hebben weer heerlijk kunnen lachen. Na wat aandringen volgen ook Sjef en Vincent. Tina en Andrea, die samen met de omstanders om ons optreden hebben staan lachen trek ik vervolgens samen ook naar het midden. Zij blijken duidelijk beter geoefend te zijn en krijgen daarvoor, net als wij overigens een flink applaus. Roger is de enige die zich niet laat overhalen om ook een stukje te dansen. Hij zegt problemen te hebben met zijn knie.

De trommelaars en dansers geven nog een laatste toegift en stoppen dan met hun optreden. Handen worden geschud en vele dankwoordjes uitgesproken. Langs alle kanten bereiken ons de uitgestoken handen, barca, merci, hindare (tot ziens). Bij het handen schudden zakt men een beetje door de knieën en buigt het hoofd voorover. We hopen dat als straks het hele project hier klaar is, het meer welvaart zal brengen in dit dorp vol met vriendelijke mensen. De runderstal moet nog afgebouwd worden, van  een gedeelte van de opbrengsten van onder andere de runderen zal in de toekomst een geitenstal gebouwd gaan worden. We nemen met pijn in ons hart afscheid van dit dorp. We zijn overal zeer hartelijk ontvangen. Onze gastheer Dramane bewaakte ons logement met grote nauwgezetheid, zelfs tijdens de enorme stortbuien. Hij zorgde er bovendien voor dat we bij onze warme maaltijden twee maal per dag verse kip te eten hadden. Allerlei zaken werden voor ons afgegeven bij ons logement. Men zorgde goed voor ons. Twee meisjes kwamen regelmatig onze watervoorraad aanvullen. De schoolpomp was niet al te ver weg, maar al met al toch zwaar werk. De jerrycans wegen zo’n twintig kilogram per stuk. Zij werden of op hun hoofd of met de hand naar ons toegebracht. Kinderen kwamen dagelijks langs om ons te begroeten. Dat Sjef vaak ballonnen uitdeelde, was misschien ook wel een reden om even langs te lopen. Als we door de velden langs de hutten liepen werden vriendelijk begroet. Af en toe zagen we dat kleine kinderen een tikje, van de wat oudere kinderen, op hun hoofd kregen als zij ons om een ballon probeerden te vragen. Schuldbewust deden ze dan meteen een stapje terug. Ook kleintjes die ons de ‘verkeerde’ hand wilden geven, werden middels een tikje op die hand gecorrigeerd. Ons afscheid van de drie Burkinabé, die de afgelopen tien dagen voor ons gezorgd hebben en alle contacten voor ons regelden nadert ook. We hebben met hen heel veel plezier gehad. Roger wist altijd wel weer iets te vertellen over de tradities en gewoontes van de streek. Bijvoorbeeld als vrouwen hun man te lijf wilde gaan met hun spatèl, dan kon de man maar beter oppassen. Een klap met die spatèl kon wel eens dodelijke gevolgen hebben. De spatèl is een grote stevige houten lepel, waarmee de vrouwen de dagelijkse maaltijd (to) bereiden. Als een man het echt te bont had gemaakt, moest hij daar dus wel voor oppassen. Vanuit dit verhaal kwam Roger op de revolutie die eind 2014 heeft plaatsgevonden in Ouaga. Duizenden vrouwen zijn daar met hun spatèl de straat op gegaan om te protesteren tegen een nieuwe ambtstermijn van de zittende president Blaise Compaoré. Volgens de wet zou hij moeten aftreden, maar hij kondigde aan de wet opnieuw te willen aanpassen. Hij was al 27 jaar president van Burkina. Het was een indrukwekkende mars. De dag er op hebben de mannen dit initiatief overgenomen en zijn gewelddadiger te werk gegaan. Compaoré en de zijnen zijn gevlucht. Zide één van de twee belangrijkste legerofficieren die de macht grepen is nu voor één jaar president. Hij beloofde meteen bij zijn aantreden presidentsverkiezingen te gaan houden over een jaar. Alle nieuw benoemde ministers zullen dan plaats gaan maken voor de op democratische wijze aangestelde ministers. Ook hijzelf zal zich niet verkiesbaar stellen in oktober 2015. Hij heeft tevens bijna alle burgemeesters vervangen. In korte tijd keerde daarna de rust terug in Ouaga. Alleen het parlementsgebouw en omgeving moet als verloren beschouwd worden. Het gebouw is verwoest en de autowrakken naast het gebouw liggen nog uitgebrand en op hun kant onder de overkapping. Voor het overige kun je aan niets zien dat er geweld heeft plaatsgevonden in Ouaga. Zo horen we veel van Roger over die kortdurende revolutie, waar in Nederland nauwelijks aandacht voor is geweest. Hij toont ons tevens een krant van die dagen, waarin de revolutie van minuut tot minuut is verslagen en voorzien is van foto’s. Er staat ook een foto in van een soldaat die aanvankelijk zijn geweer heeft leeggeschoten op de menigte en zodra hij geen minutie meer heeft, het geweer omhoog houdt en het publiek om begrip vraagt. Niemand blijkt hem, volgens het bijschrift, iets te hebben aangedaan. En zo komen we vaak van het ene verhaal van Roger in het andere. Hij blijkt een goede verteller.

Met Tina heb ik ook veel lol. Ik noem haar mijn petit-soeur. We hoeven elkaar soms maar aan te kijken om in de lach te schieten. Volgens Roger doen Tina en ik een ‘concours de rire’ ofwel een competitie wie het meest kan lachen. Af en toe laten de anderen zich ook door ons meeslepen. Want het gevoel voor humor kan de Burkinabé niet ontzegd worden. Andrea is aanvankelijk erg stil, maar ontdooit langzamerhand, hoewel ze wel de stilste van de groep blijft.

 

Terug dan maar richting Koupela. Hier zetten we Andrea af bij het gezin van Roger. Ornella raakt wat gewend aan onze blanke gezichten en komt even later gewoon bij ons op schoot zitten. Ook voor Fabrice is het nieuwe er van af. Hij gaat heerlijk met zijn nieuwe autootjes zitten spelen op de grond. Er wordt gevaagd of we spullen mee kunnen nemen voor mensen in Nederland. Onze koffers zijn bijna leeg, dus dat is geen enkel probleem. Hoewel, door de cadeaus die we her en der krijgen vullen de koffers zich weer aardig. Ik krijg onder andere wat cadeaus mee voor mijn dochter Annemieke, met wie Roger via Facebook contact heeft. Annemieke had bovendien wat cadeautjes voor de familie meegegeven.

 

We nemen afscheid van het gezin van Roger en van Andrea en gaan verder richting Ouaga. In Zorgho stoppen we bij een missiepost van Emmaus, stichting Nabasnoogo, waar pater Jan Vermeer sinds eind vorige eeuw actief is. Hij is inmiddels 78 jaar oud en heeft hier twee ruimtes tot zijn beschikking. Veel van zijn spullen komen van Emmaus in Nederland. Een gasfornuis, koelkast, tafels, stoelen en ook een bed. Eigenlijk vindt hij het niet echt nodig om Nederlandse spullen te laten komen, want hier kan men ook alles laten maken en kopen. Met zijn Nederlandse pensioen kan hij hier rijkelijk leven. Ondanks het feit dat ik hem niet kende hebben we een gezellig gesprek. Ook Pierre, een Burkinabé en rechterhand van Pater Jan Vermeer, is geïnteresseerd in wie we zijn en wat we in Burkina Faso doen. Op deze post kunnen kinderen na schooltijd komen om te studeren. Er zijn boeken, een bibliotheek en een computer met wifi-aansluiting. Hij bekommert zich sterk om het lot van kansarme meisjes en vrouwen en biedt hun de kans om avondonderwijs te volgen of een opleiding tot couturière. Men leert er eerst de Franse taal, waardoor ook andere opleidingen en functies binnen het bereik van deze volwassenen komen. Enkele van de avondstudenten zijn dit jaar geslaagd voor hun lerarenopleiding basisonderwijs. Een geweldige opsteker voor dit project. Daarnaast zijn er cursussen in mensenrechten, gezondheid, en dergelijke. Deze cursussen worden allemaal in het Frans gegeven. In het moderne leven kan men eigenlijk niet meer om vreemde talen heen. De ambtelijke taal in Burkina is Frans. Ook om in contact te komen met buitenlandse geldschieters, NGO’s, is het beheersen van een ander taal dan het Mooré noodzakelijk. Kinderen die de basisschool bezoeken leren meteen al Frans. Veel dertigers, zo hebben we gemerkt, spreken nauwelijks Frans. Zij (en ook wij) zijn voor onderlinge communicatie vaak afhankelijk van de jongeren of van meegebrachte tolken. Iemand zoals Roger voor ons was. Pater Jan Vermeer nodigt ons uit om ergens verder op wat mee te gaan drinken. Met de auto rijden we naar een gelegenheid ergens in de stad aan de grote weg. We hebben de keuze uit diverse maaltijden. De meeste Burkinabé kiezen voor een rijstschotel met saus, alle blanken kiezen voor frites. De gesprekken gaan onverminderd door. Jan blijkt hier in Burkina zelfs mijn eerste dagboek van de reis in 2006, dat ik had uitgegeven, gelezen te hebben. Heel bijzonder. Bij het voorstellen wie ik was en hoe vaak ik al in Burkina was geweest had hij meteen die link gelegd. Tijdens het eten raken we er over in gesprek. Zelf schrijft hij ook een maandelijkse nieuwsbrief voor belangstellenden in Nederland. Via de mail wordt die dan doorgestuurd. Hij beschrijft daar de dagelijkse dingen van de missiepost, maar ook over de politieke situatie van het land. Zeer de moeite van het lezen waard dus. Ik word ook op de maillijst geplaatst. Eén keer per twee jaar gaat hij voor een kort bezoek terug naar Nederland. Zij laatste bezoek was in 2014, dus in 2016 zal waarschijnlijk zijn volgende bezoek zijn. Met zijn 78 jaar en een wat broze gezondheid, zoals hij dat zelf zegt, zal hij mocht hij meer hulp nodig hebben dan ze hem hier in Burkina kunnen geven, deze niet in Nederland gaan halen. Wat voor de mensen hier genoeg is, is dat ook voor hem. Hij voelt zich Burkinabé met de Burkinabé, hoewel hij zich het Mooré nooit eigen gemaakt heeft. Van een jong verkopertje dat langs komt koop ik wat kralensleutelhangertjes. Zodra ik betaald heb komt een meisje van een jaar of zeven mij ervoor bedanken. Mogelijk dat het iets oudere jongetje de spullen die zij maakt voor haar verkoopt. In ieder geval is hun dag weer goed, ook al kosten ze per stuk slechts 20 eurocent, 125 cfa. Natuurlijk betalen wij de rekening, ook al had Jan ons hiervoor uitgenodigd. We nemen daarna afscheid van deze beminnelijke man.

Op naar Ouaga, waar men ongetwijfeld al uitkijkt naar onze komst. Als we het atelier van Tina passeren, stoppen we er even om haar bagage hier af te zetten. De zoveelste bui van die dag begint als we haar bagage net binnen hebben staan. We zijn getuige van een aanrijding tussen een fietser en een bromfietser. De man op de fiets valt, waarbij zijn slippers uitschieten. De vrouw op de brommer weet zich nog net overeind te houden en zet haar brommer iets verderop aan de kant van de weg. Er ontwikkelt zich een fel gesprek tussen beiden. Na eerst gemiezerd te hebben, valt de regen dan met bakken tegelijk uit de lucht. De discussie blijft fel. Als beiden geheel doorweekt zijn gaat opeens ieder weer naar zijn of haar eigen voertuig. De man moet echter nog wel eerst zijn slippers bij elkaar zoeken. Ook zijn ketting ligt er af, dus moet hij die er ook nog eerst weer opleggen voordat hij verder kan. De vrouw is dan inmiddels al met haar brommer vertrokken.

 

We rijden door naar Pascaline. Het is inmiddels vijf uur als we daar aankomen. We vertellen over de reis en op de laptop van Pascaline laat Sjef een aantal van de door hem gemaakte foto’s zien. Na het eten worden er nieuwe en wat oude video-opnames van eerdere reizen getoond. Sjef had deze meegebracht en na het eten was een goed moment om eens naar die (oude) beelden te kijken. Met name de oude beelden van een bezoek aan de Larlé Naaba op zijn paleis in Ouaga krijgen ook van de aanwezige jeugd volop belangstelling. Het is natuurlijk wel een plaats die bij hen tot de verbeelding spreekt en waar zij niet zo gauw zelf zullen komen. Als wijzelf al dansend in beeld komen geeft dat volop hilariteit. Want op culturele avonden zoals de Larlé Naaba die al een paar keer onder andere voor ons georganiseerd heeft ontkom je er gewoon niet aan om mee te dansen. Sjef heeft ook nog een oud bandje bij zich van het huwelijk jaren geleden van één van zijn dochters. Ook dit krijgt ieders aandacht. Hoewel ze natuurlijk niet kunnen verstaan wat er gezegd wordt op de video, kunnen ze om diverse sketches toch ook wel lachen. Daarna zet Pascaline een videoband op van de begrafenis van haar (stief-)vader, Naaba van Pouytenga. Hierop zien we vele bekenden terug. Er wordt door diverse groepen gedanst. Ik herken meteen de groep warbadansers uit Pouytenga, die ook hebben opgetreden bij de opening van de Sainte Elisabeth in Ouagadougou in 2011. Ook een andere groep met schelpenkraag herken ik van eerdere bezoeken. Bij begrafenissen van belangrijke personen, wat deze man ook was, komen er traditioneel maskers dansen. De dansers dragen allemaal een dierenmasker en zijn verder helemaal bedekt met een soort rozerode raffiakleed. Van de dansers zelf zie je eigenlijk niets. De vermoeidheid wint het op een gegeven moment toch van de interesse in de video, ik vecht nog een tijdje tegen de slaap totdat ik toch maar besluit mijn bed op te gaan zoeken.

 

 

Bezoek aan de Larlé Naaba

 

Vrijdag 7 augustus. Ik word wakker als de hulp in de huishouding bezig is met het aanvegen van de binnenplaats. Een dagelijks terugkerend ritueel in huize Pascaline. Ik blijf toch nog maar even liggen, want ik ben meestal na deze meisjes de eerste die op is. Ik neem in de frisse ochtend buiten weer een heerlijke ‘koude’ douche. Het heeft vannacht wat geregend, dat kan ik zien aan de tegels, die nog niet helemaal opgedroogd zijn. Het oogt zo ‘s morgens vroeg niet al te zonnig en nog voor de anderen zich laten zien valt er opnieuw een klein buitje. Pascaline is wakker en loopt heen en weer. Ook onze kokkin Martine is gearriveerd met versgebakken brood. Pascaline roept een opdracht tegen één van de twee hulpen. Ik zie ze vertrekken naar de douche binnen. De douche binnen zit naast de spoeltoilet. Maar omdat je tijdens het douchen de hele toilet onder spettert is dit niet erg praktisch. Voor mij een reden om zo mogelijk maar buiten te douchen. Met de temperaturen hier is dat ook geen enkel probleem. Ik denk dat het hulpje nu de opdracht heeft gekregen de toilet droog te maken. Ik ga nog even wat op bed liggen totdat ook de anderen allemaal wakker zijn. Ineens hoor ik gesis door de hor van het raam. Dat is iets waar ik toch nog wel aan moet wennen, het aandacht trekken middels gesis. Ook op straat doen mensen dat wel eens. Het blijkt Tina te zijn die buiten staat. Ze heeft hier nog geslapen, iets wat ze wel vaker doet, ondanks de niet al te beste band die ze heeft met haar oudere zus Pascaline. Meestal slaapt ze in haar atelier.

 

In de ochtend blijkt dat de ‘mal au vent’, wat ze hier altijd lachend ‘tourista’ noemen, ofwel diarree, bij alle drie in meer of mindere mate heeft toegeslagen. Het ontbijt wordt slechts in geringe mate genuttigd. Vandaag gaan we op bezoek bij de fabriek van de Larlé Naaba. Zijn officiële titel is Larlé Naaba de Tigré. De hoogste traditionele machthebber is de Moogho Naaba (spreek uit Mooro Naaba). Daaronder zitten vijf Naaba’s waarvan de Larlé er één is. Dit systeem functioneert in Burkina naast het democratische systeem met een president, ministers, een nationale assemblé en burgemeesters. Door de staatsgreep in oktober 2014 is de huidige president Zida, geen door het volk gekozen president. Ook de Assemblé Nationale functioneert niet op dit moment. Na oktober 2015 zal dat als alles naar verwachting gaat weer democratisch gaan gebeuren. Elke vrijdag komen volgens de traditie op het keizerlijke paleis in Ouaga de Moogho Naaba en zijn vijf Naaba’s bijeen voor een ceremonie. De Larlé Naaba moet daar vanuit zijn functie bij zijn en dus kan hij niet op tijd op de fabriek aanwezig zijn om ons te verwelkomen. De technisch directeur verwelkomt ons daarom en vertelt dat de Larlé Naaba zo spoedig mogelijk zal komen. Hij leidt ons rond over het terrein. Op dit terrein worden onder andere oliën geperst uit de jatrophanoten. De restanten blijken na wat proefnemingen een uitstekende meststof te vormen voor diverse gewassen. Planten groeien hierdoor aanmerkelijk sneller en beter dan met de gebruikelijke meststoffen. Ook is er sinds enkele jaren met financiële steun van een aantal Nederlandse donateurs een zeepfabriek gerealiseerd. De zeep wordt gemaakt van diezelfde jatropha en karité. Vele stukken zeep staan in rijen klaar om met het stempel van Belwet, de naam van de firma, te worden voorzien. Dit moet één voor één met de hand worden gedaan. Op dit moment is er niemand aanwezig. Verder verwerkt men moringa. De reststoffen van de moringa worden verwerkt tot veevoer. Het blad van de moringa is uitstekend voer voor de kippen.

Sjef, Vincent en Els in de zeepfabriek van de Larlé Naaba.

We gaan naar een ontvangstruimte aan het begin van het terrein. Naast dit terrein zijn de laatste jaren diverse enorme gebouwen verschenen. Huizen die eerst bewoond werden staan er nu onbewoond en vervallen bij. In sommige van die huizen groeit zelfs al onkruid. De ontvangstruimte heeft airconditioning, die zo hard werkt, dat het er zelfs fris te noemen is. Na enige tijd arriveert de Larlé Naaba in zijn pick-up truck met een chauffeur. Hij draagt een mooi pak, maar minder indrukwekkend dan we van hem gewend zijn. Op zijn hoofd draagt hij wel de traditionele oranje-rode bonnet, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je met een Naaba van doen hebt. De begroeting is zoals altijd heel hartelijk. De meesten kent hij nog wel, alleen de jongste in ons gezelschap Vincent kent hij niet en behoeft enige introductie.

De Larlé brengt het gesprek op de slechte werkmoraal van veel jeugdigen in Burkina. Ze doen de hele dag niets, liggen maar te wachten totdat inkomsten op hen afkomen. Hij heeft voor deze groep geen goed woord over. Daarna toont hij ons trots allerlei producten die de laatste jaren door zijn mensen zijn ontwikkeld. De zeep kende we al, olie voor industrieel gebruik, maar ook olie en kruiden voor gebruik in de keuken zitten nu in het assortiment. Hij wil ons graag zijn nieuwe landerijen, die liggen in de richting van Douré, laten zien vanmiddag en ons later in de middag wat te eten aanbieden. Het betekent wel dat we een uur in de auto moeten zitten om bij zijn landerijen te komen. Onderweg stoppen we een paar keer. Onder andere slaat hij onderweg ogenschijnlijk voor een heel weeshuis stokbrood in. Ook laat hij zijn chauffeur wat flessen water bij onze auto afgeven. We rijden lang over de grote weg, totdat we de bush induiken en na een tijdje stoppen we binnen een omheining en stappen we kort uit. Hij legt uit dat met hulp van de Luxemburgse ambassade hij er in geslaagd is het hele terrein, zo’n 83 hectare groot, te voorzien van een omheining om vee buiten te houden. Een aantal mannen die daar bij een gebouw aan het metselen zijn begroeten hem eerbiedig. Hij laat de chauffeur hen wat van de broden geven. Hij heeft het landgoed ingedeeld in enorme percelen, waarop per perceel een ander gewas verbouwd wordt. Het perceel met de jatropha had hij al langer. Weinig andere Afrikaanse landen hebben zijn voorbeeld hierin gevolgd, terwijl de jatropha prima gedijt op deze droge voedselarme bodem. Bovendien kan de noot verwerkt worden tot biodiesel en zijn zoals gezegd de restanten prima te gebruiken als meststoffen op de plantage. Ook van de moringa heeft hij vele honderden vierkante meters ingeplant. Deze jonge aanplant is voorzien van een irrigatiesysteem. Grote watertanks en waterbassins zorgen dat de bomen het hele jaar door voorzien kunnen worden van water. Ook mais en andere gewassen worden er op grote schaal verbouwd. Twee enorme wagens, die gebruikt zijn voor het verplaatsen, losmaken en egaliseren van de grond komen ons tegemoet rijden, Ze hebben hun werk gedaan bij de aanleg van een enorm waterbassin van wel zes meter diep. Er is berekend hoeveel water er in één jaar nodig is voor een bepaald deel van de plantage. Het formaat van het waterbassin is hieraan

Morinlantage met irrigatiesysteem

 

aangepast. Op dit moment staat alleen de onderste drie meter vol met water. We lopen voorzichtig over de schuine kleiachtige helling naar beneden. Halverwege, dus op drie meter diepte,

zien we eigenlijk pas echt hoe enorm groot deze bak is.

Op de foto zie je naast de mast beneden de Larlé Naaba staan.

Het geeft een idee van de grote van het reservoir. Het is een geweldig idee, voor een gebied waar watertekort een voortdurend probleem is. Op dit moment, het regent bijna dagelijks in grote hoeveelheden, zou je dat niet zeggen. Maar nog steeds stroomt veel van dit kostbare water snel het land uit naar de buurlanden en van daaruit naar de oceaan. Door dit bassin hoopt hij te voorkomen dat ze komende jaren opnieuw een watertekort zullen hebben in deze regio. Als men er in slaagt het hele jaar door de landerijen voldoende water te kunnen geven, kan men meerdere malen per jaar gaan oogsten. Onderzoek heeft uitgewezen dat hier op niet al te grote diepte een zeer dichte kleilaag loopt die ondoordringbaar is voor water. De uitgegraven grond is als een dijk rond het gat gestort en via een door zonnepanelen draaiende pomp wordt het grote gat met water gevuld.

 

Hierna volgt een bezoek aan de kippenboerderij op het terrein. Hier zitten de hokken vol met bruine Barnevelders, die naar Europees voorbeeld allemaal ontdaan zijn van hun snavelpunt. Aan de zijkanten zijn bakken waarin ze eieren kunnen leggen. De hokken zitten propvol. Elders staan hokken met lokale kippen. Ze zijn veel kleiner van stuk, hebben langere slanke poten en hebben ook beduidend meer ruimte per kip. Voor de hokken staan moringa’s geplant, zodat een deel van het voer vlakbij geoogst kan worden voor de kippen. De kippen zijn er dol op zo zien we als er een handvol blad ingegooid wordt. De eieren worden in een aparte ruimte in broedmachines uitgebroed, die werken op zonne-energie. Zodra de kast geopend wordt om het ons te laten zien, probeert een net uitgekomen kuikentje te ontsnappen.

 

We gaan terug naar een overkapte open ruimte. Donkere wolken pakken zich samen. Een gedekte tafel staat klaar aan de ene kant van de ruimte. Aan de andere kant staan tafels met daarop een warm en een koud buffet. De Larlé en wij worden richting gedekte tafel gedirigeerd. Een ober voorziet ons van water, wijn of een ander drankje. Daarna kunnen we bij het buffet naar believen zelf opscheppen. Ondertussen heet de Larlé de overige mensen van harte welkom op deze landerijen. Het blijken allemaal vrijwilligers te zijn, die zijn komen helpen met de aanplant van weer een nieuw deel van de moringaplantage. Hij had via de lokale radio in Ouaga een oproep gedaan aan de mensen om hem te komen helpen met het aanplanten van de jonge bomen. Hij vertelt hen hoe belangrijk het is om zelf actief te zijn, hard te werken en soms ook af te zien, ten einde wat te bereiken in het leven. Hij houdt een warm betoog voor het werken op het land als boer(in). Hij zelf is ook uit de politiek gestapt en richt zich naast zijn ceremoniële taak en daarbij behorende verplichtingen met name op het ontwikkelen van nieuwe, betere landbouwmethodes voor Burkina Faso. Alleen kan niemand dat, zo gaat hij verder. Samenwerken is daarbij erg belangrijk. Samen kan men er voor zorgen dat het leven beter wordt. Voor alle vrijwilligers staat er ook eten klaar. Ze gaan gedisciplineerd in de rij staan te wachten tot ze aan de beurt zijn en hun borden worden vol geschept. Ook is er voor iedereen een flesje Fanta. Nadat iedereen klaar is met eten, een grote hoeveelheid water is inmiddels weer naar beneden gekomen, houdt hij nogmaals zijn betoog. Hij stelt daarna zijn overige gasten, ons dus, aan hen voor. Hij vertelt hen hoe onder andere dankzij de Nederlandse hulp de zeepmakerij tot stand is kunnen komen. Beetje bij beetje zo houdt hij hen voor en door hard te werken is door zijn mensen bereikt wat er hier nu tot stand is gebracht. Natuurlijk dankt hij hen allen voor hun vrijwillige inzet bij het planten. Hij hoopt tevens dat zij zich volgend jaar opnieuw zullen melden en roept hen nu al op de radioberichten tegen die tijd goed te volgen. Het regent nog steeds, maar iets minder hard. In de verte zien we nieuwe donkere wolken aan komen drijven. Het wordt tijd voor een ieder om te vertrekken. De vrijwilligers gaan terug naar huis met een grote bus, die voor hen klaar staat. Wij vertrekken in onze auto, achter die van de Larlé aan. De modderweg is op veel plaatsen verandert in een grote waterstroom. Niet goed wetend waar de kuilen zitten, rijden we voorzichtig terug naar de “grote geasfalteerde” weg. Ook langs de grote weg stroomt op veel plaatsen het water nog rijkelijk, soms zelfs vele meters breed naar lagere oorden. Telefonisch wordt onderweg nog de afspraak gemaakt dat de Larlé ons op zondagmiddag in het huis van Pascaline nog een goede thuisreis zal komen wensen.


 

Souvenirs ophalen bij Oumar en bezoek aan Musée National

 

Zaterdag 8 augustus. Onze op één na laatste dag van deze mooie reis. Sjef gaat nog terug naar de zeepmakerij van de Larlé om voor een Nederlandse winkel de mogelijkheden te bespreken van export van jatrophazeep naar Nederland. Vincent en ik bezoeken ondertussen Oumar. Tot onze grote verrassing zit Tina in zijn winkeltje. Zij moest daar toch in de buurt zijn om haar elektriciteitsrekening te betalen en is daar even gestopt om een praatje met hem te maken.

Naast het ophalen van de bestelde bronzen beelden willen we kijken of we nog meer souvenirtjes bij hem kunnen vinden. Al snel weten we onze keuze te maken. Enkele verkopers, die ons in dit één bij drie meter kleine winkeltje hebben zien binnen gaan, blijven op straat staan wachten op ons. Omdat we geen gewone klanten zijn, blijven we er lang binnen, want we zitten er gewoon gezellig te praten met Tina en Oumar. Oumar pakt ondertussen de bestelde beeldjes in. Op een bepaald moment worden de mannen op straat wat ongeduldig en komen dichterbij om hun koopwaar aan te prijzen. Een man met rastahaar probeert ons over te halen zijn Afrikaanse muziek op CD te kopen. We geven aan geen belangstelling daarvoor te hebben. Even later probeert hij het opnieuw bij Tina, die vooraan in het winkeltje zit. Hij duwt haar zijn mobieltje in handen, waaruit zijn muziek komt. We laten het enige tijd spelen. Oumar heeft ook nog even een discussie met de man, waarna hij afdruipt.

Sjef is inmiddels terug van zijn afspraak bij de zeepmakerij. Hij heeft voldoende gegevens voor  de Nederlandse winkel. Ook heeft hij enkele artikelen gekocht, zodat men die in Nederland eens kan uitproberen. Een nieuwe verkoper meldt zich. Hij zegt dat Sjef er in zijn traditionele kostuum geweldig uit ziet, inclusief bonnet. Maar, zo gaat hij verder, eigenlijk hoort hij een Naaba bonnet te dragen. Meteen tovert hij een paar oranje-rode bonnetten tevoorschijn. Als ik zeg dat je die niet zomaar kunt dragen, omdat het bij een bepaalde functie hoort, zegt hij dat je het wel als souvenir kunt kopen en thuis in je eigen land kunt dragen. Helaas voor hem, daar hebben geen belangstelling voor.

 

Na het middageten gaan Vincent en ik naar het Musée National. Daar is een tentoonstelling over de Gurunsi en hun maskers. Het is geen groot museum. Meer dan twee (drie) zalen heeft het museum niet. Daarbij inbegrepen de tijdelijke Gurunsi tentoonstelling. In het eerste gebouw kunnen we de entree betalen, 1000 cfa per persoon. Of we ook mee willen doen met de loterij ten behoeve van het museum. De lotjes kosten 100 cfa per stuk. Ja, we doen er ook allebei aan mee. We blijken niets gewonnen te hebben, maar worden wel bedankt voor onze ondersteuning van het museum. We worden rondgeleid door een gids, die vraagt of we zelf alles willen lezen of dat we liever uitleg willen. We willen natuurlijk graag uitleg. Hij legt alles uit en beantwoordt geduldig al onze vragen. Ook als we iets niet snappen, omdat hij toch wel erg snel en soms wat onduidelijk spreekt legt hij het nogmaals uit. We zien allerhande muziekinstrumenten. Hij legt uit welke instrumenten bij wat voor gelegenheden worden gebruikt. De grote dikke trommels zijn aanwezig op de begrafenis van een man. De smalle lange trommels bij de begrafenis van een vrouw. De maskers dansen met name bij begrafenissen. Ieder masker heeft zijn eigen betekenis en karakter en maakt al naar gelang daarbij behorende bewegingen. Bijvoorbeeld de kameleon wil niet graag opvallen en beweegt dus rustig. Hij past zich vaak aan aan zijn omgeving. De haan wil zijn macht laten gelden en is dus wel nadrukkelijk aanwezig. Er zijn ook gebruiksvoorwerpen van de Gurunsi uitgestald. Als de vrouw haar belangrijkste canari, die voor het water, kapot gooit betekent dat de scheiding een feit is. Dit verhaal achter deze canari hoorde ik ook al eerder in Tiébélé, ook een Gurunsi dorpje. Als men per ongeluk deze waterpot brak moest men bij de partner wel erg diep door het stof gaan, wilde men het huwelijk nog redden. Tot slot van de tour stel ik een vraag over de maskerdansen. Hij vertelt dat hij voor ons nog wel een video daarover aan kan zetten, maar dat de geluidskwaliteit niet optimaal is. We gaan zitten op de houten krukjes voor het televisiescherm. Dat willen wij natuurlijk toch wel zien. We zien een aantal beelden van dansen uit de regio. De gids vraagt ons daarna nog iets te schrijven in het gastenboek, waarna ons bezoek eindigt. Het is dan wel een klein museum, maar als je geïnteresseerd ben in de Burkinese cultuur met zijn maskers en muziek, is het toch de moeite waard. De chauffeur rijdt ons weer terug naar huis.

Bij Pascaline thuis aangekomen zijn de voorbereidingen voor het feest vanwege het slagen voor de basisschool van Sjefa nog steeds in volle gang. Sjefa is bezig het met schillen van zeker vijf kilogram aardappels. Nina komt haar daar nog even bij helpen. Marceau, Cynthia, Lidy, Martine, ik geloof dat ik nou iedereen gehad heb, zijn vanmorgen vroeg al begonnen aan de voorbereidingen. Er komen rookwolken uit het keukentje buiten. Binnen ben ik maar niet gaan kijken, er wordt ook daar ongetwijfeld hard gewerkt. De betegelde binnenplaats waar ik zit is die door de regen veranderd in een modderpoel. Ik verhuis naar een ander overkapt gedeelte, terwijl men de boel probeert schoon te vegen, totdat ik ook daar in de pad zit. Tafels en stoelen worden geplaatst in vier groepen. Pascaline bindt de kleine van Lidy op haar rug en gaat er mee wandelen. Heeft moeder Lidy ook even haar handen vrij en de kleine is dan weer tevreden.

Allerlei mensen arriveren en een aantal kennen we al. Veronique met haar man, die peter en meter zijn van Sjefa, Juliette, wat meiden, klasgenoten van Sjefa, ook wat jaargenoten van Cynthia, medicijnenstudenten, en nog wat jeugd, die ik niet echt kan plaatsen. We kunnen naar hartenlust opscheppen van het uitgebreide buffet. Natuurlijk vindt men weer dat we wel erg weinig opscheppen. Als we hen verzekeren dat we meer dan genoeg hebben, laat men het er bij. Het is een gezellige avond, met heel wisselende gespreksonderwerpen. Aan Vincent wordt door de groep van Cynthia gevraagd als de borden leeg zijn om bij hen aan tafel te komen zitten. Wat betreft de leeftijden past hij eigenlijk ook beter bij hen.

Na een gezellige avond gaan we ’s avonds laat naar onze slaapplekken. Morgen onze laatste dag in Burkina, een onvermijdelijk afscheid zal volgen, van velen die ons de afgelopen jaren dierbaar zijn geworden.

 

 

Afscheid

 

Zondag 9 augustus. ’s Morgens als we opstaan blijkt dat de meeste spullen die we gisterenavond gebruikt hebben al zijn opgeruimd. We zijn te laat om nog naar de kerk te gaan. We hebben wel gezien dat veel mensen nog na aanvang van de dienst binnen komen, maar dat willen wij niet, we vallen zo al genoeg op en dus laten we het maar gewoon voorbij gaan. De dag kabbelt voort. De meesten zijn moe van al het werk van de dag er voor. Wij vinden wat rust ook wel prettig na de ruim veertien dagen, die we hier bij allerhande mensen en dorpen hebben doorgebracht. Diverse mensen komen nog even langs om ons een goede reis te wensen. Na het middageten gaan wij vergezeld van Tina ook nog even langs bij Juliette. De gierst ligt weer op grote lappen op haar erf en de vliegen hebben het weer gevonden. Duiven zijn er nu niet zo veel als de vorige keer, die ook wel een graantje mee willen pikken.

De wat demente moeder van Juliette is net toe aan haar bordje to met saus en biedt herhaaldelijk haar bordje aan. Omdat we bij Pascaline net van tafel komen sla ik dat beleefd af. We praten samen nog wat over het project van Juliette, de maternité. Echt heel veel hulp kan ze daarbij van onze kant niet verwachten. Een klein beetje hulp kan ik haar daarvoor nog wel bieden. We geven ook de raad eens te kijken naar hulpfondsen in Burkina, zoals bijvoorbeeld Plan Burkina. Soms zijn op dat soort plaatsen nog wel financiën los te peuteren. Vlak voor we weg gaan komt ze met nog wat cadeautjes voor ons. Een mooie blouse voor mijn zoon, een lap/rok voor mijn dochter en wat wandversieringen voor mijzelf. Aan het einde van de middag lopen we door de modderige straten vol kuilen en afval terug naar Pascaline. In de vroege avond gaan we naar het vliegveld. Tina, Juliette, Oumar en Pascaline vergezellen ons. Er wordt op het vliegveld gewacht op de Larlé Naaba, die Pascaline heeft laten weten ons daar nog uit te komen zwaaien. Als het bijna tijd is om de bagage af te gaan geven en in te checken belt de Larlé Naaba, dat hij het niet meer redt om op tijd te komen. Hij vertelt Pascaline dat er wel iemand onderweg is met wat geschenken voor ons. Even later staat inderdaad iemand met cadeaus voor ons van de Larlé. Hij blijkt voor de mannen een mooi traditioneel kostuum en voor alle drie een met Afrikaanse motieven voorzien tafellaken te hebben meegegeven.

 

Dan nemen we afscheid van de mensen die ons heel dierbaar zijn geworden. Ze zouden graag met ons, in onze koffers, mee naar Nederland zijn gegaan. Onze lange terugreis gaat beginnen. Eerst een vlucht van Ouagadougou naar Parijs, daar de Thalys naar Brussel, dan de trein naar Essen en vervolgens met de auto naar huis. Het kost ons ruim twaalf uur om thuis te komen. Gelukkig hebben we een rustige vlucht en zijn ook de aansluitingen bijna naadloos.

 

We kunnen weer terugkijken op een zeer geslaagde rondreis langs de vele projecten die de afgelopen jaren gerealiseerd zijn door Stichting Help Burkina, waar Sjef de grote aanjager van is. We hebben zelf kunnen zien dat veel van de projecten een duidelijke verbetering te weeg hebben gebracht in de desbetreffende dorpen. Natuurlijk, want je moet ook gewoon eerlijk zijn, er zijn ook projecten, waar de resultaten achter zijn gebleven bij de verwachtingen. Je moet daarbij wel vast stellen, dat ook al zouden wij het misschien anders doen, wij vanuit onze relatieve luxe leventje het soms wel erg gemakkelijk kunnen vertellen. Het dagelijkse leven daar is en blijft toch voor velen een stuk zwaarder dan dat van ons. Dat zij daarbij andere keuzes maken, kunnen wij alleen maar respecteren.


 

Terugblik op tien jaar Burkina Faso

 

Als ik dit bezoek aan Burkina Faso vergelijk met mijn eerste bezoek in 2006 moet ik constateren, dat het land in veel opzichten hetzelfde is gebleven. De mensen zijn vriendelijk en gastvrij. Niet alleen als je komt vanwege de realisatie van allerhande projecten, maar ook als je als bezoeker jezelf ergens meldt. Veel mensen leven onder een bestaansminimum, maar zijn desondanks gelukkig en tevreden met wat ze hebben. De mensen zijn nieuwsgierig naar wie je bent en wat je in Burkina komt doen. En last but not least, velen zouden graag eens met ons mee gaan naar Europa. Echter de financiële middelen ervoor ontbreken er gewoon. Daarnaast is het natuurlijk voor ons bekend, dat Burkinabé slechts met heel veel moeite een visum voor ons land (Europa) kunnen krijgen. Voor kinderen blijven we iets beangstigends, zeker voor de hele kleintjes. De wat oudere kinderen vinden het erg spannend om een blanke te zien (Nassarra) en vinden het geweldig als je naar hen (terug) zwaait. Het uitdelen van spullen of het nu tennisballen of ballonnen zijn verloopt meestal chaotisch, omdat alle kinderen proberen als eerste het desbetreffende voorwerp te krijgen. Tot zover is er in tien jaar tijd weinig veranderd.

Wat ook nog niet veranderd is, is dat vele bevolkingsgroepen nog steeds niet in staat zijn al hun behoeftes zelf te regelen. Van de ene kant kun je constateren, dat ze ook wel heel gemakkelijk vragen. Dit onder het mom vragen mag, de gever bepaalt of hij geeft. Van de andere kant blijkt op veel plaatsen weer dat er zeer weinig rijkdom is. Blaise, die aangeeft geen geld te hebben om mij een cadeautje terug te geven en daarom zijn dochter aanbiedt. Mensen in de moskee, die bij de collecte graag 3 cent terug willen. Moeders in Ouaga, die niet in staat zijn 22 Euro op jaarbasis te betalen om hun kinderen naar de kleuterschool te kunnen laten gaan, en ga zo maar door.

 

Is er dan helemaal niets veranderd? Ja hoor, er zijn wel degelijk zaken veranderd. Als je kijkt naar de wegen, zie je op veel plaatsen beter verzorgde wegen. Althans als je het hebt over de doorgaande wegen. Niet dat er beduidend meer asfalt wegen zijn gekomen, maar wel dat er zeker verder weg van Ouaga meer goed pistes zijn verschenen. Ook zijn er meer borden gekomen die de richting aanwijzen. De afslag naar Kokossin is zo’n voorbeeld.

Als je kijkt naar de woonomstandigheden, zie je dat er veel meer cementstenen huizen bij gekomen zijn. Deze zijn veel minder arbeidsintensief te onderhouden. Veel kraampjes/ stalletjes langs de wegen zijn vervangen door stenen gebouwtjes met een traliehek voor de deur en ramen. Het dak van de huizen is in veel gevallen vervangen door een aluminium golfplatendak. Minder onderhoudsgevoelig, dan rieten daken, maar bij regen (lawaai) of veel hitte, lijkt me dit niet echt een verbetering.

Natuurlijk het mobiele tijdperk heeft hier duidelijk ook zijn entree gemaakt. Nagenoeg alle mensen bezitten meestal meerdere mobieltjes. Dat lijkt heel erg rijk, maar is hier gewoon noodzaak. Veel mensen zijn thuis nog niet in staat hun mobieltje op te laden, wegens gebrek aan elektriciteit. Eén apparaat ligt vaak bij een oplaadstation, waar men tegen betaling het mobieltje voor hen oplaadt. Dit is soms een zonnecel met heel veel kabeltjes, waaraan men zijn mobiel kan hangen. Deze oplaadpunten, beschikken over de meest uiteenlopende kabeltjes. Soms heeft een winkel de beschikking over elektra van een elektriciteitsnet. Het electriciteitsnet heeft zich de afgelopen tien jaar behoorlijk uitgebreid, zodat in de meeste grotere steden op veel plaatsen elektriciteit aanwezig is. Het is echter nog verre van betrouwbaar, zodat een kaarsje of zaklantaarn nog altijd geen overbodige luxe is. De elektriciteit valt namelijk regelmatig voor korte of langere tijd uit. Voor wat betreft het telefonische bereik zijn ook grote sprongen vooruit gemaakt. We hadden tien jaar geleden alleen in de stad bereik. Nu hadden we zelfs in het afgelegen Kokossin een redelijk goede ontvangst. In Douré, wat betreft ligging vergelijkbaar met Kokossin, bleek dat de ontvangst toch niet overal perfect te noemen was.

Het probleem van de waterbeheersing is iets wat nog steeds niet helemaal onder controle is. Maar hierin zie je wel duidelijke verbeteringen. In 2006 had Kokossin slechts een bouli, een wat uitgediepte kuil, waarin extra water kon worden vastgehouden voor het droge seizoen. Nu zijn er, zoals overal in het land diverse goede en betrouwbare waterpompen verschenen. Ook op andere plaatsen is hard gewerkt aan het maken van watervoorraden, middels barrages, die jaarlijks worden onderhouden. Dat ondanks deze inspanningen nog water tekort ontstaat, zoals dit voorjaar, is wel een teken, dat men er nog niet helemaal is. Maar aan verbeteringen is duidelijk wel gewerkt.

Natuurlijk kan het onderwijs hier niet onvermeld blijven. Tien jaar geleden was het al mooi als er binnen een straal van tien kilometer een basisschool te vinden was. Klassen van meer dan 100 kinderen was toen geen uitzondering. Het aantal kinderen per klas is op de basisscholen nu gemiddeld genomen beduidend minder geworden. Dit komt door een grotere dichtheid van de basisscholen, zoals bijvoorbeeld in Kokossin, waar inmiddels diverse basisscholen bij gekomen zijn binnen een straal van tien kilometer. Op dit moment is men bezig met een inhaalslag voor middelbare scholen. Douré, die enkele jaren geleden haar CEG opende, kan nu al constateren, dat haar gebouw veel te klein geworden is. Extra lokalen zijn noodzakelijk geworden.

 

Kortom ze zijn zeker op de goede weg, mede dankzij allerlei NGO’s, die op lokaal niveau zorgen, dat de welvaart kan toenemen. Maar één ding is zeker. Ze zijn er nog niet en hulp zal zeker het komende decennium (decennia) hard nodig blijven, om deze opgaande lijn vast te kunnen houden.

 


 

Ter info

Aan de vorige reizen heb ik vele bekenden en vrienden overgehouden met wie ik min of meer regelmatig kontakten onderhoud. In Ouagadougou zijn dat onze contactpersoon voor Stichting Help Burkina Pascaline Sama-Kaboré. Zij is leerkracht op een school in Ouaga en daarnaast regelt ze ter plaatse allerhande zaken voor de stichting. Zij onderhoudt ook de contacten met de diverse projecten en dorpen tot in de weide omgeving ( tot ongeveer 160km van Ouaga).

 

Juliette Naré. Zij is een weduwvrouw en een beschermelinge van onze contactpersoon Pascaline Sama in Ouagadougou. Haar man, die politieagent was, is jaren geleden al overleden en zij bleef alleen achter met haar drie toen jonge kinderen, Gérard, Aubin en Reine. Gérard heeft autotechniek gestudeerd en werkt op dit moment. Reine heeft met aan aantal jaren financiële hulp uit Nederland haar CEG-diploma gehaald en studeert nu economie, Aubin heeft na zijn studie tot ICT-er in Ouaga, een beurs voor Amerika gekregen van een Gasbedrijf uit Ouaga. Ik ben zeer benieuwd hoe het hem daar vergaan is. Toen hij zomer 2013 voor de grote sprong naar Amerika stond, sprak hij nauwelijks Engels. Zijn Frans was slecht verstaanbaar. Kortom ik maakte me toch wel wat zorgen over niet alleen een taalprobleem, maar ook over de ongetwijfeld grote cultuurschok, waarmee Aubin in Amerika te maken zou krijgen. Nauwelijks voorbereid ging hij deze uitdaging en gigantische kans tegemoet. Ook de temperatuurverschillen met Burkina was iets waar men nauwelijks bij stil stond. Gelukkig kon ik hem uit meegebrachte kledingstukken, wat warme truien geven. Juliette is voorzitter van de Association Wendkouni, welke tot doel heeft minder draagkrachtige vrouwen bij te staan. Reine is penningmeester en Aubin zit ook in het bestuur van de stichting. Daarnaast zitten er nog enkele andere dames, waaronder Rosalie(Burkinabé) en Laura (Italiaanse) in het bestuur. De Stichting Wendkouni heeft afgelopen jaren een soort van kinderopvang (maternité) opgezet, zodat vrouwen hun kinderen daar onder kunnen brengen als zij gaan werken. Zij krijgen daar tevens al voorbereidende lessen, om straks op de basisschool beter van start te kunnen gaan.

 

In Ouaga heb ik ook af en toe contact met een ‘bronze et arts sculpteur’ Oumar Ouedraogo, van wie menig bronzen beeldje in mijn huiskamer staat te pronken. Daarnaast heeft hij een kerststal met Burkinese figuren gemaakt, die natuurlijk maar een deel van het jaar te bewonderen is. De Stichting steunt zijn project op kleine schaal. Hij probeert jonge mannen op te leiden in zijn vak, om ze zodoende de kans te bieden hun eigen boterham te gaan verdienen. Helaas moet hij daarbij wel constateren, dat niet alle jongens die kans ook serieus oppakken. In 2011 heeft hij ons het gehele proces van wassen poppetje tot en met het gieten en bewerken van de bronzen beeldjes laten zien. De verloren-was-methode. Een gigantische klus, die veel geduld en vakmanschap vereist. En vakmanschap kan hem en zijn medewerkers echt niet ontzegd worden.

 

Natuurlijk hebben in de afgelopen jaren diverse zeer aardige en bekwame kokkinnen gehad, die er voor zorgden dat ons aan niets ontbrak. Tina is een jongere half-zus van Pascaline. De vader van Pascaline is al jong overleden en haar moeder is toen hertrouwd. Deze man, die tevens Naaba van Pouytenga was, heeft Pascaline opgevoed als zijnde zijn eigen dochter. Daarnaast heeft hij samen met de moeder van Tina nog diverse andere kinderen op de wereld gezet. Tina hebben we tijdens onze reizen regelmatig ontmoet. Ze zit aardig onder de plak bij haar oudere zus, en stiekem probeert ze toch haar eigen gang te gaan. Ze is naaister en heeft een eigen atelier. Enige jaren terug was ze erg onthand toen inbrekers er met zowel haar naaimachine, als met de lappen stof, waar ze kleding van moest maken voor haar klanten, vandoor waren gegaan. Ze zal ons ook dit jaar weer vergezellen als kokkin naar Seguem. Dit dorpje ligt vlakbij Koupela, een 140km ten Oosten van Ouaga.

 

In Koupela heb ik contact met een onderwijzer Roger, die in 2006 in Kokossin aan de basisschool werkte en nu elders in de regio een baan heeft gevonden. Via facebook en mail wisselen we allerhande berichtjes uit. Via hem worden ook een aantal kinderen uit Kokossin financieel in staat gesteld om de school te blijven volgen. Hij helpt ons met het selecteren van de kinderen, die hiervoor in aanmerking komen. Roger heeft met zijn vrouw Vivianne inmiddels twee kinderen. Een jongen Fabrice en een meisje Ornella. Ornella werd juli 2014 geboren met een hazenlip. Gelukkig kon zij als baby van zes maanden al geopereerd worden hieraan. Dit gebeurde in de hoofdstad Ouagadougou door een Nigeriaanse arts. Het resultaat is geweldig te noemen. We hebben het kunnen bewonderen via foto´s, die Roger ons stuurde. In Nederland werd door de Stichting Help Burkina een actie opgezet om dit jonge gezin de financiële ondersteuning te bieden zodat de operatie mogelijk zou zijn. Dit zonder medeweten van Roger en zijn vrouw. Uiteindelijk bleek financiële hulp voor hem niet nodig. Aangezien Roger in het ziekenhuis andere zeer schrijnende gevallen had gezien, van mensen die een operatie voor hun kind niet zelf konden betalen, vroeg hij de Stichting of hij de geboden steun aan hen mocht doorgeven. Uiteraard werd daar mee ingestemd.

 

In Kokossin stamt ook een contact uit 2006 met Blaise Waongo. Toen leek hij meer de dorpsgek, die voortdurend mensen aan het lachen maakte. Het blijkt een hardwerkende man te zijn, met wie ik geprobeerd heb een correspondentie te voeren na mijn bezoek in 2008. Zijn eerste brief bereikte mij, waarin hij liet weten dat hij binnenkort opnieuw vader zou worden. Mijn brieven aan hem bleken niet te zijn aangekomen in Koupela, waar hij zijn postadres had. Toen ik in 2011 wederom in Kokossin was, werd ik door hem met grote blijdschap verwelkomd. Hij vertelde me dat hij geen enkele brief had ontvangen en dat hij daarom bang was dat het niet goed met me ging. Hij noemt mij altijd gekscherend zijn Burkinese vrouw. Dat mijn eigen man er in 2011 bij was, maakte voor hem geen verschil.

 

Moïse is onze contactpersoon in Balkiou en tevens een familielid van Pascaline. De precieze banden tussen hen zijn mij niet duidelijk. Een aimabele man, die zelfs toen zijn dochter tijdens ons verblijf in Balkiou in 2008 in het kraambed overleed, zoveel mogelijk bij ons probeerde te zijn. Via hem kwamen er ook aanvragen binnen bij de stichting voor een schaapskooi, zodat ook ouderen in Balkiou een eigen dagbesteding en broodwinning konden krijgen. Het eerste grote project in Balkiou was een ziekenhuisje en kraamkliniek, waar het eerste baby’tje op kerstavond werd geboren. Ze kreeg de naam Noëlla.

 

En last but not least natuurlijk ook de Larlé Naaba de Tigré. Een van de belangrijkste mensen als het gaat om de traditionele gezagsdragers. De Mogho Naaba (spreek uit Moro Naaba) (keizer) staat aan het hoofd van de traditionele gezagslijn. Daaronder komen vijf prinsen (Naaba´s), die ieder hun eigen takenpakket hebben. De Larlé Naaba heeft onder andere het bewaken van de tradities in zijn portefeuille. Officieel hebben ze eigenlijk niets te zeggen in Burkina, maar in de praktijk blijkt dat aan hun mening toch veel waarde gehecht wordt door de officiële machthebbers. Blaise Compaoré was van 1987, nadat hij middels een staatsgreep aan de macht kwam president van Burkina Faso. Ondanks eerdere wetswijzigingen, waarin werd bepaald dat dit nu definitief zijn laatst ambtstermijn zou zijn, stelde Compaoré zich in de tweede helft van 2014 opnieuw kandidaat voor een nieuwe ambtstermijn. Het leger ging hiermee niet akkoord. Op 31 oktober 2014 is hij na een staatsgreep door het leger afgezet en werd hij opgevolgd door luitenant-kolonel Yacouba Isaac Zida. Deze beloofde binnen een jaar democratische verkiezingen te gaan organiseren. Enige weken van onlusten volgden op deze staatsgreep. Daarna werd het overal weer rustig in het land. Tot op dorpsniveau zijn de dorpsoudsten afstammelingen uit de lijn van de Mogho Naaba. Ook in de dorpen hebben deze plaatselijks Naaba´s nog zeker invloed, hoewel de gebieden officieel onder burgemeesters vallen. Deze dorpsoudsten worden bij belangrijke beslissingen veelal geraadpleegd door het officiële gezag, om zodoende meer draagvlak te krijgen voor de te nemen beslissingen.

 

Issouf, onze contactpersoon in Seguem

 

Ouaga= Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso

Bewoners van Burkina Faso zijn Burkinabé

Burkina wordt vaak gebruikt in plaats van de volledige naam Burkina Faso.