Burkinafasoreis2011
Home » toeristisch bekeken » Bounkou en Tengassako

Bounkou en Tengassako

Bounkou

Bounkou is een klein dorpje dat bekend staat om zijn bekwame pottenbaksters. Het ligt op een 20 minuten (7 km) rijden van ten zuiden van Tiébélé, over een hobbelig zandpad. Zonder gids is het lastig te vinden.

Oude vrouwen maken potten, beslissend hoe groot en welke vorm afhankelijk van het doel van hun gebruik. Grote ronde kleipotten houden water koel ondanks de hoge omgevingstemperaturen. Ze slaan ook grote hoeveelheden dolo er in op. Kleine potten voor gebruik in het huishouden, voor onder andere sausjes en smaakstoffen. Er is ook een klein te bezoeken heilig meer met krokodillen hier.

Onderweg komen we langs een goudmijn. In de onstabiele bodem zijn hier diepe gangen gegraven en een aantal jongens wagen hier hun leven op zoek naar het glimmende spul. Uit de mijn brengen ze grote hoeveelheden grond en stenen naar boven. Alles waar goud in zou kunnen zitten, wordt eerst gemalen, vervolgens gezeefd en tenslotte met behulp van water gesorteerd op dichtheid. Een enorm karwei dat slechts een klein beetje goudstof oplevert.

 

In Tangassako een ander dorpje verder op bezoeken we het paleis van de chef. Voordat we naar binnen gaan, geven we eerst alle oudsten, die onder een boom naast de poort zitten, een hand. Het is in Burkina gebruikelijk om iedereen te groeten, te vragen naar hun welbevinden en zo mogelijk een hand te geven. Bij ouderen geldt dat natuurlijk helemaal. Na een bijdrage aan de gemeenschap, die ik aan de chef geef, mogen we naar binnen. Dit huis is kleiner dan het paleis van de opperchef in Tiébélé, maar wel mooier. Ik mag ook een huis aan de binnenkant bekijken. Het toegangspoortje tot het huis is laag. Dit is gedaan om in tijden van oorlog een binnenkomende vijand het hoofd af te kunnen hakken op het moment dat hij door het poortje naar binnen kruipt. Direct achter het poortje is een laag muurtje, ongeveer even hoog als het poortje laag is, waar je overheen moetstappen. Dit maakt de ingang nog veiliger. Het is moeilijker binnenkomen en pijlen en speren kunnen niet in de hut binnendringen. Bijkomstig positief effect is dat het rondlopend kleinvee niet gemakkelijk naar binnen kan. Binnen hangen tegen het plafond – en dit is standaard – extra slaapmatten voor gasten, die zo nodig ook voor overledenen gebruikt kunnen worden. In het laatste geval worden deze na gebruik verbrand. Op een centrale plaats staat een verhoging gemaakt uit klei waarop granen gemalen kunnen worden door er met een steen over te schuren. In een andere hoek staan mooi opgepoetste potten; een teken van rijkdom en tevens bedoeld voor het bewaren van eten. In een ander vertrek is de keuken gesitueerd. Hier wordt alleen gekookt als het regent. We gaan weer naar buiten, wat weer een oefening lenigheid voor mij is, en bekijken de rest van het complex. Ook hier vind ik weer de ronde voorraad “silo’s”. Het is de regel dat alleen de mannen granen uit de silo mogen halen. Vrouwen mogen er niet in kijken. Het idee is dat de vrouwen nooit mogen weten dat de voorraad bijna op zou zijn. Dan zouden ze immers weg kunnen lopen, zo luidt de uitleg. En dat moet natuurlijk voorkomen worden.

 

-       Zekko

-       Gwelbongo (grensstad bij Ghana)